De wanhopige onderklasse

Rellen Ferguson tonen de nog altijd zwakke postitie van veel Afro-Amerikanen in VS

Een Amerikaans tv-journaal liet woensdagavond een schoolbus zien uit Ferguson. Tegen de ramen maakten zwarte kinderen het gebaar dat ook de demonstranten in die stad maken: handen omhoog, niet schieten.

Dat is weer een generatie die heeft geleerd dat het uitmaakt wat voor huidskleur je hebt in de VS, schreef deze week historicus Peniel Joseph van de Tufts universiteit in Massachusetts op de website theroot.com. Hij en andere zwarte opinieleiders vroegen zich de afgelopen dagen af wat de demonstraties in Ferguson, naar aanleiding van het doodschieten van de ongewapende zwarte jongeman Michael Brown, zeggen over de plaats en de vooruitzichten van Afro-Amerikanen. Erg optimistisch zijn ze niet.

Volgens Joseph is uit de crisis in Ferguson gebleken dat de zwarte gemeenschap na de burgerrechten-strijd van de jaren zestig verdeeld is geraakt. Er is een zwarte middenklasse ontstaan, waaruit politici zijn voortgekomen met echte macht, inclusief minister van justitie Eric Holder - woensdag in Ferguson op bezoek - en president Obama. Maar er is een onderklasse achtergebleven waar de inwoners van Ferguson het voorbeeld van zijn en daarvan zijn de kansen in het leven helemaal niet zoveel verbeterd.

Die onderklasse heeft geen leiders, schrijft Joseph. "Dominee Jesse Jackson en Al Sharpton hebben Ferguson bezocht, maar hun oproepen tot kalmte hielpen niets. Ironisch genoeg was de zwarte die het meest zichtbaar leiderschap uitstraalde de kapitein van de verkeerspolitie van Missouri, Ron Johnson, wiens krachtige, maar meelevende aanwezigheid en aanpak de escalerende crisis tijdelijk hielpen te bezweren."

Die stuurloosheid is het gevolg van uitzichtloosheid, schrijft hoogleraar recht David Troutt op de website Trust.org. Hij vertelt dat een zwarte vriend van hem niet eens over de dood van Michael Brown wilde praten. Dat soort dingen gebeurden zo vaak, hij kon er niet meer tegen. En volgens Troutt is dat de reactie van de de meeste Amerikanen.

Als je het niet negeert, kom je tot schokkende conclusies, aldus Troutt. Je kunt wat er met Brown gebeurde, en met velen voor hem, eigenlijk alleen maar verklaren door aan te nemen dat politiemensen Amerikanen met een zwarte huidskleur bewust of onbewust niet als volwaardige mensen zien. Allebei de versies van wat er in Ferguson zou zijn gebeurd, bevestigen dat.

In de versie van de politie werd Brown neergeschoten nadat hij zou hebben geprobeerd de agent zijn pistool af te pakken. "Die versie veronderstelt een gebrek aan gezond verstand dat je alleen maar kunt begrijpen is als je uitgaat van het stereotype van de agressieve zwarte man die door het dolle heen raakt, het ene moment kalm midden op straat lopend en het volgende moment zijn leven riskerend. "

In de andere versie, van een getuige, beval de agent Brown en zijn vriend niet in de weg te lopen met de woorden: Ga the fuck de stoep op! "Achteloos gescheld van een agent, verbale tekenen van minachting die de toon zetten voor zo'n ontmoeting."

Over dat soort dingen moet de discussie gaan, schrijft de zwarte columnist Charles Blow van The New York Times. Maar dan liefst niet vanwege woede en protest. "Dat bouwt druk op in de vulkaan, tot hij uitbarst. Daarna wordt het weer rustig tot de volgende uitbarsting. Die cyclus is onhoudbaar, zo goed als doelloos en uitzichtloos."

Volgens Blow moeten zwart en blank in Amerika elkaar de ongemakkelijke waarheid durven zeggen. "Er moeten gegevens worden uitgewisseld. Ervaringen onderzocht. Geschiedenissen en systemen blootgelegd."

Hij wijst op een recent opinie-onderzoek waaruit blijkt dat zwart en blank het er over eens zijn dat er discriminatie is. Maar waarin ook 63 procent van de blanken, en zelfs nog 43 procent van de zwarten, zegt dat iedereen in Amerika evenveel kans heeft om vooruit te komen. Blow: "Eigenlijk zeggen we daarmee dat we van zwarten verwachten dat ze de extra last - onderdrukking - maar dragen."

Dat is dus, als ze hun handen weer hebben laten zakken en in de schoolbanken schuiven, het voorland van de kinderen in die schoolbus. Een voorland dat hun ouders kwaad en wanhopig maakt, want, aldus Blow: "Al gedragen ze zich nog zo goed, al doe je het precies zoals het moet, geen ouderlijke wijsheid of persoonlijke moed kan garanderen dat ze overleven, laat staan succes hebben."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden