De Waddenzee voor kokkelaars of voor eiders en kanoeten?

Al vijftien jaar liggen natuur- en vogelbeschermers enerzijds en schelpdiervissers anderzijds met elkaar overhoop. Kokkelvissers wordt verweten dat ze de wadbodem voortdurend verstoren, natuurbeschermers dat ze de schade overdrijven.

Door voedselgebrek is het aantal eidereenden in de Waddenzee dramatisch teruggelopen. Eiders voeden zich voornamelijk met halfwas mosselen en bij gebrek daaraan met kokkels. Die vinden ze hoofdzakelijk in de Waddenzee, waar onze eigen broedvogels in de winter gezelschap krijgen van vele duizenden eidereenden uit het Oostzeegebied. Maar grote mosselbanken zijn uit de Waddenzee verdwenen en de plekken waar kokkels mannetje aan mannetje in het slik leven, waren tot voor kort te vinden in voor de kokkelaars verboden gebieden. De overgebleven plekken zijn te klein om alle overwinterende eidereenden van voedsel te voorzien. Noodgedwongen zijn de eiders overgegaan tot het eten van strandkrabben. Die krabben zijn tussengastheer van parasieten, die de weerstand van eider eenden aantasten.

Ecosysteem ontwricht
De mechanische kokkelvisserij rijt met messen de wadbodem tot minstens vijf centimeter diep open en zuigt vervolgens de loskomende kokkels met grof geweld op. Met deze visserij wordt per jaar 100 tot 150 miljoen gulden verdiend; er is werk voor driehonderd man. De vangst gaat grotendeels naar zuidelijke landen als ingrediënt van tapas, paella, pizza's en pasta's.

Volgens Vogelbescherming Nederland en de Waddenvereniging is het ecosysteem van de Waddenzee daardoor ontwricht. Miljoenen trekvogels, die in de Waddenzee op krachten moeten komen, kunnen hier niet genoeg voedsel meer vinden. Onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (Nioz) en het RijksInstituut voor Kust en Zee (Rikz) stelden vast dat de effecten van kokkelvisserij na acht jaar op verschillende plekken in de Waddenzee nog steeds waarneembaar zijn. Het omwoelen van de bodem leidt tot verzanding, omdat de stroming het slib wegspoelt. En door de bodemverstoring zijn er geen grote mosselbanken meer in de Waddenzee.

Ook de beide instituten geven de schelpdiervisserij de schuld van de malaise onder de eidereenden, waarvan er vorige winter zo'n 12000 stierven.

Eiders en mosselkweek
Visserijbioloog in ruste R.Boddeke denkt daar anders over. De eidereend heeft zijn broedareaal pas sinds 1800 in zuidelijke richting uitgebreid. De eerste eiders nestelden in 1906 op Vlieland en tussen 1940 en 1947 op de overige Waddeneilanden. Als broedvogel zijn eiders dus nieuwkomers in de Waddenzee.

De eenden kregen de wind mee. Mosselkwekers uit Zeeland begonnen na 1950 een cultuur op te bouwen in de westelijke Waddenzee. Halfwas mosselen waren ideaal voedsel voor de eiders, bovendien op ideale duikdiepte. Omstreeks 1960 was het gemiddelde productieniveau 60 miljoen kilo consumptiemosselen op een constant blijvend perceeloppervlak van 70 vierkante kilometer. Vóór 1960 kwamen enkele duizenden overwinterende ei der eenden voor in de westelijke Waddenzee. In de jaren zestig nam dat aantal toe tot 100000 à 200000 vogels.

In 1991 zakte de aanvoer van consumptiemosselen naar 9 miljoen kilo, een ongekend dieptepunt. Daarnaast werden jaarlijks zo'n 30 miljoen kilo zaaimosselen gebruikt om de percelen in de Oosterschelde te bezetten. Prompt stierven vele duizenden eidereenden in de twee volgende winters.

Het Rijnwater, dat met de vloedstroom terechtkomt in de westelijke Waddenzee, was in de jaren zestig rijk aan fosfaten, waardoor in de westelijke Waddenzee een te rijke schelpdierfauna voorkwam en dientengevolge grote oogsten voor de vissers en een geweldige toename van vogels. Ook van trekvogels, die op niet bevisbare bodemdieren azen. Het Rijnwater bevat nu aanzienlijk minder nutriënten, wat leidt tot voedselgebrek in de westelijke Waddenzee.

Versterkt effect
Ik denk dat Boddeke gelijk heeft: de vogelstand neemt af tot normale proporties in een 'schone' Waddenzee. En het zou niet erg zijn, als dat de enige oorzaak was. Maar het effect van teruglopende voedselrijkdom wordt versterkt door de schelpdiervisserij. Dat het broedsucces van de schol ekster, een vogel die in tegenstelling tot de eider altijd in het Waddengebied thuishoorde en het eveneens van mosselen en kokkels moet hebben, sterk terugloopt, geeft te denken.

Eerst verleende staatssecretaris Faber de kokkelvissers vergunning om in 75 procent van de Waddenzee alle kokkels weg te vissen. Dat betekende dat alle vogels die van kokkels leven, genoegen moesten nemen met de 25 procent van de Waddenzee die voor de schelpdiervisserij gesloten was.

Nu is het nog erger. In oktober vorig jaar verleende staatssecretaris Odink (LPF) van landbouw, natuurbeheer en visserij de kokkelaars vergunning om in alle beschermde natuurgebieden te vissen. De actiegroep 'De Wilde Kokkels' maakte gebruik van het wettelijk recht op bezwaar en Odink moest de vergunning intrekken. Maar volgens Bernard Spaans, onderzoeker bij het Nioz, is de helft van de kokkelvoorraad al weggevist.

Nog maar 17 kanoeten
Spaans maakt zich grote zorgen over het voortbestaan van de kanoetstrandloper. De Waddenzee is van levensbelang voor het voortbestaan van deze en andere trekvogels. Kanoetstrandlopers zijn langeafstandsvliegers. Een deel broedt in het uiterste noorden van Canada en Groenland. In de herfst vliegen ze naar het zuiden, waar ze in ons Waddengebied overwinteren. Kokkels zijn hun belangrijkste voedsel.

Spaans meldde in het Vara-radioprogramma 'Vroege Vogels' dat bij de laatste tellingen in september vorig jaar op het eiland Griend nog maar 17 kanoetstrandlopers zijn geteld. Normaal verblijven daar omstreeks die tijd 30000 tot 40000 vogels. Hij wijt de achteruitgang in getal aan de vergunning om kokkels te vissen in de beschermde natuurgebieden en vreest dat de kanoet binnen tien jaar uitgestorven zal zijn.

Het is onbegrijpelijk dat de schelpdiervisserij gewoon door kan gaan in een gebied waarop de Europese Vogelrichtlijn, de Habitatrichtlijn en de Natuurbeschermingswet van toepassing zijn, en dat bijna een jaar geleden door middel van een planologische kernbeslissing tot onschendbaar natuurgebied is verklaard.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden