'De VU werd simpelweg te groot'

Interview | Ooit gold de Vrije Universiteit Amsterdam als een bastion van gereformeerde orthodoxie. Maar om te overleven zei de universiteit haar eigen beginselen vaarwel, meent Henk Woldring. Ook de filosofiebeoefening veranderde.

Een calvinistische universiteit, daar was dringend behoefte aan. Althans, dat vonden de gereformeerde heren die op een decembermorgen in 1877 vergaderden over de toenmalige stand van zaken in de academische wereld. Ze deelden elkaars onvrede over het gebrek aan orthodoxe hoogleraren aan de bestaande universiteiten, waar 'de wetenschap boven geloof en de ratio boven het geloofswonder' werden geplaatst. Eén van die aanwezigen, bierbrouwer en politicus Willem Hovy, zei: "Zouden wij ook zelf een universiteit kunnen stichten?"

En zo ontstond het idee van de Vrije Universiteit, schrijft Henk Woldring (1943) in zijn vuistdikke boek 'Een handvol filosofen', over de geschiedenis van de faculteit der wijsbegeerte aan de universiteit. Woldring doceerde er jarenlang zelf, als hoogleraar politieke filosofie. Sinds 2008 is hij met emeritaat. Hoewel zijn boek de geschiedenis van het filosofieonderwijs aan de VU beschrijft, is de reikwijdte ervan breder. Vanaf de oprichting kreeg de wijsbegeerte een centrale positie binnen de universiteit. Filosofen moesten de andere faculteiten van een calvinistisch fundament voorzien en raakten zo verweven met de ontwikkeling en geschiedenis van de universiteit als geheel.

En passant corrigeert Woldring het gangbare beeld dat het idee voor de Vrije Universiteit uit de koker van theoloog en politicus Abraham Kuyper kwam, die ook bij die roemruchte ontmoeting in 1877 aanwezig was. Toch was Kuypers invloed wel degelijk groot, zegt Woldring. We zitten in een vergaderkamer op de tweede verdieping van het grijze VU-gebouw in Amsterdam Zuid. De deur is van glas; een vensterraam biedt uitzicht op een soort binnenplaats waar een enkele boom staat. Woldring nipt wat van zijn automaatkoffie en vervolgt: "Kuyper werd de eerste rector magnificus. Hij wilde een universiteit met een eigen geluid, gebaseerd op calvinistische beginselen. In de jaren dertig van de vorige eeuw werkte hoogleraar rechtsfilosofie Herman Dooyeweerd Kuypers ideeën verder uit in zijn driedelige boek 'De wijsbegeerte der wetsidee'. Er ontstond een heel eigen school, de 'reformatorische wijsbegeerte'."

Wat hield die filosofie in?

"Dooyeweerd verwierp het verlichtingsdenken, dat de autonome rede in het zadel had geholpen. Hij stelde dat elke wetenschappelijke theorie uitgangspunten heeft die vanuit die wetenschap zelf niet te beargumenteren zijn. Ze worden dan ook meestal niet ter discussie gesteld. Dooyeweerd wilde die 'transcendente axioma's', zoals hij ze noemde, juist wel kritisch ondervragen. Volgens hem moest in elke wetenschap worden voortgebouwd op religieuze grondbeginselen. Want, zei hij, de verschillende wetenschappen bestuderen allemaal dezelfde 'goddelijke kosmos' - ook al doet iedereen dat vanuit een ander gezichtspunt: de een houdt zich bezig met het getalsmatige aspect van de werkelijkheid, andere wetenschappers met het psychische of het juridische aspect ervan. Deze aspecten noemde Dooyeweerd 'wetskringen'. Hij wist die te verenigen in één groot geheel."

Hoe reageerden wetenschappers binnen de andere faculteiten aan de VU op Dooyeweerds gedachten?

"De meesten hebben er altijd moeite mee gehad. Het onderzoeken van de grondbeginselen werd door hen wel gewaardeerd, maar niet als dat betekende dat zij ook hun eigen vakgebied kritisch moesten bekijken. Bovendien kon je volgens hen net zo goed over die aspecten spreken zonder religieuze vooronderstelling. Dat is wat momenteel ook aan de VU gebeurt."

Onderschreef destijds niet elke VU-wetenschapper de calvinistische doelstellingen van de universiteit?

"Jawel, dat was ook een voorwaarde om aangenomen te worden. Maar de theoretische ideeën van Dooyeweerd botsten vaak met de wetenschappelijke verworvenheden. Hij ging bijvoorbeeld uit van het scheppingsidee waarin elke soort zijn eigen identiteit heeft. Dat konden de biologen niet rijmen met de evolutionaire inzichten waarin het ene uit het andere voortkomt."

Was er op de VU ruimte voor die opvattingen?

"In de ogen van Dooyeweerds epigonen niet. Hij heeft altijd een antithetische houding aangenomen, wat natuurlijk niet bepaald constructief is. Pas met de benoeming van professor C.A. van Peursen, in de jaren zestig, kwamen de eerste scheurtjes in het bolwerk van de calvinistische wijsbegeerte. Van Peursen vond dat Dooyeweerds statische filosofische opvattingen geen recht deden aan de dynamische werkelijkheid. Hij was een overtuigd christen, maar aanvaardde dat God in deze wereld ook werkt bij mensen die niet in hem geloven. Ik beschouw Van Peursen, meer dan Dooyeweerd, als mijn leermeester."

Van Peursen werd in zijn kritiek bijgestaan door de tijdsgeest. Het waren de roerige jaren zestig: Nederland democratiseerde en de verzuilde samenleving begon langzaam af te brokkelen. Ook de Vrije Universiteit ontkwam niet aan deze moderniseringen. Er werd meer naar het personeel geluisterd; de universiteit werd steeds meer een spiegel van een open samenleving, waarin mensen met verschillende overtuigingen en opvattingen konden samenwerken.

Hoe kan het dat zelfs de VU uiteindelijk niet kon vasthouden aan haar calvinistische karakter?

"Een fundamentalistische werkwijze met een sterke sociale controle kun je nog wel volhouden op een universiteit met twee- à drieduizend studenten, maar niet met vijftienduizend. De VU werd simpelweg te groot. En voor zo'n grote onderwijsinstelling is het ook onmogelijk om voor elk vakgebied wetenschappers te vinden die zowel gekwalificeerd zijn als de religieuze doelstellingen onderschrijven. Op den duur werden de eerste niet-gelovigen oogluikend toegelaten. Heel begrijpelijk natuurlijk; je kunt een leerstoel niet vacant laten, dan verlies je al snel je internationale prestige."

Wordt er niet sowieso altijd wat neergekeken op universiteiten met een christelijke grondslag?

"Dat is in het verleden vaak gebeurd. Maar een universiteit kan niet als één geheel worden gezien. Het gaat om de mensen die er werken, om wat die presteren. Als iemand met zijn wetenschappelijke prestaties respect afdwingt, maakt het niet uit dat hij of zij een religieuze achtergrond heeft."

Ondanks de secularisatie waait er de laatste jaren weer af en toe een calvinistisch briesje door de VU-vertrekken. Zo schreven hoogleraar theologie Stefan Paas en postdoc Rik Peels onlangs het boek 'God bewijzen', waarin zij de argumenten voor en tegen godsgeloof op een rij zetten. Het team van hoogleraar filosofie René van Woudenberg kreeg zelfs 2,4 miljoen euro van het Amerikaanse Templeton World Charity Organisation. Daarmee moet worden onderzocht of er ook kennis kan worden verkregen op een 'niet-wetenschappelijke manier'.

Het lijkt erop dat de huidige generatie VU-filosofen de calvinistische wijsbegeerte nieuw leven probeert in te blazen.

"Maar op een heel andere manier dan Dooyeweerd dat deed. Het is meer godsdienstfilosofie met een sterk logische, analytisch-argumentatieve benadering. Als je tegenwoordig als christen iets zegt, moet dat een valide verhaal zijn. Maar dat geldt net zo goed voor een atheïst. Van Woudenberg kan soms zowel het verhaal van een niet-gelovige als van een christen genadeloos onderuithalen. Dat is prachtig om te zien."

Hoe kijkt u tegen die ontwikkelingen aan?

"Het is niet mijn benadering, maar als de universiteit deze mensen het licht niet in de ogen zou gunnen, zou zij het spoor bijster zijn. Dat is nota bene de reden dat de VU is ontstaan: christelijke hoogleraarkandidaten waren geen kanshebbers aan de rijksuniversiteiten, want godsdienst vond men achterlijk. Dat dedain is nu gelukkig grotendeels verdwenen."

Toch lijkt het vooral de VU te zijn waar dit soort onderzoek plaatsvindt.

"Natuurlijk hebben wij een bepaalde traditie op dit gebied, maar ik vind dat zoiets aan elke universiteit bestaansrecht zou moeten hebben. Dat is een teken van beschaving. Het is bovendien precies waar het in de academie om gaat: hoe kun je op grond van redelijke argumentatie de waarheid achterhalen? Dat is ook wat in mijn optiek filosofie is: vragen stellen om pseudokennis onderuit te halen, en de waarheid op het spoor te komen."

'Als je tegenwoordig als christen iets zegt, moet dat een valide verhaal zijn. Maar dat geldt net zo goed voor een atheïst.'

H.E.S. Woldring. Een handvol filosofen. Geschiedenis van de filosofiebeoefening aan de Vrije Universiteit in Amsterdam van 1880 tot 2012. Uitgeverij Verloren, Hilversum, 2013. 49 euro.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden