De Waard: wat geen vorm heeft bestaat niet

Wie zichzelf herleest, leest een grafschrift. Daarom spreken schrijvers meestal over recent of nieuw werk. Maar wat gebeurt er als schrijvers hun oude teksten onder de loep nemen? Een serie gesprekken met dichters die een oeuvre hebben opgebouwd waarnaar ze kunnen omzien in trots, verwondering en zelfkritiek.

Delen van haar majestueuze duinhuis 't Vogelwater zijn nog ingericht in de sfeer van Chr. J. van Geel, de dichter met wie Elly de Waard meer dan tien jaar samenleefde. En Van Geel mag inmiddels ruim vijftien jaar dood zijn, sprekend over De Waards vroege poëzie valt zijn naam nog geregeld: ,,'Scheppen is zien', in dit gedicht is de invloed van Emily Dickinson en Van Geel nog duidelijk zichtbaar.'

,,Gepubliceerde bundels kijk ik niet meer in, behalve om eruit voor te lezen. Ik wil vergeten wat ik heb gemaakt, anders heb ik het idee dat ik niet opnieuw kan beginnen. Maar toch, toen ik laatst mijn eerste bundel herlas, werd ik verrast door de kunde die eruit sprak. Hoewel ik nog nauwelijks kennis van zaken had -technische kennis- hebben de gedichten een geweldige schwung. Ook herkende ik het dilemma waarvoor ik toen stond, de keuzes die ik moest maar niet kon maken.'

,,Aan de ene kant heb ik in het gedicht 'Scheppen is zien' geprobeerd een mededeling zo kort mogelijk te formuleren, waar mogelijk heb ik lidwoorden en hulpwerkwoorden weggelaten. Dat is de dictie van Van Geel en Dickinson, ook zij korten zinnen in. Aan de andere kant houd ik erg van parlando-achtige zinnen, die over de regel heen worden getrokken. Ik heb van Brodsky geleerd dat een gedicht prima uit één zin kan bestaan.'

U spreekt over een 'dilemma', omdat het weglaten van zinsdelen in tegenspraak is met de wens lange zinnen te schrijven op een vrij dagelijkse spreektoon?

,,Niet té dagelijks. Poëzie moet niet te parlando worden. Regels mogen nooit verslappen -behalve wanneer dat de bedoeling is- er moet ritmische spanning op staan. Maar inderdaad, die tegenspraak zit in het gedicht. De eerste regel is beknopt: 'Scheppen is zien'. De vierde regel daarentegen is lang, te lang, die regel is nog niet goed, hij loopt wel, maar bestaat uit te veel bijzinnen, er staan te veel komma's in.'

Aan het einde wordt plotseling weer ingekort.

,,Ja. 'Scheppen is zien maar meestal/ iets bekends.' Waarschijnlijk zou ik daar nu van maken: 'Scheppen is zien maar meestal/ is het iets bekends.' Omdat het de pointe van het gedicht is, zou ik nu een hulpwerkwoord invoegen.'

Nog meer kritiek?

,,In de vijfde regel staat 'zijn lichaam', dat zou ik nu neutraler formuleren: 'het lichaam'.'

'Zijn' is te mannelijk?

,,Daar heeft het niets mee te maken. Ik ben niet antimannen. 'Zijn' is te persoonlijk.'

,,Ik zou ook meer strofering hebben aangebracht, meer wit hebben ingevoegd. Strofering maakt de vorm hechter. Aanvankelijk schreef ik vrije verzen, in de traditie van de moderne Nederlandse dichters. Ik voelde me niet gebonden door rijm, vaste ritmiek, of een strikte manier van afbreken.'

,,Vanaf mijn vierde bundel ontdekte ik dat een vaste vorm nieuwe perspectieven biedt. In mijn bundel 'Wildernis van verbindingen' heb ik zo'n vorm ten uiterste onderzocht; 82 gedichten van twee keer tien regels met een vast aantal lettergrepen per regel.'

U zit te tellen?

,,Ik ga uit van een gemiddelde: heb je ergens een lettergreep te veel, dan moet dat in een volgende regel worden opgevangen.'

Maar welk perspectief biedt het tellen van lettergrepen?

,,In een vaste vorm kun je meer chaos toelaten. Totaal vrije verzen moeten inhoudelijk gebonden zijn, om niet te vervallen in wartaal. Naar mijn idee heeft deze beperking ervoor gezorgd dat moderne Nederlandse poëzie een tijd lang inhoudelijk alleen nog maar over poëzie kon gaan. Dat heb ik altijd een doodlopende weg gevonden. Een uitweg uit deze impasse is de vaste vorm. Want een vaste vorm houdt de chaos binnen de perken.'

Suggereert een verband.

,,Precies. Dat heb ik onderzocht bij Gorters 'Kenteringsonnetten'. Gorter schreef deze gedichten nadat hij echt gek dreigde te worden van zijn sensitieve verzen. Een raar hoofd kreeg, zoals hij ergens schrijft, en rare ogen. Voor zijn eigen gezondheid heeft hij het sonnet opnieuw ontdekt. In die 'Kenteringssonnetten' is inhoudelijk sprake van een krankzinnige vrijheid, maar ook al kraken de verzen aan alle kanten, ze worden door de vorm in evenwicht gehouden. De vreemdste woordcombinaties, de meest uiteenlopende gemoedstoestanden, de idiootste gebeurtenissen -de vorm giet ze in een bezield verband.'

,,In poëzie kun je alles uitdrukken, als je het maar poëtisch waarmaakt; wat geen vorm heeft bestaat niet. Ik schrijf dus ook niet vanuit een thema, ik zoek geen onderwerpen, ik zoek stukken poëzie, zinnen.'

,,Maar terugkijkend zijn er wel thema's te ontdekken. Je obsessies veranderen niet, naarmate je ouder wordt krijg je beter, dieper inzicht in de dingen. De jeugdige aandrift het hier en nu te pakken te willen krijgen, verdwijnt, en maakt plaats voor minder haastige, misschien ook minder vluchtige associaties. Zoals Leopold zegt: In machtige jeugd, vurig een waanzinvol, in dagen tot bezadiging bedaard, warm en van fulpen aard. Die bezadiging hoop ik lang uit te stellen, maar die fulpen aard komt er wel aan.'

,,Ik heb onlangs een gedicht geschreven dat begint met: 'Verliefd zijn is scheppen/ zien naar ons wensen'. Dat is een overeenkomstig thema. Maar ik vind dat het recente gedicht veel doorzichtiger is, helderder. Aan beide gedichten ligt ten grondslag dat zien en scheppen een aspect van hetzelfde is.'

,,In het oude gedicht is het zien gekoppeld aan de chaos van een marmertekening, waarvan je je de vormen toe-eigent. Omdat je nooit iets onbekends kan zien, herken je altijd wel iets. Dit idee is in het nieuwe gedicht veel duidelijker uitgewerkt. 'Verliefd zijn is scheppen/ zien naar ons wensen, zien/ zich toe te wensen, te/ eigenen bovendien.' We zien wat we willen zien, zelfs in de liefde.'

Het recente gedicht is toegankelijker.

,,'Verliefd zijn is scheppen' is een goed voorbeeld waartoe vorm in staat is. Het oude gedicht is stugger van vorm, en dus ook stugger van inhoud. Mijn gedichten zijn als rotsblokken, die in de jaren zijn bijgeslepen.'

Het gedicht oogt ook gewoner.

,,Vroeger had ik meer ongewoonheid nodig. Vooral van Nijhoff en Leopold is bekend dat ze zulke gewone regels konden schrijven, terwijl die gewone regels toch superpoëtisch waren. Ik herinner me nog dat ik op een dag ineens meende in staat te zijn een regel te schrijven van Leopoldachtige eenvoud.'

,,Een illustratief voorbeeld is het slot van Leopolds gedicht 'Cheops'. Nadat de farao een lange reis gemaakt heeft, eindigt hij in de piramide. Dan volgt de laatste strofe: 'Ook deze schildering/ volgt nu de oude, vestigt zijnen zin/ op haar bestand en laat zijn aandacht dolen/ allengs; hij is geboeid door de symbolen/ van het voormalige en hij hangt er in.' Een verschrikkelijk slap, maar subliem einde!'

Wat is er slap aan?

,,Zo'n einde is een ventiel waardoor het gedicht leegloopt. In het gedicht passeren de meest verheven zaken: het heelal, de schepping, en dan in zijn graftombe eindigt hij nietszeggend. En dat hoeft ook niet meer. Hij is opnieuw thuisgekomen. Deze zin wordt gerechtvaardigd door het hele gedicht, en sublimeert het.'

Durft u ook zulke slappe zinnen te schrijven?

,,Dat streef ik na. Maar dat kost moeite, dat lef moet je veroveren, en je moet de vorm veroveren waarin zulke slappe zinnen op hun plaats vallen.'

De poëzie van Elly de Waard verschijnt bij uitgeverij De Harmonie. Haar laatste bundel 'Anderling' verscheen in 1998.

Verliefd zijn is scheppen, zien naar ons wensen, zien zich toe te wensen, te

eigenen bovendien.

Verliefdheid is verbeelding.

Zo verbeeldde het water

zich eens, toen het verhit

was geweest en bevroren

en weer afkoelde en zich

goed voelde en als goddelijk

bewoog in zijn bekken,

dat het verliefd was geworden

op stof omdat het licht

er zo mooi op viel en het

streelde dat het levend

was en het werd want zelfs

verbeelding heeft nakroost

hoezeer microscopisch

ook in den beginne -

het wordt vanzelf groot.

Nog ongepubliceerd

In de chaos van een marmertekening

ligt wat denkbaar en bedacht is opgehoopt.

Wat ik zo-even zag, van een gehangene het hoofd -

o ander marmer elders waarop zijn lichaam viel -

is er, sinds het moment dat ik, om uit te rusten

van de schrik, was afgewend, onvindbaar in.

Scheppen is zien, maar meestal

iets bekends.

Uit: Afstand, 1978

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden