De vuurpijl

Om kwart voor twaalf kropen we via de brandladder het dak op van het huis van vrienden uit de straat. We staken onze hoofden door het dakraam op dertig meter hoogte en constateerden dat de diepvries in de keuken wellicht warmer is. De thermometer wees zestien graden onder nul aan. Er stond ook nog een messcherpe wind. Maar we konden het niet laten ten minste één keer de jaarwisseling bij Stefan en Bürbel op het dak door te brengen. Ze beloofden ons vanaf dit hellend vlak een superieur uitzicht over Berlijn en een geheel andere kijk op de buurt. Maar het was daar zelfs tegen de schoorsteen aan zo koud, dat ik niet meer kon zien of ze achter de Brandenburger Tor net zo veel vuurpijlen afschoten als in het westen. Ik had eenvoudigweg niet de moed mijn hoofd iets verder uit mijn kraag te strekken. De champagne die we mee hadden gezeuld, bleef lekker fris, dat wel. We staken zelfs met verstijfde ledematen vuurpijlen af.

Als opwarmertje mijmerden we over ons buurtje dat de sprong voorwaarts naar het leven als Duitse regeringsstad niet lijkt te halen. De winkeliers hebben geen puf meer. Ze hebben zo lang vol verwachting gehoopt op de grote verhuizing uit Bonn en alles wat die ambtenaren alvast vooruit reist en alles wat ze in hun kielzog aan bedrijvigheid meesleuren, dat ze het spel vaak te hoog speelden. Berlijn is armer dan ooit. En dat merken wij hier omdat zich om de hoek het regeringsspektakel zou moeten gaan afspelen.

Maar onze goede bakker zal het niet meer meemaken. Geen ambtenaar zal zijn fantastische warme broden kunnen proeven want hij heeft het niet gered, hij ging op 1 januari failliet. Tot onze verbazing want de winkel was altijd goed gevuld met klanten. De tamtam in de buurt beweert dat huiseigenaren - van wie het hart ook al jaren vol verwachting klopt - de huren van winkels alvast op topniveau hebben vastgelegd. Onze bakker moest voor zijn nederig pandje 5 000 mark per maand betalen. Voor de Wende had hij het in deze buurt zeker voor minder dan duizend gekregen. Toen waren ze hier blij met iedere winkelier.

Op de hoek van onze straat was tot vorige maand het onvolprezen meubelhuis van de heer Machinek. Ook hij heeft na vijftig jaar wekenlang met zijn pluche meubels en krullerige bijzettafeltjes voor een derde van de prijs moeten leuren. Misschien was zijn handelswaar inderdaad afschuwelijk lelijk en hopeloos ouderwets en waren zijn potentiële klanten allang gestorven, zoals ik vermoed. Maar ook Machinek (spreek uit als maginek en niet masjienek, dat werkt hier op de lachspieren) zal gehoopt hebben op een enkele ambtenaar of minister met gevoel voor degelijk burgerlijk eikehout met uitgeschoren pluche.

Hoe gevoelig dit sterfproces van de kleine middenstand ligt, bleek toen Stefan de jaren-vijftig-etalage met dito lichtreclame voor me wilde fotograferen. Ik kan me namelijk deze straat niet voorstellen zonder dit pronkjuweel van oubolligheid en wilde daar een afscheidsfoto van hebben. Maar de fotograaf overleefde deze onschuldige actie ternauwernood want Machinek ging hem direct schreeuwend te lijf. Hij dacht dat het hier om een gier ging, afkomstig uit de o zo bloeddorstige speculantenkringen.

De lijkenlucht hangt in vrijwel alle andere winkels, behalve bij slagerij Thiel en de Turkse groenteman. Het delicatessenzaakje dat hier volstrekt misplaatst is, zal de Bonner klanten zeker niet meer begroeten. Hij verkoopt namelijk viezigheid en daar zit hier niemand op te wachten. Bovendien heeft hij nu al een slechte naam. Hij laat plastic velletjes aan de worst zitten vooor hij die in plakjes snijdt. Die blijven in je keel steken. Zo tekent hij, samen met het wurgende huurcontract dat hij zeker heeft, zijn eigen doodvonnis.

Zelfs de pizzabakker die vijf miljoen investeerde in een gigantisch protserig kantorencomplex om de hoek, knijpt 'm. Het ministerie van binnenlandse zaken had bijna een huurcontract getekend en in één keer alles gehuurd wat nu al twee jaar leeg staat. Maar daar stak de minister van financiën Theo Waigel deze week een stokje voor. Misschien is het toch goedkoper, denkt hij, een oud kolos in Oost-Berlijn een nieuw verfje te geven. Straks komt hij er achter dat het het allergoedkoopst is om in Bonn te blijven. Dan sterft Berlijn definitief.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden