De wankele balans tussen verzoening en het recht

Na de gewelddadige politieke crisis in Kenia van begin dit jaar, kwam er een eenheidsregering. Zes maanden later zijn de spanningen tussen de bevolkingsgroepen nog altijd tastbaar. ’De politiek heeft een januskop’.

De glinstergroene theevelden van Kericho, hart van de Keniaanse theeindustrie, koesteren zich in een aangenaam voorjaarszonnetje. Her en der verspreid in de glooiende heuvels plukken arbeiders de bovenste kleine blaadjes van de planten. In het eeuwig groene stadje in de Riftvallei – in Kericho regent het iedere dag eventjes – herinnert ogenschijnlijk niets aan de bange dagen en weken van begin dit jaar. De wegblokkades zijn allang verdwenen en verbrande huizen en winkels kregen een frisse lik verf. Opgeruimd staat netjes.

„Het leven is nu weer oké”, zegt bankbediende Steve, die na gedane arbeid geniet van een pint Guinness. Slechts even blikt hij terug op de chaos die na de verkiezingen ontstond: „Dit oord was gevaarlijk. Wat mensen in vele jaren hadden opgebouwd was in één dag verdwenen”.

Kericho was een van de plaatsen waar het geweld ontbrandde. Duizenden inwoners, vrijwel uitsluitend van het Kikuyu- en Kisiivolk, werden van huis en haard verjaagd door Kipsigi’s, die behoren tot het volk der Kalenjins. Hun achtergelaten huizen vormden een dankbare prooi voor plunderaars. Er vielen doden en het gebied werd in korte tijd etnisch gezuiverd.

Thee- en bloemenproducenten zagen hun arsenaal aan arbeidskrachten plotseling gedecimeerd. „Ik kreeg dagelijks zestig tot tachtig mensen bij me aan de poort”, zegt Eric Bouman, directeur van een grote kwekerij in anjerstekken. „’Ik wil werk, ik wil werk!’, riepen ze. Het waren soms dezelfden die een dag eerder mijn mensen uit hun huizen hadden gejaagd. Vrouwen sliepen soms nachten onder de blote hemel in de theevelden.”

Bouman zag in de afgelopen maanden een deel van zijn gevluchte werknemers terugkeren, een deel bleef weg. Hij onderschrijft dat de gevoelens onder zijn personeel nog uit balans zijn: „Ze kunnen elkaar niet recht in de ogen kijken”. Om onnodige spanningen op het bedrijf te voorkomen wil de Nederlander liever niet dat er op de werkvloer in lokale talen wordt gesproken, zij het Kikuyu, Kisii, Luo of Kalenjin. Men spreekt Swahili, de eenheidstaal van Kenia.

Achteraf bleken de doden en zij die vluchtten het slachtoffer van ijskoude politieke machinaties. Vorige week concludeerde een onderzoekscommissie onder leiding van de Keniaanse rechter Philip Waki wat menigeen al wist: achter het geweld school deels een systematische planning. Het is moedig dat een Keniaan dit publiekelijk stelt. Maar het blijft twijfelachtig of de cultuur van straffeloosheid wordt doorbroken. Sleutelfiguren uit de Keniaanse regeringscoalitie gaan immers zelf allesbehalve vrijuit, wat ook Waki onomwonden vaststelt. De kans dat in de komende vier jaar schuldigen van hoog tot laag gerechtelijk zullen worden vervolgd, is daarom miniem.

Boumans secretaresse, Doris Kivuti (31), vindt het frustrerend. Deze bescheiden vrouw van Kikuyu origine ontvluchtte de etnische spanningen op 6 januari, om pas vier maanden later haar werk op de kwekerij te hervatten. Op de vraag of ze denkt dat de geschiedenis zich in Kenia zou kunnen herhalen, twijfelt ze geen moment: „Absoluut, als er niets verandert gebeurt het opnieuw. Voorlopig is het rustig; maar straks als er nieuwe verkiezingen voor de deur staan, moeten we de politici in de gaten houden. Zij zijn het die de massa’s ophitsen. De plunderaars worden niet bestraft en denken zelfs dat ze in hun recht staan. Bij de volgende gelegenheid doen ze het weer”.

Kivuti huurde een wagen en verhuisde hals over kop al haar spullen naar de hoofdstad Nairobi. Het enige dat nu in haar woning in Kericho staat, is een bed. Vooralsnog weigert ze de rest terug te brengen. Zelfs volgend jaar niet, zegt ze beslist. „De regering zegt telkens dat alles oké is. Maar de angst, er is nog steeds die angst”.

In de arme buurt Nyagacho lijkt men iets milder. Hele delen van de wijk zijn tot de grond toe platgebrand. Waar eerst winkeltjes stonden, scharrelen kippen en geiten. Timmerman Gerard Kingoli ziet uit op een kale vlakte. Met zijn vrouw en zes kinderen is hij naar Nyeri, het hartland van de Kikuyu’s, gevlucht. De timmerman noemt het nog steeds ’thuis’ terwijl hij al twintig jaar in Kericho woont, waar hij have en goed verloor. Maar in het overbevolkte Nyeri heeft hij zéker geen toekomst. Dat de dieven die zijn spullen stalen vrij rondlopen, noemt hij ’niet goed’.

Volgens een ruwe schatting van Kingoli keerden drie kwart van de buurtbewoners niet terug. „Het is beter om te vergeven en te vergeten”, vult een stevig gebouwde buurvrouw aan. „God zal als laatste oordelen. We bidden voor vrede, liefde en eenheid.”

Terug richting het centrum staat langs de kant van de weg een rij witte Toyota-taxi’s geparkeerd. „Allemaal in handen van Kalenjins”, zegt mijn gids. „Vóór de crisis was dit het domein van de Kikuyu’s.”

Er loopt een oude boer voorbij. Wat hem betreft mogen de Kikuyu’s terugkomen. Een groepje toekijkende Kalenjins lacht schaapachtig in reactie op de vraag of ze het met de boer eens zijn. „We houden van William Ruto”, zeggen ze ontwijkend maar veelbetekenend. Ruto is de huidige minister van landbouw en mateloos populair in Kalenjinland. Er zijn aanwijzingen dat hij medeplichtig was aan ophitsing en planning van het geweld.

Kenianen balanceren tussen hoop en vrees. Ze proberen het normale leven te hervatten, want er moet brood op de plank komen. Maar de opgeblazen regeringsploeg van bijna honderd ministers en onderministers werkt niet hard genoeg aan cruciale problemen zoals landverdeling, constitutionele hervorming en de gigantische kloof tussen arm en rijk.

Volgens Koigi wa Wamwere wordt de kern van de zaak vakkundig omzeild. Wa Wamwere (58) geldt als een beroemdheid in Kenia. Deze schrijver, politicus en mensenrechtenactivist spendeerde in totaal dertien jaar in de gevangenis onder de voormalige presidenten Kenyatta en Moi. Een blauwe maandag was hij onderminister van informatie en communicatie in de vorige regering Kibaki.

„Dit land gaat kapot aan negatieve etniciteit”, zegt hij in de tuin van een hotel in Nakuru, een stadje tussen Nairobi en Kericho. Hij doelt op het fenomeen dat Keniaanse politiek overwegend langs etnische lijnen loopt, en dat mensen veelal stemmen op een leider van dezelfde etnische groep.

Wa Wamwere weigert de pijnlijke kwestie onbenoemd laten. „De vrede in Kenia is ogenschijnlijk. Verschillende gemeenschappen staan vijandig tegenover elkaar. Alles, goed én kwaad, wordt hier bekeken door de etnische bril. Vertel dat maar in Nederland!” De politiek heeft een januskop, zegt hij: naar buiten toe predikt men eenheid, maar in de eigen etnische zuil worden de tegenstellingen tussen de verschillende gemeenschappen levend gehouden. „Men heeft alle belang bij die scheidslijnen en de bijbehorende animositeit om politiek te overleven”.

Dat de plegers van misdaden tijdens de crisis vrijuit gaan steekt hem. „Het is ongehoord om politici als premier Raila Odinga voor amnestie te horen pleiten. In dit land staan demonen hoger aangeschreven dan engelen.”

Op het politiebureau in Kericho hoeft geen afspraak te worden gemaakt met de hoofdcommissaris: op goed geluk binnen lopen heeft ook succes. De ochtendbladen liggen ordelijk opengeslagen op het bureau van Samuel Karanja Njora.

Dat de overgrote meerderheid van geweldplegers vrij rondloopt is volgens hem ’een feit’. Ook hij beaamt dat er bange vermoedens leven binnen de gemeenschap. „Je kunt niet spreken van een open sfeer. Er heerst op z’n best een vorm van voorzichtige aanvaarding. We balanceren tussen recht en verzoening”.

Is Njora positief over de toekomst?

De vraag verrast hem en hij denkt even na. „Laat ik zeggen van wel”, vervolgt hij, „maar er moeten wel wat kwesties worden opgelost”.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden