Review

De ware hoofdpersoon is de franc

Welke klassiekers moeten we in de 21ste eeuw nog lezen? Pieter van de Blink houdt deze maand vier beroemde Franse romans uit de 19de eeuw tegen het licht. Deze week 'Vader Goriot' van Balzac.

De lezer zal zich moeten instellen op sombere kleuren en bittere gedachten, zoals van trede tot trede het daglicht afneemt en de stem van de gids holler klinkt wanneer de reiziger afdaalt in de Catacomben'' luidt de waarschuwing aan het begin van Vader Goriot. Niet dat de verteller zich enige illusie maakt over de gevoeligheid van zijn publiek: ,,Nadat u het heimelijk lijden van vader Goriot gelezen heeft, zult u zich het avondeten laten smaken en uw gevoelloosheid wijten aan de auteur, die u beticht van dichterlijke overdrijving. Maar weet wel: het nu volgende drama is geen verdichtsel (...) het is wel zó waar dat iedereen elementen hiervan terug kan vinden in zijn eigen familie, misschien wel in zijn eigen hart.''

In het verhaal dat daarop volgt, draait alles om geld, de 'elementen' die wij in onszelf kunnen terugvinden zijn de hebzucht en de afgunst. De kus van een dochter aan haar vader, een degen die zich in een voorhoofd boort en zelfs een visioen van macaroni uit Odessa, het zijn slechts gedaanten van de ware hoofdpersoon: de franc. Een tijdlozer thema bestaat niet, of het zou de liefde moeten zijn en ook die, leert Balzac, is te koop.

Het prettige is, de bedragen staan erbij. Een student uit het zuiden die naar Parijs gaat om carrière te maken, krijgt van zijn familie een jaarlijkse toelage van 1200 francs, terwijl zijn ouders en zusjes leven van 3000 francs, de opbrengst van hun wijngaard. Wil hij in Parijs toetreden tot de goede kringen, dan heeft hij nodig: een kleermaker (3000 francs), een wasvrouw (1000 francs) en twee rijtuigen, een voor 's ochtends en een voor

's avonds, samen 9000 francs. Een echte patserkoets kost dertigduizend. Het gaat er niet om wat die bedragen tegenwoordig voorstellen, maar om de verhoudingen. Een slaaf op een Amerikaanse tabaksplantage, komen we ook nog te weten, kostte 1250 francs.

'Vader Goriot' is het verhaal van de rechtenstudent Eugène de Rastignac, die woont in een pension vlakbij het Panthéon, nu een chique maar in 1819 een slonzige buurt op de linkeroever van de Seine. In 'dit gele, doodse, naar een beschimmelde toonbank riekende huis' woont ook een oude man, vader Goriot. Het vermogen dat hij als fabrikant van vermicelli bezat, heeft hij zich stukje bij beetje laten aftroggelen door zijn twee dochters, die er japonnen en sieraden van kopen, als ze er al niet de schulden van hun minnaars mee afbetalen. Alles om in die goede kringen te blijven meezwieren, terwijl hun vader brood moet eten.

Rastignac heeft de ambitie om heel Parijs aan zijn voeten te krijgen, maar tegelijkertijd vat hij vriendschap op voor zijn bejaarde huisgenoot. Als hij verliefd wordt op een van de dochters ontbrandt in hem de tweestrijd tussen zijn verachting voor de manier waarop zijn geliefde haar vader laat creperen en zijn dringende wens om in haar boudoir te komen. Zijn geweten en zijn hartstocht hebben nog meer met elkaar te stellen, want hoe moet hij zelf aan het geld komen om de onkosten die bij zo'n verhouding horen, te bestrijden? Een andere bewoner van het pension wakkert zijn innerlijke strijd nog aan met allerlei mefistofelische adviezen: ,,Weet je hoe je het in Parijs moet maken? Door het vuurwerk van de genialiteit of door kuiperij en bedrog. Je moet in deze mensenmassa inslaan als een kanonskogel of erin binnensluipen als een besmettelijke ziekte. Met eerlijkheid kom je nergens.''

Honoré de Balzac (1799-1850) beschreef in de negentig romans die hij de overkoepelende titel 'La Comédie humaine' (De menselijke komedie) meegaf, alle facetten van het bestaan in de eerste helft van de negentiende eeuw. Het realisme doet via hem zijn intrede in de Franse literatuur, maar in 'Vader Goriot', uit 1834, is zijn stijl nog niet perfect. Het verhaal leunt nog sterk op theatrale elementen als achter de deur meeluisterende figuren, veelzeggende blikken, vermommingen en slaapdrankjes. Nieuwe technieken als de innerlijke monoloog hanteert Balzac bijna schrikachtig, om na een paar alinea's alweer te eindigen met een: ,,Eugène werd uit zijn gepeins gewekt....'' En er is die verteller met zijn rechtstreeks tot de lezer gerichte commentaren. Soms even stellig als absurd: ,,De wijsgeer die onverschrokken onderzoekt welke uitwerking onze gevoelens op de materie hebben, ziet meer dan één bewijs van hun tastbare werkelijkheid in de verhoudingen die ze tussen ons en de dieren creëren.'' Een ander moment zijn ze praktisch: ,,Hier eindigt het exposé van dit onaanzienlijke maar schrikbarende Parijse drama.'' Flaubert bijvoorbeeld zou zulke toevoegingen niet meer plaatsen.

Maar de onvolkomenheden maken het boek niet minder leuk of scherp. Balzac schetst een wereld in overgang. Het verhaal speelt tijdens de Restauratie, toen in Frankrijk de adel en geestelijkheid probeerden hun positie van vóór de revolutie terug te krijgen, terwijl de volgende revolutie, namelijk de Industriële, zich reeds aandiende. De oude Goriot was niet van adel, maar vergaarde een fortuin in de vermicelli. Zijn geld gaf hem een aanzien dat voorheen uitsluitend een goede afkomst hem had kunnen garanderen. Die toenemende verheerlijking van het materiële die de Industriële revolutie met zich meebracht, brengt de verteller tot zijn 'sombere kleuren en bittere gedachten'. En terecht. Wie weent er niet bij de woorden van de op zijn doodsbed ijlende Goriot, nog steeds bezorgd dat zijn dochters tekortkomen: ,,Ik ga in Odessa macaroni maken. Ik weet hoe dat moet. Daarmee vallen miljoenen te verdienen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden