De VS zijn voorbestemd om de wereldorde te handhaven

Roekeloos ingrijpen in het buitenland is al even dom als afzijdigheid. Die wijsheid vloeit voort uit Amerika's geschiedenis en ligging. En daar is ook Trump aan gehouden, betoogt Robert Kaplan.

Hoe ver dienen de Verenigde Staten te gaan in het uitoefenen van macht, waar moeten ze hun stempel op drukken? Wanneer is ingrijpen elders geboden, en hoe dan? Deze vragen vergezellen ons al zolang als onze geschiedenis duurt.


In 1821 waarschuwde John Quincy Adams (op dat moment minister van buitenlandse zaken en later president, red.) tegen ingrijpen over de grens 'om daar monsters na te jagen en die te bestrijden'. Maar meer dan Adams ooit heeft kunnen bedenken, zijn we met alles en iedereen verbonden geraakt. En daardoor zijn we gedwongen - of hebben we ons laten verleiden - te gaan doen wat Adams ons stellig afraadde. Op de Balkan, in Afghanistan, Irak, Syrië, en wie weet, binnenkort in Noord-Korea.


Donald J. Trump heeft gedreigd om de handen van de wereld af te trekken. Staat dat niet haaks op de handelwijze van ons land door de historie heen?


Het antwoord op die vraag ligt voor het grijpen, maar is altijd over het hoofd gezien: het is de geografie van Amerika.


Met een beetje kennis van de aardbol weet je dat de Verenigde Staten van Amerika zo ongeveer een eiland vormen, aan weerszijden beschermd door twee oceanen en in het noorden door de dunbevolkte Canadese poolgebieden. Deze technische gegevens zijn nog maar het begin van het antwoord. Amerika's fysieke en landschappelijke eigenschappen verlenen ons land daarnaast een mentale richting in onze buitenlandpolitiek - en daar kan meneer Trump niets aan veranderen.


Liggend in de gematigde zone van Noord-Amerika vormen de VS een soort 'satelliet' van het Afro-Eurazische 'Wereld-eiland', schreef de Britse geograaf Halford J. Mackinder in 1919. De VS liggen niet alleen op veilige afstand van de bedreigingen en complicaties van de Oude Wereld. Ze beschikken ook over een enorme rijkdom aan grondstoffen, van mineralen tot fossiele brandstoffen. Daarnaast hebben ze een kustlijn met meer kilometers bevaarbare vaarwegen naar het binnenland dan het grootste deel van de wereld bij elkaar heeft. Dat rivierennetwerk strekt zich niet uit over de kale Great Plains en de Rocky Mountains, maar bereikt juist de vruchtbaarste landbouwgebieden. De rivieren stromen over de rijke bodem van het Midden-Westen, waar ze de (sinds de 19de eeuw bewoonde) drukbevolkte streken aaneenrijgen, en vervoer van goederen en diensten diep het continent in mogelijk maken. Dit rivierensysteem, als het nervenpatroon van een blad, mondt uit in de Mississippi die op zijn beurt tot aan de Golf van Mexico en de Cariben reikt. Daarmee ontstaat een verbinding tussen boerderijen en steden in dichtbevolkte gebieden met de wereldomspannende scheepvaart en communicatie.


De Verenigde Staten lagen altijd op veilige afstand van de Oude Wereld, maar ze zijn er nooit van geïsoleerd geweest. Om het belang van het uitgestrekte Caribische gebied voor het stroomgebied van de Mississippi veilig te stellen, is Amerika altijd gedwongen geweest om zich dominant op te stellen in wat wel de 'Amerikaanse Méditerranée' heet, voor het hele westelijk halfrond speelt deze regio een doorslaggevende geopolitieke rol.


Dat de VS zich daar zo sterk maken, is begonnen met de Monroedoctrine (naar de president die in 1823 Europese bemoeienis op het westelijk halfrond aan banden legde, red.) en kreeg zijn voltooiing in de aanleg van het Panamakanaal. De VS konden daar zo'n beslissende invloed uitoefenen, dat ze hun wil ook konden opleggen aan het andere halfrond - daar draaide de geschiedenis van de twintigste eeuw in essentie om. Twee wereldoorlogen en een Koude Oorlog zijn uitgevochten om te voorkomen dat geen land of bondgenootschap de Oude Wereld zou kunnen gaan overheersen met dezelfde kracht als waarmee de VS de Nieuwe Wereld domineerden.


Voordat de Amerikanen het Caribisch gebied konden gaan beheersen, moesten ze eerst hun eigen continent naar hun hand zetten. Het struikelblok waren de Great Plains, of de Grote Woestijn, zoals ze in de 19de eeuw zeiden. Die Grote Woestijn was kurkdroog, een oneindige platte vlakte die immer dorstte naar water, zeker vergeleken met het waterrijke Midden-Westen met zijn rijke akkerlanden. De oostelijke kant van het continent, dooraderd met rivieren, bleek een goede voedingsbodem voor individualisme. Het westelijk deel vroeg om iets anders: communalisme, samenwerking om het schaarse water te benutten. Iowa bestaat bijna helemaal uit vruchtbare landbouwgrond, het verschroeide Utah heeft maar drie procent bruikbare akkers. De Great Plains en de Rocky Mountains hebben de geschiedenis van de VS beslissend bepaald, ze hebben de Angelsaksische cultuur veranderd in een eigen, Amerikaanse.


Die eigen Amerikaanse cultuur was maar in beperkte mate die van de cowboys met hun riskante solistengedrag. Wat veel sterker doorwerkte, was uiterste voorzichtigheid, het in acht nemen van grenzen, en tragisch denken om het ergste te voorkomen. Alleen met die psychologische houding, deze strategie, kon je overleven in een ongehoord vijandig en verzengend landschap. Het koloniseren van het westen van Amerika heeft de pioniers met al hun veroveringsdrift geleerd dat ze niet alles naar hun hand konden zetten. Dat is de kern van het inzicht van verschillende auteurs uit het midden van de 20ste eeuw, toen de kolonistentijd nog niet zo ver achter ons lag.


En dan iets anders. De Verenigde Staten moesten een beroep doen op de hulpbronnen van een heel continent om het Duitse en Japanse fascisme te verslaan, en later het Sovjet-communisme. Zonder Manifest Destiny (de 19de-eeuwse stroming die Amerikaans imperialisme voorstond, red.) was de overwinning in de Tweede Wereldoorlog onmogelijk geweest.


Maar het koloniseren van het continent ging wel gepaard met slavernij en volkerenmoord tegen de oorspronkelijke bewoners. Daardoor vormt de Amerikaanse geschiedenis een moreel obstakel. De enige manier om die zonden goed te maken, is door goed te doen in de wereld. Dat goedmaken dient wel altijd getemperd te worden door je af te vragen: wat kan erdoor mislopen? Deze overwegingen vloeien alle voort uit de wisselwerking tussen Amerikanen en hun landschap.


Technologie doet nu afstand teniet. Toch verdwijnt de geografie niet: het wordt alleen maar meer claustrofobisch op de aarde die overvol raakt, waar de wedijver groeit en iedereen met iedereen te maken heeft. De ontwikkeling van Zuid-Amerika noordwaarts, vanuit Mexico en Centraal-Amerika de VS in, gaat gewoon door, daar maakt geen muur een eind aan. Die ontwikkeling maakt geografisch en demografisch zichtbaar hoezeer de VS bij de rest van de wereld betrokken zijn.


De wereld is kleiner geworden. Vroeger waren afstanden een sterk argument om afstand te houden, het duurde vijf dagen om met een oceaanstomer de Atlantische Oceaan over te steken. In een wereld van cybercommunicatie wordt isolationisme iets absurds. Wat wel blijft is die enorme zwaartekracht van een groot, geplaagd continent, waardoor het lijkt alsof de rest van de wereld er niet toe doet.


Een hang naar militant interventionisme, zonder oog voor de prangende problemen op het eigen continent - en voorbijgaand aan het respect dat de pioniers hadden voor grenzen - is net zo absurd als isolationisme. Isolationisme schendt Amerika's behoefte zijn macht te laten gelden, een behoefte die begint bij de monding van het rivierennetwerk in het Caribisch gebied. Het Amerikaanse landschap, rijk aan mogelijkheden in de ene streek, en schier onbewoonbaar in de andere, dient ons bescheiden te maken, en is een argument voor afgewogen, realistisch internationalisme.


Realisme is geen isolationisme. Doordat we een satelliet van Eurazië zijn, wonen onze bondgenoten ver weg, aan de randen van het supercontinent, nabij de grote autocratische machten Rusland en China. Door die bondgenoten te steunen, voorkomen we dat een ander dezelfde macht in de Oude Wereld verwerft als wij in de Nieuwe Wereld hebben.


We doen dit om morele redenen: alleen als we onze macht uitoefenen, kunnen we onze waarden uitdragen. Maar we moeten altijd beseffen dat binnenvallen vereist dat je regeert. Zodra je een gebied veroverd hebt, heb je zorg te dragen voor goed bestuur. Ook dat besef is verbonden met het koloniseren van het westelijke deel van de VS. De pioniers kenden de gevaren die landschap en ligging met zich meebrachten. We moesten zuinig omspringen met middelen, verder komen zonder het achterland te verspelen, en zorgen voor aanvoerlijnen, hoewel dat de voortgang vertraagde.


Alles draaide om pragmatisch handelen. Dat was de winst van het koloniseren van een schraal continent aan de overzijde van de Missouri. Het werd Amerika's eerste ervaring met het vormen van een natie in een fysiek vijandige omgeving. Hoe verder we afdrijven van het psychologisch inzicht dat daar is opgedaan, des te lastiger krijgen we het met het benaderen van de wereld buiten ons.


Zo voert onze geografie een vurig pleidooi voor evenwichtigheid: bekommer je om het opbouwen van je eigen land, maar denk ook aan de wereldwijde verantwoordelijkheden die je als zeevarende natie hebt. Het was ten slotte door het veroveren van een grote woestijn dat we een machtige maritieme staat konden worden - zonder het doortrekken tot aan de Pacifische kust hadden we nooit een machtige vloot kunnen uitbouwen. En juist door die marine - hét strategische wapen, omdat we nooit willen grijpen naar nucleaire wapens - waarborgen we de grote vaarroutes die ons en onze bondgenoten toegang voorzien van brandstoffen. Zo kunnen we iets van een wereldorde handhaven. Door zijn ligging is Amerika voorbestemd om de leiding te nemen.


© 2017 The New York Times


Robert D. Kaplan: 'De verovering van de Rockies' Spectrum 224 blz. euro 22,50 (e-book euro 12,99)


Robert D. Kaplan (1952) schrijft over de aard van Amerika's macht in diverse bladen. Hij was fervent voorstander van de Irak-oorlog. Deze week verscheen zijn boek 'Earning the Rockies' in Nederlandse vertaling.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden