De waarheid ligt niet in de feiten

In de heruitgave van zijn roman ’Bezonken rood’ gaat Jeroen Brouwers in op de felle kritiek die Rudy Kousbroek (‘K’) erop had. Een fragment. 

Het alleràllerverschrikkelijkste aan onderhavig boek, kankerde K, was wel dat ik me niet aan historische feiten zou hebben gehouden, ze zou hebben verdraaid of overdreven en dat ik zelfs zogenaamde feiten uit mijn duim had gezogen. Er stonden in het door mij beschreven Jappenkamp Tjideng geen wachttorens en van de door mij opgesomde wreedheden door Japanse kampbewaarders betoogde hij: ‘Dergelijke wandaden hebben de Japanners nooit bedreven’, en bleef hij betogen tegen weerleggingen, aangeleverde documenten en bewijzen in.

K lanceerde de term ‘Het Oostindisch kampsyndroom’, waarmee hij een kwaal beschreef van ex-geïnterneerden in Japanse kampen in voormalig Indië en elders, bestaande uit ‘de on­wil om na te gaan hoe het werkelijk geweest is en liever vast te houden aan een onwaarachtige voorstelling van zaken, aan een mythe’. De on­wil om liever vast te houden aan een mythe?

Uitgaande van de mij toegeschreven Oost­indische ziekte meende K te kunnen concluderen ‘dat Brouwers niets heeft nageslagen, niets heeft geverifieerd, geen boek heeft ingekeken, geen foto heeft bestudeerd’. Dat had ik wel, zij het voor ‘Bezonken rood’ niet al te uitputtend diepgaand, mij stond een roman voor ogen, niet een wetenschappelijk historisch werk. La- ter heb ik in een afgeleid verband K in geschrifte om de oren gemept met mijn kennis en belezenheid, mijn verificaties en bestudeerdheid inzake Japanse oorlogsagressie in Azië. Alle door K ontkende wanda­den alsook nog meer en andere dan ik in ‘Bezonken rood’ heb gereleveerd hebben de Japanners bedreven, het is door getuigen, onder­zoekers en historici bevestigd.

In eerste instantie ontleende ik de stof voor mijn roman aan wat mijn moeder, mijn beide ouders, oudere broers, verdere familie en hun vrienden en kennissen zich herinnerden van hun verblijf in verschillende Japanse kampen.

Het mag mij als vergissing worden aangerekend dat ik het Jappenkampgedeelte van ‘Bezonken rood’ heb gesitueerd in een interneringskamp dat werkelijk heeft bestaan op Java; het vrouwenkamp Tjideng in een buitenwijk van Batavia. In dit kamp heb ik mijn kleuterpeuterjaren doorgebracht met mijn moeder, oudere zusje en oma, de moeder van mijn moeder, die er is overleden, zoals in ‘Bezonken rood’ is beschreven. Ik heb aan deze kamptijd wel degelijk nog herinneringen, intussen zijn het die van een bejaarde aan het vroegste begin van zijn leven, het zijn herinneringen van een kind in een gevangenenkamp waar het argeloos heeft rondgelopen. ‘Ik was er wel bij, maar heb het niet meegemaakt.’ Ik moet het allemaal hebben gezien, maar zoals een kind de dingen ziet.

Vanuit dit kinderperspectief zijn de in ‘Bezonken rood’ opgeroepen gebeurtenissen vergroot, verhevigd weergegeven. K nam mij vooral kwalijk dat ik zou hebben ‘gelogen’: ‘Lieve mensen, het is niet wáár’, het heeft zich niet allemaal in Tjideng voorgedaan, het doet de werkelijkheid geweld aan, ziedaar het Oostindisch kampsyndroom, dat neerkomt op mythologisering.

Ik houd vol, met een overvloed van bewijsmateriaal aan mijn beide zijden, dat alle in ‘Bezonken rood’ beschreven Japanse schurkerijen en nog meer en andere wèl waar zijn geweest en ik allerminst heb voortgeweven aan een my­the, alleen is inderdaad niet waar dat ze allemaal in Tjideng hebben plaatsgevonden, er zijn er die in andere Jappenkampen zijn gebeurd, de romanschrijver eigent zich toe wat hij gebruiken kan.

Ik zou, volgens sommigen, beter een Jap­pen kamp met een verzonnen naam hebben moeten opvoeren, wat ik geen tel heb overwogen. Waarom me het risico aanhalen dat zou kunnen worden gedacht dat mijn hele relaas zou zijn verzonnen, inclusief de erin voorkomende personen, onder wie gezinsleden en zelfs inclusief mijzelf en mijn verdere levensloop: ‘Bezonken rood’ is een in grote trekken autobio­grafische roman, waarin hier en daar een decorstuk is toegevoegd of verplaatst, een kleur wat extra is aangezet, een tafereel als in een film aanschouwelijk is gemaakt, alles zoals het in een roman geoorloofd, soms noodzakelijk is.

Waarheid ligt niet in werkelijk gebeurde feiten en gebeurtenissen, maar in de weergave, het verhaal, het lied, het toneelstuk, de film, het schilderij en hoe het wordt verteld, vertolkt en zichtbaar gemaakt. 

Lees ook 

Rudy Kousbroek heeft veel kritiek geuit op ‘Bezonken rood', hierboven pareert Jeroen Brouwers hem. Onlangs zijn de ‘scherpe vragen’ die Kousbroek over Indië-boeken waaronder dat van Brouwers stelde, gememoreerd in de Trouwserie ‘oorlogsklassieker’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden