De waarheid boven alles

Standbeeld van Plato bij de Academie van Athene Beeld Thinkstock

Ook ik heb af en toe mijn Job Cohen-momenten. Waarschijnlijk kent iedereen de onthutsende ervaring oog in oog te staan met iemand die naar alle redelijke maatstaven ongelijk heeft, maar van de omstanders toch gelijk krijgt. Cohen gebeurde het regelmatig in zijn aanvaringen met Geert Wilders. Maar rechts-extremisten hebben daar niet het patent op. Mijn pijnlijkste ervaring van een mond vol tanden had ik tegenover een zeer linkse tegenstander. Ook toen ketsten al mijn argumenten, pleidooien en redeneringen af op een pantser van gewiekste oneliners.

Ik weet niet of Plato, in het woelige Athene van de vierde, vijfde eeuw voor Christus, ooit iets dergelijks ondervonden heeft. De tijden waren er wel naar. De samenleving veranderde snel, de bloeiende stadstaat trok een menigte 'gastarbeiders' aan, oorlogen stonden garant voor permanente buitenlandse dreiging. Het was een ideale voedingsbodem voor populisten en praatjesmakers, Strebers, die uit waren op geld en macht. 'Sofisten' werden zij genoemd: 'linke jongens'. Om waarheid maalden zij niet erg, om woorden die effect sorteerden des te meer.

Dat is althans het beeld dat ons van hen is overgeleverd - en Plato is daar in belangrijke mate verantwoordelijk voor. Want hij, zo hield hij zijn gehoor voor, was niet als zij. Hem ging het niet om winst of eigenbelang, maar slechts om wat waar was en uittorende boven alle gekrakeel. Waarheid is nu eenmaal eeuwig en wij, eindige mensen, kunnen ons daaraan alleen maar ondergeschikt maken.

Zo won Plato alsnog het pleit. Wie zwicht er ten slotte niet voor het absolute van de eeuwigheid? Daar hebben we de wetenschap aan te danken, die objectief de samenhang van de werkelijkheid doorzoekt, en ons geloof in een rechtvaardigheid die niet afhankelijk is van manipulatie of gladde praatjes. Plato, zo menen bijna alle filosofen, legde de grondslag voor de wijsbegeerte in al haar aspecten en van alles wat zich daarvan later heeft afgesplitst.

Retorische klap
Maar ook Plato bleef niet voor wantrouwen gespaard. Deed hij eigenlijk wel iets anders dan de sofisten die hij wilde verslaan - vroeg ruim tweeduizend jaar later Friedrich Nietzsche zich af. Was zijn beroep op de waarheid zélf wel zo waarachtig? Of was het misschien een sublieme truc waarmee hij in één klap de omstanders uit zijn tijd - en alle latere tijden - aan zijn kant kreeg? Wie zelf op hoge toon pretendeert belangeloos te zijn, zegt immers stilzwijgend dat zijn tegenstanders dat niet zijn. Die retorische klap komen die laatsten nooit meer te boven. Wie hardop roept I'm not a crook (Ik ben geen oplichter) zoals ooit Richard Nixon deed, is voor eeuwig door dat woord besmet.

Plato, zo meende Nietzsche, is dan ook niet de man die de filosofie gered heeft uit de klauwen van de sofisten. Hij is de wolf in schaapskleren die met zijn beroep op 'de waarheid' zijn gehoor alleen maar beter wist te manipuleren dan zij. Hij werd de succesvolste sofist, eenvoudigweg door te pretenderen dat niet te zijn.

Gelijk krijgen
Heeft Nietzsche gelijk? De enorme verdiensten van de wetenschap lijken hem tegen te spreken. We weten steeds beter hoe de werkelijkheid in elkaar zit. En ook al zijn wetenschapsfilosofen het er nog altijd niet over eens wat 'waarheid' hier precies betekent, we plukken daar technologisch wel de vruchten van.

Maar op mijn Job Cohen-momenten weet ik dat zo zeker niet. Dan lijkt het publieke debat plotseling veel meer op wat de sofisten beoefenden: een strijd om gelijk krijgen door met alle mogelijke middelen te suggereren dat je het al hebt. Daartegenover legt mijn koele rationaliteit het reddeloos af. Kennelijk omdat ik niet zo goed kan redeneren als Plato.

Of simpelweg omdat het trucje niet meer werkt: daar is de filosofie nog altijd niet uit. Feit is dat Plato's ster al enige tijd aan het dalen is. Karl Popper zag in hem de voorloper van het politieke totalitarisme, het postmodernisme de sofistische crook wiens geloof in een eeuwige waarheid gretig door het christendom werd omarmd.

Toch kunnen we het ook niet stellen zónder dat geloof, zo moest de Franse 'deconstructie'-filosoof Jacques Derrida toegeven. Elke loochening van de waarheid veronderstelt diezelfde waarheid steeds weer opnieuw. Of we Plato nu zien als de verlosser van het sofisme of juist als het goochemste voorbeeld daarvan, hij heeft ons reddeloos in de tang.

Dit is de laatste aflevering van de serie.

Wel politiek, geen politicus
Over Plato is weinig met zekerheid bekend. Hij werd in 427 voor Christus geboren in een vooraanstaande Atheense familie. Bij leven maakte hij de ondergang van het Atheense Rijk en de opkomst van het Macedonische Rijk mee. En veel oorlogen tussen Griekse stadstaten, vooral met Sparta. Zoals alle burgers uit die tijd moest Plato meevechten. Onzeker is of hij dit ook gedaan heeft. In 'de Staat', een van zijn bekendste werken, schrijft Plato dat zijn broers dapper hebben gevochten. Er werd in Plato's tijd niet alleen tussen stadstaten gevochten, ook binnen een stad als Athene bestond grote onenigheid, vooral over de vorm van bestuur. Er ontstond een tweedeling tussen de aristocratie, waartoe Plato behoorde, en de vrije burgers, die de democratie propageerden.

Verschillende familieleden van Plato maakten deel uit van antidemocratische, Spartaans gezinde Atheense burgers die na de nederlaag van Athene in de Peloponnesische Oorlog de macht grepen. Ook Plato leek voorbestemd politicus te worden. Dat dit niet gebeurde, is wellicht toe te schrijven aan zijn ontmoeting met de raadselachtige figuur Socrates, de filosoof die zelf nooit iets heeft opgeschreven. Hoewel we weinig over deze ontmoeting weten, moet zij van beslissende invloed zijn geweest op Plato. In de 'Dialogen van Plato' is Socrates de voornaamste spreker.

Op latere reizen probeerde Plato machthebbers van bijvoorbeeld Sicilië ertoe over te halen de politiek te schoeien op zijn gedachtengoed. Dit mislukte, maar het toont wel dat Plato zich ook bekommerde om de praktische kant van de politiek. Belangrijker is de stichting van de Academie geweest, het beroemde gymnasium met leerlingen als Aristoteles. Plato stierf in 347, op tachtigjarige leeftijd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden