De walhallahallen van het genot

,,Hier sta ik, ik kan niet anders, in de grote hallen van de RAI, zoemend en gonzend van inwendige mensversterkingsactiviteiten.'' Speciaal verslaggever Vincent Bijlo en dito fotograaf Rob Huibers trekken voor de Verdieping maandelijks naar bijeenkomsten, samenscholingen, verenigingen en partijen. Vandaag: de Horecava.

Ik zit in de horeca, al jaren. Ik kom er graag, als gast. En daarom wil ik naar de Horecava, de vakbeurs voor de horeca, ik ben immers een vakman, een ervaringsdeskundige. Ik wil alles weten over de nieuwste trends in het afbakgebeuren, de laatste ontwikkelingen op grillgebied, ik wil de finale van de amuse-wedstrijd bijwonen, de wat-smaakt-er-bij-sherry-test doen. Ik wil patat eten uit de revolutionaire patatautomaat, pizza eten uit de dito pizza-automaat. Ik wil een biertje drinken met de erven Heineken, de zelfdenkende oven uitproberen, het lekkerste broodje van Nederland eten... ik wil alles. Alles!

Hier sta ik, ik kan niet anders, in de grote hallen van de RAI, zoemend en gonzend van inwendige mensversterkingsactiviteiten. Dit zijn de walhallahallen van het genot.

We beginnen in de koffiehemel. Kek en strak, dat zijn, vertellen ingewijden mij, de trends in koffie. ”Hesselink,” fluistert iemand in mijn oor, ”je moet naar Hesselink. Die is ambachtelijk, die is cool, die is slow.”

Hesselink is een koffiebrander uit Winterswijk. Hij schenkt mij een ambachtelijk bakje espresso. Nee, het is geen bakje, het is een klein, hoog, porseleinen kopje. In het porselein zit ijzer verwerkt, vertelt de Sales Manager, waardoor het kopje langer warm blijft. Het kopje is in het espressoapparaat voorverwarmd, en de espresso is... Allemachtig. Oei. Grote genade. Dit is koffie waarvoor de taal geen woorden heeft, ik proef aroma's die ik nog nooit in koffie heb geproefd. Langzaam drink ik her warme kopje uit. Wat een kerel, die Hesselink. Hij brandt zijn bonen op een lagere temperatuur, en dat geeft die aroma's. De grote branders branden in drie minuten, Hesselink in veertien. Dat elf minuten zo'n verschil kunnen maken. De smaak is bij de laatste druppel nog net zo vol, rond, warm, pittig en zacht als bij de eerste. Dit is het zuiverste kopje troost dat ik ooit geproefd heb.

Hesselink verkoopt niet alleen koffie, maar ook koffieapparaten. Maar oooo, de prijzen, die zijn niet mis. Hij richt zich op de bedrijvenmarkt. Nou ben ik wel een bedrijfje, maar een kleintje. Dat kan zich zo'n apparaat niet permitteren, temeer daar de helft van de twee medewerkers maar één kopje koffie per dag drinkt. Als ik zo'n ding en zulke koffie zou hebben, zou ik nooit meer een slecht humeur hebben.

Fluitend loop ik de andere koffiebranders voorbij, met hun snelgebrande surrogaten, hun koffiesiropen, hun à la cartes, hun oplos cichorei, hun stinkende slootwatermelanges, hun treurigstemmende decafé, hun doorschijnende bonenprut, hun hoofdpijnleut. Ik heb het licht geproefd, ik weet nu waar Vincent de koffie haalt.

Ik loop richting vlezen, ik zie het met mijn neus.

,,Hier, kom proeven, vlees van de mooiste dames van Nederland, ze lopen langs de Linge.'' De vleesman die dat roept reikt mij een plastic bakje aan. Er zit een lekker stukje dame in, mals, met veel smaak.

,,Runderlonghaas is het,'' doceert hij. ,,Je longhaas zit net iets boven je lendenen.'' Hij klopt op de mijne. Met zijn hand, met een mes? Ik loop snel door, me voorstellend dat ik straks hier lig, op deze tafel, als vlees van de lekkerste heer van Nederland, hij loopt langs de Kromme Rijn. Ik hou van vlees, maar ik heb er altijd gemengde gevoelens bij, het zijn toch dode beesten die je eet. Waarom is nog nooit iemand op het idee gekomen vlees 'landvis' te noemen, dat klinkt een stuk beter, toen men vis 'zeevlees' begon te noemen werd er opeens veel meer van verkocht.

,,Weet je wat het is,'' zegt weer een andere vleesman, die mij een lasagne van kalfsvlees laat proeven, ,,het is de approach. Het is de feeling van de mens met het product. Het is het verschil tussen 'varkenslap' en 'filet de porc'. Het is het stukje diervriendelijkheid. De mens moet weten dat het dier met respect behandeld is.''

,,Maar,'' zeg ik, terwijl ik een stukje hert probeer, ,,een dier doden getuigt niet van respect.''

Er is opeens een andere klant die belangrijker is dan ik. Ik laat het hert het hert, al zal het der jacht niet meer ontkomen. Ik heb zin in iets onschuldigs, in iets liefs. Ik ruik ijs. Ja, dat is het, ik wil ijs.

,,Het is biologisch,'' zegt een meisje met een frisse bosvruchtenstem. Het aardbeienijs zuivert de mond, verdrijft de enge vleesgedachten. Ik had de hele dag, voor ik naar de Horecava ging, nog niets gegeten, om zoveel mogelijk ruimte in mijn maag te scheppen. Maar hij raakt nu al behoorlijk gevuld. Niet zeuren, ik moet door. Ik ga friet eten, uit de frietautomaat. Hij wordt mij uitgelegd door een Brabantse mevrouw.

,,Gij hebt per porsje veertig procenten minder vet, omdat d'r dus geene frituur aan te pas komt, geen eene.''

Ik ken de smaak van deze friet nog van vroeger, van de ovenfriet van McCain. Er hoorde een liedje bij: Een twee driehie friet van McCain.

Verder moet ik. Een Viandel, een smulrolletje. De pizza mag ik overslaan, want de innovatieve automaat is gelukkig defect; twee petit-fourtjes, een bakje krabsalade, een afbakpistolet met beenham, en dan... bier!

Alle grote brouwers staan bij elkaar in één hal. Een megacafé waar je van tap naar tap kunt zappen. Ik neem een Duvel, een Karlsberg, een Palm, een Bavaria, een Grimbergen, een Grolsch, een Heineken, een Amstel, en ik constateer net als al die honderden om mij heen die als gekken staan te drinken-het is tenslotte gratis-dat het nog net zo smaakt als vroeger.

Naast mij staat iemand te goochelen, althans, dat zegt hij. Hij legt mij uit wat hij doet. Hij laat speelkaarten verdwijnen, maakt van waardeloze papiertjes bankbiljetten en hij heet Henk Whisky. Hij had vroeger een café aan de Utrechtsestraat in Amsterdam. Om ons heen vormt zich een vrolijk groepje, en mensen opperen dat ik Henk moet meenemen op tournee. Hij goochelt nog wat biertjes tevoorschijn van andere merken, en langzaam krimpt de hal tot de grootte van Henk's café. Hij heeft er nog steeds veel heimwee naar, zegt hij, hij mist het nog elke dag. Maar nu, nu we hier zo staan, nu is het er weer even. Dat heeft hij toch maar mooi bij elkaar gegoocheld.

We moeten gaan. De laatste ronde is geweest, het is zes uur, café de RAI gaat sluiten. Ik waggel naar de uitgang, ik roep Hesselink, voor een laatste bakkie, maar hij is al naar Winterswijk, hij moet zeker nog branden vanavond. Wat was dat weer een kekke strakke vette kloeke coole dag, leve de horeca. Hoera, hoera, hoera! Wat, een wielklem? Wij? Henk Whisky klapt in zijn handen, en hup, weg wielklem. Ik stap in, en Rob rijdt mij naar huis. Rob is de Bob, Bob Huibers, die man die zo goed foto's kan maken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden