De waarheid verjaart niet

John Demjanjuk op een archieffoto uit 2005. Het proces tegen hem zou wel eens het laatste grote naziproces kunnen zijn. (FOTO AP) Beeld
John Demjanjuk op een archieffoto uit 2005. Het proces tegen hem zou wel eens het laatste grote naziproces kunnen zijn. (FOTO AP)

Maandag begint in München het proces tegen John Demjanjuk. De Amerikaan van Oekraïense afkomst zou hebben meegewerkt aan de moord op ruim 29.000 Joden. Maar de kans dat het mogelijk laatste grote naziproces een succes wordt, is klein.

Antoine Verbij

Het hele proces is „opgeklopte onzin”, allemaal „stemmingmakerij”. Zegt de Amsterdamse emeritus rechtsgeleerdheid Frits Rüter. Het gaat „om het kleinste van het kleinste mannetje, dat wordt opgeblazen tot de grootste oorlogsmisdadiger ooit”. Rüter schreef een gezaghebbend overzicht van de naziprocessen in Duitsland. Enige basis voor zijn oordeel lijkt hij wel te hebben.

Dat het proces tegen John Demjanjuk zo veel opzien baart, komt wellicht doordat het wel eens het laatste grote naziproces zou kunnen zijn. Er zijn nog maar weinig voortvluchtige nazimisdadigers in leven. De man die ervan verdacht wordt betrokken te zijn geweest bij de misdaden in het vernietigingskamp Sobibor, biedt misschien een laatste gelegenheid om de gruweldaden van het naziregime in een strafzaak aan de kaak te stellen.

De belangstelling van de media is mede daardoor ongekend groot. Er hebben zich honderden journalisten van over de hele wereld aangemeld. Dat gaat de capaciteit van het Oberlandesgericht München ver te boven. Zelfs voor de plaatsen in de extra zaal, waar toeschouwers en pers het proces op grootbeeld kunnen volgen, is het dringen geblazen. Het begin van het proces belooft maandag in ieder geval chaotisch te worden.

De pers draaft niet alleen in zulke groten getale op om de veelbesproken verdachte eindelijk in levende lijve te zien. Het proces heeft een extra dimensie door het grote aantal mede-aanklagers. Nooit eerder is op zo ruime schaal gebruik gemaakt van de mogelijkheid die het Duitse recht biedt aan overlevenden en nabestaanden van slachtoffers om op het proces het woord te voeren.

Zo zal de 82-jarige Thomas Blatt – die in oktober 1943 bij een opstand met zo’n 365 andere geïnterneerden het kamp Sobibor wist te ontvluchten en ook als een van de weinigen die vlucht heeft overleefd – getuigenis afleggen over hoe het er in het kamp aan toeging. Hij heeft geen persoonlijke herinneringen aan Demjanjuk, maar, zo verklaarde hij in een interview met Der Spiegel, de wereld moet weten hoe het was.

Dat is ook het overheersende motief van de ruim 30 andere mede-aanklagers, van wie er circa 20 spreken namens slachtoffers die vanuit het Nederlandse Westerbork naar Sobibor zijn getransporteerd. Van de ruim 170.000 Joden die in Sobibor zijn vermoord, kwamen er ongeveer 33.000 uit Nederland. Van hen zijn vrijwel alle namen bekend, dankzij de nauwgezette administratie in Westerbork. Daarom is ook het aantal Nederlandse mede-aanklagers zo groot.

De Stichting Sobibor, die de Nederlandse mede-aanklagers bijeen heeft gebracht, informeert in een publicatie over hun motieven. Het gaat de meesten om de verwerking van het verlies van hun familieleden, veelal hun ouders. Of om nog iets voor hun vermoorde naasten te doen. Maar ook om iets tegen de in hun ogen steeds luidruchtiger ontkenning van de holocaust te ondernemen. Of om Duitsland de gelegenheid te geven zich van zijn goede kant te laten zien.

Het lijkt erop dat het proces vele doelen moet dienen die niet direct met de aard van een strafzaak te maken hebben. Het gaat in ieder geval niet over de doelen waarvoor strafprocessen meestal dienen. Klassieke doelen als preventie, afschrikking en resocialisatie zijn niet van toepassing op een proces tegen een hoogbejaarde verdachte over delicten die meer dan zestig jaar geleden zijn begaan.

Dat erkennen ook de Duitse commentaren die aan het proces zijn gewijd. Josef Joffe, leidend redacteur van Die Zeit, beantwoordt de vraag „waarom een zieke, oude man”, die uiteindelijk „een braaf leven heeft geleid”, voor een misdaad uit een ver verleden terecht moet staan, met een simpel: „Het gaat om de waarheid”. Doorslaggevend is niet dat sinds 1979 in Duitsland moord niet langer verjaart, het punt is „dat de waarheid niet verjaart”.

Maar ook dat, vindt professor Rüter, heeft weinig met de aard van een strafproces te maken. „Het gaat in zo’n proces niet om de historische waarheid”, zegt hij, „dat is apekool.” Over Sobibor is uit tal van studies al veel bekend. „Demjanjuk heeft daar niets aan toe te voegen.” Volgens Rüter is er zo veel ophef over het proces, omdat er allerlei belangen achter schuilgaan.

Heel banale belangen, legt Rüter uit. De Zentrale Stelle zur Aufklürung nationalsozialistischer Verbrechen, opgericht in 1959 en gevestigd in Ludwigsburg, bestaat vijftig jaar. Ze heeft al vele jaren geen noemenswaardige successen meer geboekt. Om haar bestaan te rechtvaaardigen zat het instituut dringend om een zaak verlegen. Daarom heeft het er alles aan gedaan om Demjanjuk voor een Duitse rechter te krijgen.

Ook het Amerikaanse Office of Special Investigations (OSI) is volgens Rüter gebrand op een succes in de zaak-Demjanjuk. Het had ernstig gezichtsverlies geleden met de vrijspraak van Demjanjuk in Israel. „Het OSI zon op wraak”, zegt Rüter. Het heeft twee man permanent op Demjanjuk gezet. Hoewel beiden daarvoor door een Amerikaanse rechter op de vingers zijn getikt, treden ze nu in München toch op als getuigen.

Het OSI was blij dat de Zentrale Stelle de zaak zo daadkrachtig heeft opgepikt. Want de Israëlische justitie had geen zin meer in een proces. Te veel onzekerheden. Zelfs het identiteitsbewijs dat moet aantonen dat Demjanjuk in Sobibor was, is volgens Rüter niet eenduidig. „Bovendien heeft Israël overlevenden van Sobibor geraadpleegd. Niemand van hen heeft Demjanjuk van de foto herkend.”

Rüter beweert dat ook Nederlandse instellingen de zaak-Demjanjuk aangrijpen om hun bestaan te rechtvaardigen. Hij doelt daarbij met name op het Centrum voor Holocaust- en Genocidestudies in Amsterdam. Het Centrum organiseert de wetenschappelijke begeleiding van de Nederlandse mede-aanklagers.

Wat Rüter het meeste stoort aan het proces tegen Demjanjuk is dat het maar om zo’n ’klein mannetje’ gaat. Demjanjuk is een van de vele duizenden mensen die in de oorlog als kampbewaker werkzaam zijn geweest. Geen van hen is daar volgens Rüter voor veroordeeld. Op het proces in München treedt zelfs een getuige op die net als Demjanjuk als buitenlandse hulpkracht door de SS bij de kampbewaking was ingeschakeld.

Daarover bericht Der Spiegel. Het gaat om Samuel K., die in het kamp Belzec Joden bewaakte. Hij heeft daarover al in 1969, 1975 en 1980 verklaringen afgelegd tegenover de Duitse justitie. In juni van dit jaar is hij er opnieuw over gehoord door een Beierse rechtbank. „Het was ons duidelijk dat in het kamp Joden werden vermoord en verbrand”, verklaarde K. bij die gelegenheid. De Zentrale Stelle heeft een vooronderzoek tegen hem gestart.

Op dat punt dreigt nu volgens Rüter rechtsongelijkheid. Wanneer Demjanjuk door de Münchense rechtbank wordt veroordeeld, houdt dat in dat hij anders is behandeld dan vergelijkbare gevallen in het verleden. Wordt hij vrijgesproken, dan is dat dodelijk voor de reputatie van de Zentrale Stelle. In Rüters ogen kan het proces kortom onmogelijk goed aflopen.

Rüter heeft er overigens wel begrip voor dat de Zentrale Stelle zich in de vijftig jaar van haar bestaan voornamelijk heeft gericht op personen die in de oorlog „meer voor het naziregime deden dan ze moesten”, ook al zijn daardoor veel kleine nazimisdadigers vrijuit gegaan. Zijn algemene kritiek op de Zentrale Stelle is veeleer dat ze zich door de politiek te veel beperkingen heeft laten opleggen.

„Konrad Adenauer, bondskanselier van 1949 tot 1963, had sowieso geen zin om nazi’s te vervolgen. Andere politici zagen de Zentrale Stelle vooral als een instrument om de kou uit de lucht te halen. Bovendien was het de instelling niet toegestaan om de misdaden van het gewone leger, de Wehrmacht, te onderzoeken, terwijl dat bijvoorbeeld in Griekenland hele dorpen heeft uitgemoord.”

Men dient overigens, vindt ook Rüter, onderscheid te maken tussen de maatschappelijke en de strafrechterlijke verwerking van het naziverleden. De maatschappelijke verwerking vond plaats in de media, in de wetenschap, in de cultuur en in het onderwijs. Het heeft even geduurd, maar eind jaren vijftig kwam die verwerking goed op gang, mede door de publicatie van de dagboeken van Anne Frank in het Duits.

In de jaren zestig gaven de rebellerende studenten weer een flinke duw aan het verwerkingsproces en in de jaren zeventig deed dat de Amerikaanse televisieserie ’Holocaust’. Tot op de dag van vandaag keert het thema van de nazimisdaden voortdurend terug in literatuur, film en het publieke debat. „De Duitsers zijn fatsoenlijke lieden geworden”, zegt Rüter, „maar het strafrecht heeft daar weinig aan bijgedragen.”

Misschien ligt daar dan toch de betekenis van het proces tegen Demjanjuk. De enorme publiciteit er omheen drukt, adus Zeit-commentator Josef Joffe, de Duitsers andermaal op de onvergankelijke waarheid van het naziverleden. „Demjanjuk”, schrijft hij, „zal, als hij schuldig wordt bevonden, vanwege zijn leeftijd misschien niet meer in de gevangenis komen. Maar hij moet getuigen, hij moet zich de waarheid herinneren. En hij moet veroordeeld worden.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden