DE WALEN MOETEN ALTIJD 'N GRAADJE HARDER STOKEN

Onder leiding van de nieuwe Belgische regering moeten Vlamingen en Walen het eens worden over hun boedelscheiding. Voor de Vlaming is Wallonie niet meer dan het achtergebleven, hulpbehoevende landsdeel. Maar de Waal zegt dat hij er bovenop gaat komen. Op de roemrijke resten staal en steenkool bloeien bier en confiture. Een gedoemde dialoog tussen appels en peren.

Het kolossale bouwwerk, dat een jaar of vijf geleden werd opgericht, moest een nieuwe dorpskern worden, een radicale breuk met de eindeloze rijen piepkleine mijnwerkershuisjes die er omheen staan.

Het complex staat leeg. Toen de bouw was voltooid bleken de verwarmingsbuizen zo zeer te lekken dat bewoning onmogelijk was. Over de nieuwe badkuipen, verwarmingsketels en inbouwkeukens groeit een dikke laag zwarte schimmel.

De gloednieuwe rune levert nu zijn bijdrage aan de treurigheid van de Borinage. De zuidelijke mijnstreek, aan de grens met Frankrijk, is grijs. Door de regen. Maar ook zonder regen zou de Borinage grijs zijn.

Kolen en staal was Wallonie. Van de kolen resten alleen nog de gruisbergen. Staal is er nog, zij het in sterk afgeslankte vorm. "Wallonie belandde begin jaren zeventig in een diep dal. Maar we zijn daar aan het uitkomen. Alles wat Wallonie heeft verloren, heeft het nog niet ingehaald. We zullen nog tien jaar nodig hebben om er weer bovenop te komen." Pessimistisch is hij niet, Pierre Beaussart. Volgens de directeur van het Waals verbond van ondernemingen, l'Union Wallonne des Entreprises, is het tijdperk van herstructurering achter de rug. Veel staat er niet meer, geeft hij toe, maar wat er staat draait goed. Beaussart roemt Wallonie nu om zijn voortreffelijke jam, zijn pate, zijn bier en zijn mineraalwater. Verfijnde delicatessen hebben de plaats ingenomen van staal en steenkool.

Wallonie is het land tussen de Voerstreek en Doornik. Als je het grauwe, sombere Luik eenmaal voorbij bent, beginnen de vriendelijke Ardennen. Wallonie vakantieland. Naar het Westen gaand, over de Maas, duikt het smerige, deprimerende industriebekken van Charleroi op. Waarheen ooit massa's Italianen kwamen om in de zware industrie te werken. Een streek met goede voetbalploegen.

Dan de troosteloze Borinage, onder Mons (Bergen), waar Van Gogh zijn donkerste dagen sleet en inspiratie opdeed voor sombere arbeidersportretten. Ontelbare steenkoolmijnen, die in de jaren vijftig een voor een werden gesloten.

Wallonie is jong, veel jonger dan Vlaanderen. Het werd pas geboren in de negentiende eeuw, door en met zijn zware industrie. Industriele activiteit was er echter al lang voordat het huidige Wallonie ontstond. Dwars door Wallonie, van de Borinage tot Luik, loopt een steenkoollaag. In de veertiende eeuw werd hier al naar steenkool gegraven. Dat was voor het eerst op het Europees continent. De kolendelvers ontpopten zich tot ware experts. Het waren de Waalse kolenontginners die hun collega's van het Duitse Roergebied te hulp schoten als er ingewikkelde schachten gegraven moesten worden.

De Waalse wapen- en spijkersmeden waren al even befaamd. Zij ontwikkelden het procede om degelijk gietijzer te maken door het lang te laten carboniseren: 'la methode wallonne'. De spijkersmederijen van Fontaine-l'Eveque, een klein dorp in de buurt van Charleroi, beheersten de wereldmarkt. Wallonie was in de negentiende eeuw een van de sterkst ontwikkelde industriegebieden van Europa.

In de jaren vijftig werd de eerste Waalse steenkoolmijn gesloten. In een tijdsbestek van 25 jaar zouden de andere 150 volgen. Het begin van het Waalse drama. "De uitbaters waren niet langer opgewassen tegen hun Poolse, Duitse en Zuidafrikaanse concurrenten, die de steenkool veel goedkoper konden delven" , vertelt Pierre Beaussart.

Ook de staalindustrie, Wallonie's tweede zware pijler, begon af te takelen. De mascottes van weleer, de staalreuzen Cockerill Sambre en Acec, stonden in de jaren zeventig op de rand van het faillissement. De oliecrisis maakte het er voor die energieverslindende bedrijven alleen maar erger op. Beaussart: "De moeilijkste jaren voor Wallonie waren 1973 tot 1985. In die oals

iode hebben heel wat ondernemingen hun deuren moeten sluiten. Bij Cockerill Sambre werkten 25 000 arbeiders. Nu minder dan de helft. Bij het glasbedrijf Glaverbel moesten van de 12 000 werknemers er 8000 vertrekken."

De Waalse arbeiders reageerden met massale en vaak langdurige stakingen. Ze hebben de loop van de geschiedenis niet kunnen veranderen. Maar op het ineenstortende industrieel imperium, groeide de macht van de socialistische vakbonden. De Parti socialiste werd oppermachtig. De Waal ging fel afsteken bij de nijvere, katholieke Vlaming.

"Laat mij U de waarheid zeggen, de grote en afschrikwekkende waarheid: Sire, er zijn geen Belgen. Wallonie is een golvend land, overdekt met bossen op een rotsachtige bodem. Vlaanderen is plat en zanderig. Een Kempense boer en een Waalse arbeider zijn twee verschillende mensen. De Vlaming is traag, koppig, geduldig en gezagsgetrouw; de Waal is vinnig, onstandvastig, een voortdurende vitter. In Vlaanderen is de grote massa katholiek, soms agressief en gemeen katholiek. In Wallonie daarentegen is het geloof meestal nog slechts een traditie. De Vlamingen hebben ons alles ontstolen. Zij hebben eerst Vlaanderen van ons afgepakt. Dat was zeker hun eigendom, maar ook een beetje dat van ons. Nu voelen wij ons vreemdelingen in Vlaanderen, op zijn minst zo vreemd als in Den Haag of Amsterdam. En soms worden we minder goed behandeld dan de vreemdelingen. Zij hebben ons ook ons verleden ontstolen. Zij hebben ons onze kunstenaars ontstolen en het openbaar ambt. Sire, gij heerst over twee volkeren, er leven in Belgie Vlamingen en Walen. Er zijn geen Belgen" .

Die opstandige woorden dateren niet uit de rumoerige jaren zeventig. Ze werden geschreven in 1912, door Jules Destree, een Waalse, socialistische volksvertegenwoordiger, aan koning Albert. Zijn brief aan de koning was ongeveer de geboorteverklaring van de Waalse beweging.

De Waalse beweging was een reactie op de vernederlandsing van Belgie, op de successen van de Vlaamse beweging. "De Vlaamse beweging bereikte, dronken van succes en opgezweept door haar volkskracht haar doel. Nu gaat deze beweging verder. Zij bedreigt Wallonie" , schreef Destree.

Terwijl de Vlaamse beweging op gang werd gebracht door idealistische priesters en onderwijzers, begaan met taal en cultuur, waren het vakbondsleiders en socialistische voorlieden die de Walen in beweging zetten. De Waalse beweging kwam op voor de economische belangen van Wallonie. Haar afkeer van Vlaanderen en haar roep om autonomie werden alleen maar sterker toen het Waalse industrieel imperium ineenstortte.

"Toen in Zelzate bij de Nederlandse grens langs het kanaal Gent-Terneuzen in 1967 een reusachtig staalcomplex verrees, konden de Walen dat eigenlijk niet geloven" , schrijft de Belgische journalist Geert Van Istendael. "Het was een brutale aantasting van een onaantastbaar geachte industriele positie, de moderne staalfabriek vlakbij diep water en in handen van Vlamingen, het was een botte negatie van eeuwen briljante industriele geschiedenis, het kondigde de afbraak aan van een gebied in Europa waar de industriele beschaving uit de grond was gekrabd en vervolgens gesmeed."

Over de Belgische economische politiek wordt vanaf dat moment een zware saus van Vlaams-Waalse tegenstellingen gegoten: de staalreus Cockerill Sambre waarvoor de Vlamingen niet langer willen betalen, de Kempische Steenkoolmijnen waarvoor de Walen niet langer willen betalen, de Waalse sociale zekerheid die in de ogen van de Vlamingen te duur uitvalt. Het laatste kabinet-Martens viel vorig jaar over wapens die de Walen, tegen de zin van de Vlamingen, wilden uitvoeren naar het Midden-Oosten om hun wapenindustrie drijvende te houden.

"Wallonie kreeg in het verleden te weinig vers kapitaal. Goed, de Belgische overheid heeft een massa geld gestoken in Cockerill Sambre. Niet om Wallonie te helpen, maar om die staalindustrie te ontmantelen. En Belgie heeft het gepresteerd EG-gelden die waren bedoeld voor de Borinage te investeren in de Vlaamse Kempen." Philippe Destatte is al even Waals en strijdbaar als, tachtig jaar geleden, Destree was. Destatte leidt het instituut dat de naam draagt van de socialistische leidsman en dat de Waalse identiteit moet versterken. Aanvankelijk toont hij zich een nuchtere, bijna objectieve commentator van de Vlaams-Waalse verhoudingen. Maar gaande het gesprek komt in Destatte de Waalse retoriek boven.

Als we hem voorleggen dat het tekort van de Waalse overheid toch nog altijd wordt aangevuld met Vlaamse geld, raakt hij gerriteerd. Waar werkgeversvoorman Beaussart de Vlaamse steun ruiterlijk toegeeft, weert Destatte zich als een duiveltje in een wijwatervat: "Wallonie krijgt geen frank van Vlaanderen. Het gaat niet op enkel die balansposten eruit te halen waarvoor Wallonie in het rood staat. Als je een afrekening maakt, moet je ook de nationale schuld opsplitsen. Dat valt weer voordelig uit voor Wallonie." Wallonie krijgt geen frank waar het geen recht op heeft, wil Destatte maar zeggen.

Hier bekruipt de buitenstaander de vrees dat hij Belgie nooit zal begrijpen. Niemand die hem vertelt hoe het werkelijk in elkaar steekt. Tegenover de appel van de Vlaming, stelt de Waal zijn peer. Het Waalse onderwijs kampt met miljardentekorten. Geen wonder, zegt de Vlaming, er zijn in Wallonie veel te veel leerkrachten. En wie er vervroegd met pensioen gaat houdt veel te lang zijn volledig salaris.

Nee, zegt de Waal Destatte: "Wij hebben meer plattelandsscholen met kleine klassen. En Wallonie heeft veel rijksscholen (openbare scholen, red.), Vlaanderen relatief veel vrije (katholieke) scholen, die nog andere bronnen van inkomsten hebben. En vergeet niet dat het in Wallonie steevast een paar graden kouder is dan in Vlaanderen: in onze schoollokalen moet harder worden gestookt."

Het is niet alleen de buitenstaander die geen wijs wordt uit argument en tegenargument. Deze week begonnen Vlamingen en Walen aan een nieuwe etappe in de staatshervormingen, de scheiding van de Belgische boedel. De 'dialoog van gemeenschap tot gemeenschap' worden de onderhandelingen genoemd. Ze vinden officieel buiten het parlement plaats, omdat het kabinet-Martens geen vooruitgang kon boeken bij de staatshervormingen en het nieuwe kabinet-Dehaene niet beschikt over de tweederde meerderheid die nodig is om ze door het parlement te krijgen.

In de dialoog staan kisten vol appels en peren op tafel, varierend van de splitsing van het buitenlands beleid en opdeling van de staatsschuld tot de verdeling van kijk- en luistergeld en de directe verkiezing van de vertegenwoordigende lichamen van de taalgemeenschappen.

De dialoog is een uniek experiment in de Belgische politiek. Maar het begin, afgelopen maandag, beloofde weinig goeds. Leden van het extreem-rechtse Vlaams Blok, die geen uitnodiging hadden gekregen maar toch aan de dialoog wensten mee te doen, werden harde hand verwijderd. En de regering van de Franstalige gemeenschap haalde enige Vlaamse wonden open door nieuwe belastingmaatregelen af te kondigen die ook voor de Nederlandstalige Brusselaars zouden gelden.

Het had een dialoog moeten worden tussen gemeenschappen, dat willen zeggen Vlamingen en Walen. Maar al voor het begin was zij al verwaterd tot een gesprek tussen politieke partijen. Want de Franstaligen konden het er niet over eens worden wie namens hun 'gemeenschap' zou moeten onderhandelen.

De Franstalige gemeenschap bestaat niet alleen uit Walen, er zijn ook nog de Franstalige Brusselaars. De Waal is socialist, de Brusselaar liberaal. De Walen wantrouwen hun Brusselse taalgenoten. Destatte: "Het is meer dan de argwaan van provincialen ten opzichte van hoofdstedelingen. Walen verwijten de Brusselse ondernemers te weinig oog te hebben voor de economische ontwikkeling van Wallonie. In Brussel draait alles om de Europese Gemeenschap." Brussel zou eigenlijk als zelfstandig gewest aan de dialoog moeten deelnemen, zegt Destatte. Zo ver is het echter nog lang niet. Voorlopig lijken de Walen er in de dialoog vooral op uit te zijn zoveel mogelijk franken te slepen uit de boedelscheiding.

"De federalisering van Belgie tot nu toe heeft Wallonie goed gedaan" , zegt werkgeversvoorman Beaussart. "Opeens kon er een oplossing worden gevonden voor vraagstukken die onoplosbaar werden geacht. Denk aan het noodlijdende Cockerill Sambre. Het dossier zat muurvast. Tot Wallonie het met eigen geld moest zien te klaren. Er kwam een oplossing en zelfs een zuinige." Niet zonder trots vertelt Beaussart dat Cockerill Sambre op dit moment het enige Europese staalbedrijf is dat winst maakt.

De Waalse industrie exporteert een groter deel van haar produktie dan Belgie doet, zegt Beaussart. Twee procent meer, wijst hij trots in de statistieken. En de Waalse investeringen groeien bijna zo snel als die van Belgie als geheel. Ze lopen maar zeven procent achter. Een te verwaarlozen verschil, meent de gedreven Waalse werkgeversvoorman.

Wat zeggen die cijfers, als de welvaart in Wallonie nog altijd sterk achterblijft bij die in Vlaanderen en de werkloosheid in sommige delen twintig procent bedraagt? Het is toch niet voor niets dat de Waalse premier Guy Spitaels aanklopt bij de EG. Spitaels kreeg deze week 165 miljoen gulden uit de pot voor achterblijvende regio's. Maar de Waalse premier wil bovendien geld uit het nog op te richten fonds voor arme lidstaten. Je komt pas in aanmerking voor dat fonds als je bruto nationaal produkt beduidend lager is dan het gemiddelde in de Gemeenschap. Belgie voldoet niet aan die voorwaarde. Maar Wallonie wel, zegt Spitaels.

Beaussart: "Het verzoek van Spitaels is reeel. Wallonie loopt nog altijd ver achter. Het gaat goed met de bedrijvigheid in Wallonie, maar we hebben in de jaren zeventig en tachtig zoveel verloren, dat er te weinig economische activiteit is overgebleven. Onze basis is te smal. Wat Wallonie nodig heeft, zijn 200 000 extra banen. Die zullen we scheppen voor het eind van de eeuw. U kunt boven uw artikel schrijven dat Wallonie hoopvol gestemd is, maar dat onze weg nog erg lang zal zijn."

Dat geloven we graag: 200 000 nieuwe banen is niet niks. Het Waalse klimaat is veranderd, gaat Beaussart verder. Er dienen zich buitenlandse investeerders aan. En die vestigen zich niet meer in Luik of Charleroi, maar langs de as Brussel-Namen. De oude machtscentra van de socialistische vakbeweging laten ze links liggen. Beaussart wijst tevreden op het geringe aantal stakingsdagen in Wallonie het afgelopen jaar.

Wallonie kan zijn toekomst aan. Optimisme heerst alom. De Walen vrezen de Belgische boedelscheiding allerminst. Waar het voorheen vooral de Vlamingen waren die sterk aandrongen op de federalisering, beginnen de Walen nu ook te beseffen dat zij baat kunnen hebben bij eigen verantwoordelijkheid. Omdat er jaarlijks veel Waals geld naar Vlaamse boeren gaat, eist Wallonie nu de splitsing van de landbouw. Alleen voor de sociale zekerheid willen zij een uitzondering maken. Die kunnen de Walen niet dragen. Beaussart: "Voor sociale zekerheid moet je een groot draagvlak hebben. Die moet je niet organiseren op een bevolking van drie miljoen Walen. Het best zou de sociale zekerheid Europees georganiseerd zijn."

De sociale zekerheid, de staatsschuld, Brussel, en de koning houden Belgie bijeen. Sire, er zijn inderdaad geen Belgen. Er zijn Vlamingen, die vinden dat ze het erg goed doen en neerzien op het achtergebleven Wallonie. Die vinden dat de Walen geld over de balk smijten, Vlaams geld, en alleen de Belgische lusten willen niet de lasten.

En er zijn Walen, die zich voortdurend tekort gedaan voelen. Die Namen tot hun hoofdstad maakten en Brussel toch niet aan de Vlamingen willen laten. Die verhinderden dat Sabena zou samengaan met KLM, en nu tevreden toezien hoe zij in het huwelijk treedt met Air France. Die best willen praten over een scheiding van de Belgische boedel, als zij er beter van worden. Maar die teveel aan Belgie hechten om het land doormidden geknipt te zien worden.

Wallonie is te jong om vaderland te kunnen zijn, is het nuchtere commentaar van werkgeversvoorman Beaussart. De Waal moet zich wel Belg voelen. Ware Belgen zijn er misschien niet, maar wij komen er het dichtst in de buurt, lijken de Walen te zeggen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden