De ware bedrijfsengel neemt afscheid van zijn geld en vraagt niet om macht

Je wilt een eigen zaak beginnen, maar waar haal je het geld vandaan? De regering wil graag werk scheppen. De meeste banen ontstaan bij kleinere bedrijven. Toch is aan 'startkapitaal' niet gemakkelijk te komen. De 'eigen bazen' moeten vaak de gekste capriolen uithalen om te kunnen beginnen. Vandaag het laatste portret in een serie over starters: Nebib, beurs voor bedrijfsinvesteringen.

Nils de Witte, samen met Ben Lacor oprichter van de Nederlandse beurs voor investeringen in bedrijven (Nebib), houdt wel van duidelijke uitspraken. Hij kan het niet genoeg benadrukken: een startende ondernemer is niet gebaat bij geld zonder meer. Dat werkt vaak zelfs contraproductief. “Zo'n ondernemer heeft geld nodig van iemand die naast hem staat, in voor- en tegenspoed.”

“Banken en participatiemaatschappijen zijn geen geschikte financiers voor starters. Zij eisen rendement en willen geen risico's lopen. Dus zoeken ze bedrijven met een track-record, een verleden. Maar dat hebben starters nu juist niet”, aldus De Witte. “In feite geldt hetzelfde voor bedrijven die na een grondige reorganisatie helemaal opnieuw willen beginnen”, vult Lacor aan. “In al die gevallen waarin het verleden niets zegt over de toekomst, heb je een bijzonder soort kapitaalverschaffers nodig.”

“Banken en participatiemaatschappijen werken bovendien het liefst met bedragen vanaf een miljoen of twee, veel meer dan de gemiddelde starter nodig heeft”, meent de Witte. Tussen die bedragen en de kredietjes van 'Tante Agaath', de leningen bij familie en vrienden van tienduizenden guldens, gaapt dus een kloof. Dat gat probeert de Nebib sinds anderhalf jaar op te vullen door te bemiddelen tussen vermogende particulieren en startende ondernemers.

“Je komt dan vaak uit bij voormalige directeuren, mensen die hun bedrijf hebben verkocht en nu wat met hun geld willen doen. Het is een heel herkenbaar patroon. Door hard werken zijn ze het contact met vrienden verloren. Na de verkoop van het bedrijf gaan ze weer kennismaken met vrouw en kind en na twee of drie jaar begint de golfbaan toch wat te vervelen. Geld beleggen via de beurs is het ook al niet. Daar missen ze de invloed op de bedrijven waarin ze hun geld steken.”

“Zo'n ex-ondernemer wil”, zo weet De Witte, “een klein deel van zijn vermogen voor de sport beleggen in een nieuw bedrijfje. Voor de sport, niet voor de winst. Dat zijn de beste investeerders. Want wie het voor het geld doet, haalt in de praktijk slechtere resultaten. De ex-ondernemer die in een startend bedrijfje investeert, neemt onmiddellijk emotioneel afscheid van zijn geld. Hij weet dat hij het allemaal kwijt kan zijn. De enige manier om het geld terug te krijgen, is door de startende ondernemer te laten slagen.”

Informal investors noemen De Witte en Lacor deze investeerders, business angels heten ze in Engeland en de Verenigde Staten. Een paar duizend Nederlanders zouden voor zo'n rol in aanmerking kunnen komen, een paar honderd maken er ook echt werk van.

De bedrijfsengel brengt naast geld en kennis ook geduld en inzet mee. De Witte: “Als hij goed is, eist hij geen invloed, maar krijgt hij die wel. Hij gaat niet op de stoel van de ondernemer zitten, maar staat die met raad en daad terzijde. Als een startende ondernemer in zak en as zit omdat een grote debiteur niet wenst te betalen, dan gaat de informele investeerder niet jammeren dat hij al zijn geld dreigt kwijt te raken. Nee, dan grijpt hij de telefoon en toont de ondernemer hoe je zo'n debiteur over de streep trekt.”

Raad en daad vormen de toegevoegde waarde van de goede investeerder. “Gemiddeld gaat 60 procent van de nieuwe ondernemingen binnen vijf jaar failliet of houdt op te bestaan. Als er een informal investor bij betrokken is, mislukt nog maar een kwart”, aldus De Witte.

De Nebib bemiddelt tussen kapitaal-zoeker en -verschaffer en gaat niet zelf beoordelen of een idee levensvatbaar is. “Dat kunnen wij gewoon niet. Als een man met jarenlange ervaring in de spruitjes ons vertelt dat er een gouden kans ligt voor bevroren spruitjes in Duitsland, dan kunnen wij dat niet beoordelen. Wij kijken vooral naar de man: weet hij waarover hij praat, kan hij in 15 minuten vertellen waarom hij zeker succes zal hebben? En hoe stelt hij zich op als hij binnenkomt; aait hij de hond? Want sociale eigenschappen zijn van groot belang. De ondernemer moet kunnen samenwerken, om te beginnen met de investeerder.”

“Een goede ondernemer is eigenzinnig, niet eigenwijs”, meent Lacor. “Hij weet dat zijn idee het beste is. Maar een goede informal investor schroomt niet om van ondernemingsplan A een aangepast plan B te maken als dat toch beter blijkt, en de goede ondernemer gaat dan onmiddellijk achter dat plan B staan. Meer nog dan om geld, draait het bij startende ondernemingen om hulp en wederzijds vertrouwen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden