De waarheid van de tellende massa

Omdat er maar weinig bekend is over de tuin, begint binnenkort de Grote Tuintelling. 'Burgerparticipatie om je vingers bij af te likken.'

Een, twee... twee kauwtjes. Zeven, acht, negen... negen pissebedden. O ja, en een koolmees, maar meer is het ook niet. Tuin niet goed of weer belabberd? Straks nog maar eens, want dit is bijna gênant. Of zouden de buren ook zo weinig hebben?"

Nog een paar dagen en heel Nederland gaat aan het tellen. Althans, dat is de bedoeling. Want na de tuinvogeltelling, de vleermuistelling, het noteren van egels, kikkers, vlinders en pissebedden, gaat nu de Grote Tuintelling van start. Het hele jaar in eigen of andermans tuin alle zoogdieren plus hun sporen, spinnen, vogels, planten, vlinders, libellen, nachtvlinders, (overige) insecten, vissen, weekdieren en amfibieën tellen.

De tuintelling is net als Beleef de Lente en de tuinvogeltelling overgewaaid uit Engeland en is daar razend populair. Honderdduizenden tuinbezitters tellen zich het hele jaar door een slag in de rondte en sturen gezamenlijk miljoenen waarnemingen in. "Burgerparticipatie om je vingers bij af te likken. En al die burgers leveren meer dan genoeg gegevens om wetenschappelijk verantwoorde conclusies te trekken en daarmee bij te dragen aan een betere bescherming van de natuur", zegt Ineke Radstaat van de projectorganisatie Tuintelling. "Dat moet hier toch ook kunnen. Turen en tellen is ook in Nederland populair. De tuinvogeltelling en de vlindertelling bijvoorbeeld trekken jaarlijks tienduizenden deelnemers."

Op initiatief van Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek staken de grootste organisaties die zich bezighouden met het inventariseren van planten en dieren de koppen bij elkaar. Na een eerste toezegging door de Vogelbescherming haalden de Postcodeloterij, de provincies, de stichting Groen en Doen en andere particuliere organisaties waaronder Ravon (amfibieën en vissen), de Zoogdiervereniging, De Vlinderstichting (vlinders en libellen), Floron (planten) en EIS Kenniscentrum Insecten, voldoende geld bij elkaar.

Na een half jaar proefdraaien is het op 22 maart zover. Heel Holland gaat tuintellen. Een nieuw werkwoord is geboren.

Kikkers in de stad

Het doel van de continue tuintelling is tweeledig, legt Radstaat uit. Als eerste gaat het om het vergaren van kennis. "Er is eigenlijk heel weinig bekend over wat er leeft in de tuinen. Welke planten en dieren komen er voor en in welke aantallen? Wat is de invloed van het weer op de verspreiding? Bij sneeuw trekken bijvoorbeeld veel vogels die normaliter op de grond foerageren de stad in. Zijn kikkers in de stad eerder actief dan in het buitengebied en welke dwaalgasten doen de tuinen aan?"

Daarnaast moet de telling leiden tot een betere bescherming, vult Jip Louwe Kooijmans van Vogelbescherming Nederland aan. "De tuinen in ons land zijn gezamenlijk net zo groot als vijf keer de Oostvaardersplassen. Als al die tuinen natuurvriendelijker worden ingericht, verbetert voor heel veel dieren en planten de leefomgeving aanzienlijk."

Ondertussen glijdt zijn blik de tuin in en worden een ekster en een merel vastgelegd - voor de proeftelling.

Meer koekeloeren kan, zo blijkt uit de ervaringen in Engeland, ook onverwachte zaken aan het licht brengen. Zo noteerden de tuintellers daar in 2005/2006 opvallend veel kwarrende groenlingen. Ze bleken te lijden aan het geel; een besmettelijke vogelziekte die de jaren erna ook zangvogels trof.

In eigen land meldde een oplettende tuinliefhebber de vondst van een Alpenwatersalamander in een tuin ver van diens verspreidingsgebied. Het dier bleek meegelift vanaf het vakantieadres. Bewustwording én plezier in de 'eigen' natuur tellen natuurlijk ook mee.

Wolfspin of trilspin

Meer kennis vergaren dus. Maar zijn al die waarnemingen wel betrouwbaar? De gemiddelde Nederlander kan nog net het verschil zien tussen een merel en een mus, maar een wolfspin van een trilspin of een ruwe pissebed van een havenpissebed onderscheiden wordt al een stuk moeilijker.

Radstaat: "Ja, dat is zo, maar als er maar genoeg mensen meedoen, geldt de waarheid van de massa. Met speciale statistische methoden zijn dan wel degelijk verantwoorde conclusies te trekken. Temeer daar het merendeel van de waarnemingen echt wel juist zal zijn. Met zoekkaarten en andere herkenningsmethoden helpen we via de website en bovendien kun je niet zomaar spectaculaire vondsten invoeren. Een melding van een rozenkransje, een vrijwel uitgestorven plant, in een achtertuin, of een knoflookpad in een nieuwbouwwijk nabij Rotterdam, wordt gecontroleerd door experts."

Radstaat: "En ja, dan is er altijd nog de mogelijkheid een foto in te sturen of gebruik te maken van de helpdesk die bij elke deelnemende organisatie opgetuigd wordt. Voor de rest is het een kwestie van tijd. Je moet eerst een massa gegevens hebben voor je kunt gaan rekenen, deduceren en concluderen."

Ondertussen is de mist opgetrokken en breekt de zon door. Een citroentje waagt zich buiten de klimop, twee tortels baltsen en een aardhommel zoemt zoekend voorbij. Waarvan akte.

Foto's

1. Eekhoorn

2. Damastbloem

3. Huismus

4. Kleine vos

5. Groene kikker

6. Bijenhotel

7. Terrasjeskommazweefvlieg

8. Citroenlieveheersbeestje

Meedoen

Meedoen aan de tuintelling kan iedereen. Op de website www.tuintelling.nl kun je een profiel van je tuin aanmaken, aangeven welke soortgroepen je wil tellen en hoe frequent. Via de website zijn tal van zoekkaarten in te zien en is er een koppeling met het dierzoekprogramma van Naturalis. Als er voldoende gegevens voorhanden zijn, wordt het mogelijk de eigen uitkomsten met die van de omgeving te vergelijken. Tellers kunnen een 'alert' ontvangen als er in de buurt iets is gespot, filmpjes met 'vrienden' delen of op de omgeving afgestemde tips krijgen over wat er mogelijk te zien is.

De Tuintelling wordt op 22 maart gelanceerd bij Vara's Vroege Vogels. Dan gaat www.tuintelling.nl online.

Lieveheers-beestjes

Omdat periodiek en met velen naar één diersoort kijken 'een gevoel van verbondenheid' schept en extra gegevens oplevert, blijven de afzonderlijke soorttellingen (egel, vlinder, eekhoorn) bestaan.

Sterker nog; juist nu roept EIS Kenniscentrum Insecten iedereen op naar lieveheersbeestjes te kijken en de observaties door te geven. Tot dusver is nauwelijks bekend waar de 63 soorten lieveheersbeestjes leven en hoe ze het vergaat. Ook de invloed van het Aziatisch lieveheersbeestje - een forse soort die het op onze inheemse heeft voorzien en een geduchte voedselconcurrent is - is onvoldoende duidelijk. Zie: www.waarneming.nl/lieveheersbeestjes. De zoekkaart is te vinden op www.nederlandsesoorten.nl/determineren

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden