De ware kerk bestaat niet meer

Ze beschouwden zichzelf ooit als de enige ware kerk. Van die zelfgenoegzame houding is niets meer over. Waarom verdween de vrijgemaakt-gereformeerde minizuil bijna net zo razendsnel als ze verscheen? Deel 1 van een tweeluik.

Historicus Ewout Klei (32) groeide op in de jaren tachtig, in een vrijgemaakt gezin in het Groningse dorp Hoogkerk. Hij zegt: "Een dorp met tienduizend inwoners waarvan er duizend vrijgemaakt waren." Zijn jeugd week in vrijwel niets af van die van zijn vrijgemaakt-gereformeerde leeftijdgenoten. "Allemaal gingen we naar de vrijgemaakte school, de vrijgemaakte kerk en in de vakantie gingen de meesten ook nog naar de vrijgemaakte camping in Hardenberg."

Terwijl in heel Nederland de zuilen waren verdwenen, maakte Klei de herfstbloei mee van een minizuil, een groepering zó kerkelijk exclusief als Nederland nog nooit had gezien. De vrijgemaakt-gereformeerde kerk (opgericht in 1944), die momenteel nog ruim 120.000 leden telt, had tot voor kort eigen scholen, eigen maatschappelijke organisaties, een eigen politieke partij en eigen media. De vrijgemaakten vormden bijna een staat in een staat. Andersdenkenden waren in dat koninkrijk niet welkom. Immers, die behoorden niet tot de 'enige ware kerk'.

Klei promoveerde twee jaar geleden op de geschiedenis van het GPV, de politieke partij van de vrijgemaakten die in het jaar 2000 opging in de ChristenUnie. Een heel sterk wij-gevoel hield de kleine geïsoleerde partij bijeen, stelt hij.

Ook orthodox-gereformeerde opvattingen maakten integraal deel uit van de identiteit van de gelovigen. Neem nu vrouwen. Mag een vrouw hetzelfde doen als een man? Alleen al het opperen van deze mogelijkheid was nog niet zo lang geleden ondenkbaar in de vrijgemaakt-gereformeerde kerken. Had de apostel Paulus immers niet letterlijk opgeschreven dat vrouwen moeten zwijgen als het om geloofszaken gaat? Het is op het eerste gezicht dan ook niets minder dan een revolutie dat een commissie van theologen, kerkelijk werkers en bestuurders sinds vorig jaar iets heel anders bepleit. De vrouw in de kerkelijke ambten van ouderling, diaken en predikant, zo luidt de conclusie, past toch 'binnen de bandbreedte van wat bijbels en wat gereformeerd is'.

Het lijkt voor de buitenstaander misschien een futiele kwestie. Maar dat is het allerminst. Deze koersverandering van 180 graden is een uitvloeisel van een veel bredere ontwikkeling. Wat nu over is van de vrijgemaakten, onderscheidt zich niet meer van andere (orthodoxe) christenen. Het standpunt over de vrouw onderstreept dit nog eens. Bij andere gelovigen is er al jaren geen discussie meer over wat ooit deftig 'de vrouw in het ambt' werd genoemd.

Grote kerkscheuring
Wie iets wil begrijpen van de vrijgemaakte cultuur, moet terug naar de beginjaren van het kerkgenootschap. Het is 1944. Het gaat hard tegen hard in de gereformeerde kerken. Niet omdat het oorlog is, maar omdat er een theologisch geschil is over de betekenis van de doop. De gemoederen lopen zo hoog op dat een breuk niet kan uitblijven. Een groep van zo'n 80.000 gelovigen vertrekt uit de kerk. Het is daarmee een van de grootste kerkscheuringen uit de Nederlandse geschiedenis. Degenen die uittreden noemen zich 'vrijgemaakt'.

Hoe heftig het begin ook, kort na de oorlog was nog allerminst duidelijk wat dat label vrijgemaakt allemaal inhoudt. Was het een ongeluk dat te lijmen viel? Of was het een nieuw begin, een uittocht uit Egypte? "Uiteindelijk kreeg toch die laatste visie de overhand: de vrijmaking was een radicaal nieuw begin waar uiteindelijk heel Nederland voor of tegen zou moeten kiezen", zegt George Harinck (55), hoogleraar geschiedenis van het neocalvinisme aan de Vrije Universiteit Amsterdam. De keus voor die interpretatie van de gebeurtenissen had een radicaliserende werking. In de ogen van veel vrijgemaakten was het niet langer mogelijk om samen te werken met mensen die in kerkelijk opzicht een andere weg waren gegaan.

Met een vertraging van een generatie bouwden de vrijgemaakten hun minizuil. Er kwam een eigen vakbond (1952), een politieke partij (vanaf 1963 in de Tweede Kamer), een dagblad (het Nederlands Dagblad), lagere scholen, een hogeschool in Zwolle en een reeks maatschappelijke organisaties en verenigingen.

Harinck: "In de jaren zeventig zijn ze dan eindelijk onder elkaar. De tegenkrachten zijn eruit gestapt of eruit gegooid. Dan wordt de gedachte werkelijkheid dat de vrijgemaakt-gereformeerde kerk de enige kerk is die zuiver op de graat is."

Juist die afzondering bevestigde veel vrijgemaakten in hun eigen gelijk. Liepen de kerken van de veel grotere 'gewone' gereformeerden immers niet in een razende vaart leeg? Kwesties als de vrouw in het ambt, homoseksualiteit, abortus en euthanasie - de vrijgemaakten wisten: die kant willen wij niet op. "Het idee leefde heel sterk dat ontkerkelijking een gevolg was van ontzuiling. De reactie van de vrijgemaakten was dan ook om de zuil zo sterk mogelijk te houden", zegt Ewout Klei.

Blinken en verzinken
Vanwege het anachronistische karakter lijkt de vrijgemaakte zuil heel bijzonder. Maar bij nadere beschouwing is dat helemaal niet zo, stelt godsdienstsocioloog Gerard Dekker in 'De doorgaande revolutie'. In deze vorig jaar verschenen studie vergelijkt hij de ontwikkeling van de vrijgemaakt-gereformeerde kerken met die van de 'gewone' gereformeerde kerken. Haarscherp laat hij zien dat het opgaan, blinken en verzinken van de vrijgemaakte wereld exact hetzelfde verloopt als ooit bij de gewone gereformeerden. Alleen dan met een vertraging van dertig jaar.

Het mocht dan in een paar jaar tijd bergopwaarts gaan met de zuil, de tegenovergestelde ontwikkelingen in de rest van de maatschappij leidden tot een steeds geïsoleerder bestaan. De kloof dreigde snel té groot te worden. George Harinck: "Zo rond 1980 komen er vragen: 'Als we zo doorgaan, rijden we dan niet de samenleving uit?'".

Het hoogtepunt van de zuil is meteen ook het keerpunt. Een kerkelijke voorhoede vindt dat om te beginnen de claim 'enige ware kerk' moest worden prijsgegeven. Uiterlijk lijkt er niets aan de hand. Maar het loslaten van de exclusiviteit betekent een revolutie. Harinck: "Je kunt de hervormers in de jaren tachtig vergelijken met Sovjetleider Gorbatsjov. Met zijn perestrojka en glasnost wilde hij het socialisme hervormen, maar daarmee zorgde hij er uiteindelijk voor dat het systeem implodeerde." In 1992 maakte het Nederlands Dagblad zich los van de bijzondere band met de kerk. In navolging van de krant schroefden ook scholen, verenigingen en maatschappelijke organisaties de woorden 'vrijgemaakt' van de gevel.

In zijn boek toont Gerard Dekker dat het onvermijdelijk is dat de strikte cultuur van de zuil verwaterde, ondanks de pogingen om vast te houden aan een orthodoxe bijbeluitleg. Het is juist heel gereformeerd, zegt hij, om het geloof steeds weer zo te willen 'actualiseren' dat het weer aansluit bij de veranderende wereld. Het loslaten van het exclusieve karakter in de jaren tachtig moet in deze context begrepen worden, meent Dekker, net zoals het recente standpunt over de vrouw.

Dit soort inhoudelijk veranderingen in het godsdienstige leven zijn bedoeld om de godsdienst in te bedden in de maatschappij, maar het resultaat is zelfvernietiging. "Dat zou misschien alleen te voorkomen zijn als men het geloofsleven volledig van de rest van het leven isoleert. Maar dat is juist in strijd met de aard van de godsdienstigheid van de vrijgemaakt-gereformeerden", merkt Dekker op. Het zijn dit soort uitspraken die maken dat vrijgemaakten van de oude stempel Dekkers studie met veel pijn lezen.

Pijn of niet, voorlopig wijst niets op het tegendeel van Dekkers bevindingen. Niet alleen neemt het ledental van de vrijgemaakte kerk gestaag af, ook de kerkelijke leer en praktijk zijn in rap tempo aan het verschuiven. Het zijn veranderingen die hoogleraar George Harinck (zelf ook vrijgemaakt-gereformeerd) aan den lijve ondervindt. Hij beseft dat hij tot de laatste generatie behoort die de term 'vrijgemaakt' nog iets zegt. Harinck: "Mijn studerende kinderen komen in allerlei kerken. Laatst vroeg mijn zoon aan me: 'Pa, wat betekent dat eigenlijk, vrijgemaakt?'"

Ewout Klei nam afscheid van de kerk. Toen hij ging studeren, besefte hij dat de wereld groter was dan zijn kerkelijke wereld. Klei weet dat hij daarmee representatief is voor zijn leeftijdsgenoten. Klei: "Sociale druk was een drijvende kracht achter de vrijgemaakt-gereformeerde kerk en alles wat erbij hoorde. Nu die druk is weggevallen, is het hek van de dam."

Volgende week zaterdag verschijnt deel 2. Dan vertelt een vrijgemaakte familie over de opkomst, bloei en ondergang van hun wereld.

BV'ers
ChristenUnie-politicus Arie Slob schept in 2012 ijs op vakantiepark De Kleine Belties in Hardenberg. Tot voor kort richtte het park zich exclusief op vrijgemaakt-gereformeerde gasten.

Vrouw in het ambt
Tot en met vrijdag 20 juni vergadert de generale synode (algemene vergadering) van de vrijgemaakt-gereformeerde kerk iedere vrijdag en zaterdag over de toekomst van de kerkelijke groepering. Over de ware kerk heeft niemand het meer, wel over de vraag of vrouwen ouderling, diaken en predikant mogen worden.

Bekende vrijgemaakten zijn politici Eimert van Middelkoop, Arie Slob, Gert Schutte en Kars Veling. De lijst ex-vrijgemaakten is gevarieerder, met Gretta Duisenberg, LPF-politicus Hilbrand Nawijn en Nederland Zingt-organist Klaas Jan Mulder.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden