REPORTAGE

De VS zijn vlakbij voor vluchtelingen, maar ook zo pijnlijk ver weg

Het opvangkamp in Tijuana. Beeld Jan-Albert Hootsen

De Noord-Mexicaanse grensstad Tijuana is de voorlopige eindhalte van de karavaan Hondurese vluchtelingen op weg naar de Verenigde Staten.

Ze worden door de lokale autoriteiten opgevangen in een geïmproviseerd tentenkamp. Stalen barrières en duizenden soldaten en agenten scheiden hen van hun reisdoel. De Midden-Amerikanen hopen de komende maanden alsnog asiel te kunnen aanvragen, al heeft president Donald Trump meermalen gezegd hen niet toe te laten. Drie vluchtelingen aan het woord.

‘Ik wil mijn zoontje een toekomst bieden’

Fabiola Díaz (25)
Beroep: boerin
Reist met: haar zoontje

Fabiola Díaz Beeld Jan-Albert Hootsen

Fabiola staart vermoeid naar buiten, terwijl haar zoontje, nog geen twee jaar oud, al struikelend over de koorden die haar tentje overeind houden met een plastic autootje speelt. “We krijgen wel hulp van de Mexicanen, maar het is moeilijk hier”, zucht ze. Ze moet om de haverklap hoesten. “Ik ben ziek, ik denk dat ik koorts heb. Heel veel mensen hier in het kamp hebben last van griep. De omstandigheden zijn niet goed.”

Toch is ze liever in Tijuana, in afwachting van een mogelijk asiel in de Verenigde Staten, dan in Santa Barbara, het plaatsje in het westen van Honduras dat ze ongeveer twee maanden geleden achter zich liet. “Ik werkte op het land, maar het was nooit voldoende om rond te kunnen komen. De laatste jaren is alles vreselijk duur geworden in Honduras. Ik kon niet meer voor mijn zoontje zorgen”, zegt ze. “Als het nodig is, blijf ik maanden hier in Mexico, maar teruggaan naar Honduras is geen optie. Ik zal geduldig moeten zijn, uiteindelijk zal er een dag komen dat we de grens over kunnen steken.”

Op de vraag wat ze in de VS hoopt te vinden is ze even stil. “Het maakt me eigenlijk niet zoveel uit. Ik wil alleen maar werken, rond kunnen komen en mijn zoontje een toekomst bieden. Trump zou ons een kans moeten geven. Het lijkt soms alsof hij geen hart heeft.”

‘We moeten geduldig en bescheiden zijn’

Ruth Dalila Sánchez (42)
Beroep: verkoper
Reist met: haar echtgenoot

Ruth Dalila Sánchez Beeld Albert Hootsen

Toen ze in september een aantal keren was beroofd in haar woonplaats Comayagua, in het midden van Honduras, was Ruth het zat. Met haar echtgenoot pakte ze een rugzak vol met kleding en vertrok ze naar San Pedro Sula om zich aan te sluiten bij de karavaan, op weg naar Mexico en de Verenigde Staten.

“Ik had een eigen bedrijfje. Met geld van mijn vader kon ik een wagentje kopen en fruit en sap verkopen. Het was geen vetpot, maar ik kon er aanvankelijk van leven”, zegt ze. “Maar de laatste jaren is er zoveel criminaliteit in Honduras dat het niet meer mogelijk was om normaal op straat te lopen. Steeds als ik wat geld had, werd ik beroofd. Dat is geen leven.”

Het geweld in haar land en de armoede verdreven haar, ook al wilde ze liever blijven. Ze begint te snikken. “Ik kon er niet meer tegen om mijn kleinkinderen te horen vragen of ze vandaag te eten zouden krijgen en geen antwoord te hebben.”

Ruth kwam maandag pas aan in Tijuana, een dag nadat de Amerikaanse grenswacht een groep Hondurezen die de grens bestormde met traangas uiteendreef. Ze kan zich niet vinden in zulke acties. “Dat is impulsief gedrag, maar we moeten dat niet doen. We moeten bescheiden en geduldig zijn en de Amerikanen vragen, niet dwingen, ons toe te laten. Als we maar lang genoeg geduld hebben, zal Trump ons uiteindelijk toestaan te komen. Daar ben ik van overtuigd.”

‘Een jaartje of drie in Amerika is wel genoeg’

José Marvin López (40)
Beroep: bouwvakker
Reist: alleen

José Marvin López Beeld Jan-Albert Hootsen

In tegenstelling tot veel van zijn landgenoten hier in het kamp in Tijuana, wil José ‘absoluut niet’ in de Verenigde Staten blijven. “Een jaartje of drie is genoeg”, zegt hij vrolijk. “Ik wil genoeg geld verdienen om weer terug naar Honduras te kunnen gaan. Mijn vrouw en kinderen zijn daar. Ik wil doen wat nodig is. Als ik toiletten moet schrobben, doe ik dat gewoon.”

In San Pedro Sula, de grootste stad van Honduras, werkte hij in de bouw. Maar twee maanden geleden was hij het zat en besloot hij zich aan te sluiten bij de karavaan. “Het leven in Honduras is te duur en de meeste mensen verdienen gewoon te weinig.”

José geeft toe dat het niet makkelijk is om in de schaduw van de grensmuur te wachten op een ­mogelijkheid om de Verenigde Staten te kunnen bereiken. Toch is hij opgewekt. “Hier in het kamp is het niet zo slecht. De Mexicanen doen wat ze kunnen, maar het is niet altijd genoeg. Er wordt eten uitgedeeld, maar als je te laat bent, is het op. Ik ga dagelijks de straat op, om te kijken of ik ergens wat geld kan verdienen.”

Hij zag de stormloop op de grens, afgelopen zondag. “Het was waanzinnig wat de Amerikanen deden: traangas naar vrouwen en kinderen schieten. Maar het houdt ons niet tegen. Het kan me niet schelen hoe lang ik moet wachten. Ik ga niet terug naar Honduras, al moet ik hier nog een jaar wachten.”

Lees ook: 

Migranten in VS zoeken de veilige steden en staten op

Het steeds hardere beleid van de regering-Trump tegen illegale immigranten krijgt weerwerk van steden, districten en staten die hen als gewone inwoners willen behandelen. Zoals Berkeley. Studentenstad, bastion van links in het op zich al progressieve Californië: uiteraard is Berkeley een sanctuary city, zegt burgemeester Jesse Arreguin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden