ColumnNelleke Noordervliet

De waarde van het gewone, niet zozeer het uitzonderlijke

Elke morgen jubelt de merel zorgeloos zijn lied. Dat gaat gewoon door. Van alle kanten wordt op apocalyptische toon beweerd dat we een nieuwe samenleving zullen scheppen op de puinhopen van de oude, dat die beter en duurzamer zal worden of juist niet, dat de verschillen tussen arm en rijk groter zullen worden of juist niet, dat we geleerd zullen hebben van deze pandemische ervaring of juist niet. De toekomst is een echoput waarin iedereen zijn eigen hoop of vrees terughoort. Daarom concentreer ik me op het ­gewone, het onopvallend onveranderde. Die merel dus.

Zo is er meer gewoon. Er zijn bijvoorbeeld geruststellend veel boekhandels open, al moeten er te veel permanent sluiten. Op de markt haal ik als ­elke zaterdag vis bij de visboer. In het plassengebied bij Breukelen waar ik veel tijd doorbreng, varen boten en bootjes voorbij, soms misschien met iets te veel mensen (grote families?) op iets te korte afstand van elkaar zittend in de kuip, maar allen genietend van de zon, zoals ieder voorjaar.

In een paar ­dagen tijd heb ik struiken en bomen uit zien lopen. De meidoorn barst van de knoppen. Als ik boodschappen doe, groet ik de caissière en de vakkenvuller, en vraag ik waar ­tegenwoordig de Alpro staat. Kom ik een van mijn buren tegen op straat, dan maak ik op afstand een praatje. Via WhatsApp krijg ik foto’s doorgestuurd van de kleinkinderen die buiten spelen en gekke gezichten trekken voor oma. Tweewekelijks werk ik aan deze ­column. Soms doe ik een ­column voor de radio. Met mijn uitgever en de marketingafdeling overleg ik over mijn nieuwe roman die eind van de zomer uitkomt. Gewoon.

Licht ironisch zeiden we altijd ‘deo volente’

Ik bel en mail met vrienden en collega’s. Daarbij komt vanzelfsprekend de toestand in de wereld ter sprake, die – toegegeven – niet zo gewoon is. Zoals altijd in die gesprekken is de ­toekomst waarover we praten ongewis. We wisten sowieso nooit of de plannen die we hadden doorgang konden vinden. Licht ironisch zeiden we er dan ‘deo volente’ bij. Dat zeggen we nu ook weer. Maar er zit even een knik in de toekomst die we ons hadden voor­gesteld, een periode waarin we plannen moeten bijstellen, uitstellen, soms ­afstellen, andere plannen moeten ­maken. Er is een factor bij gekomen die we mee moeten wegen.

Het leven dwingt ons altijd al tot wendbaarheid. We worden onverwacht geconfronteerd met ziekte, afscheid, vertrek, conflict, ontslag. Soms komt dat door een betrekkelijk abstracte mondiale financiële crisis, soms door persoonlijke omstandigheden, soms door domme pech, en soms door een ontwrichtende pandemie. Het onverwachte is ook gewoon. Maar je zou gek worden als je permanent gespannen als een veer het onverwachte vreest.

Het onverwachte vereist wat geduld en toegeeflijkheid. Niet zo toegeeflijk, haast ik erbij te zeggen, dat we door ‘vrijwillig’ een overheidsapp te ­downloaden de rechtsstaat op de tocht moeten zetten. Maar gelukkig werkt de democratie nog en zijn we waakzaam.

Nataliteit is een krachtige gedachte

Vaak denk ik in deze tijd aan Hannah Arendt. Ze schreef over ‘nataliteit’, samen te vatten als het vermogen van de mens altijd weer te beginnen en opnieuw te beginnen. Het menselijk denken en piekeren heeft al te vaak betrekking op het einde, op omgaan met verlies, op dood, op niet-zijn versus zijn, Sein zum Tode, zoals Heidegger dat noemde. Arendt zet daar haar nataliteit tegenover.

Het is een krachtige gedachte. Het verlangen en het vermogen het leven te zien als een kans op vernieuwing, helpen om een crisis te doorstaan. Bij elke genezen patiënt is die kracht voelbaar. In de betrokkenheid en medemenselijkheid van degenen die stervenden en nabestaanden zorg en troost bieden zien we het. Door het ­verdriet heen blijft de liefde voor het ­leven en de moed opnieuw te beginnen.

Door de beperking in de manier waarop we het leven vieren en genieten worden we ons meer dan ooit bewust van de waarden die we het hoogst ­houden. En dat blijkt niet zozeer het uitzonderlijke te zijn, maar vooral het gewone, het herhaalde, het herhaalbare. Zoals het lied van de merel. 

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelle’s en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden