De VS als leerschool voor Burma's jonge leiders

BURMA De weg naar democratie in Burma is lang. Vandaag begint een vredesconferentie tussen de regering van Aung San Suu Kyi en de rebellengroepen. Jongeren koesteren hoop.

Er hangen drie landkaarten aan de muur in het kantoor van Mai Thin Yu Mon. Links een kaart van Burma, rechts die van de wereld. Daartussenin hangt de kaart die voor de jonge Burmese vrouw de grootste betekenis heeft: Chin Staat, het uitgestrekte gebied in het noordwesten van Burma. "Dat is het armste deel van het land", vertelt ze. "Niet omdat er een gebrek aan grondstoffen is. We zijn arm door discriminatie."

Thin Yu (27) heeft een droom. Een land waarin iedereen gelijk is, dezelfde rechten heeft en waarin het niet uitmaakt waar je wieg staat. Het is dezelfde droom die aan de wieg stond van de burgeroorlog die Burma decennialang in haar greep hield. Vanaf vandaag komt de verwezenlijking van die droom mogelijk dichterbij, als een vijf dagen durende vredesconferentie tussen de regering van Aung San Suu Kyi en rebellengroepen begint.

Bij het George W. Bush Instituut weten ze hoe belangrijk vrede en gelijkheid voor Burma is. In de afgelopen drie jaar leidde het door de Amerikaanse oud-president opgerichte instituut jonge Burmezen op tot leiders van de toekomst. Ze worden naar de VS gehaald om te studeren en om te zien hoe het Amerikaanse politieke systeem werkt. Het gros van de studenten is leergierig, afkomstig uit een van de etnische minderheidsgebieden en heeft de ambitie om Burma naar een betere toekomst te leiden.

De in Chin Staat geboren Thin Yu greep de lessen van het Bush Instituut gretig aan. Met de Chin Human Rights Organization probeert Thin Yu de wantoestanden in Chin Staat onder de aandacht te brengen. Net als in andere grensregio's heeft de onderdrukking van de militaire junta er diepe sporen achtergelaten. "Als klein meisje zag ik mensen dwangarbeid verrichten en voelde ik een enorme angst voor het Burmese leger. Op de universiteit besloot ik dat ik me in wilde zetten voor gerechtigheid", vertelt ze.

Diepgeworteld wantrouwen

Tot haar genoegen wil Aung San Suu Kyi van Burma een federaal land maken, met een centrale regering en staten die veel autonomie hebben. Voor de Chin zou het betekenen dat de Bamar, Burma's grootste etnische groep en de heersende meerderheid, over veel zaken niet langer de baas zijn. Een belangrijk maar lastig streven, ontdekte Thin Yu in de VS.

"In Burma verwachten we weleens dat een eerlijk democratisch systeem in een paar weken kan worden opgezet. In de VS deden ze er tweehonderd jaar over. Bovendien is er in ons land nog geen onderling vertrouwen. Dat moeten we allereerst zien te realiseren."

Het wantrouwen zit bij de meer dan 135 minderheidsgroepen diep. Autonomie van Burma's centrale gezag is voor hen al generaties lang de grootste wens. Toen kolonisator Groot-Brittannië in 1947 Burma onafhankelijkheid toezegde leek dat nabij. Maar de moord op Aung San, de vader van Aung San Suu Kyi en de man waarop minderheden hun hoop hadden gevestigd, veranderde alles. Het was de opmaat naar zestig jaar oorlog tussen onafhankelijkheid eisende rebellengroepen en het Burmese leger.

69 jaar na de dood van Aung San is het tijd om voorgoed met de ongelijkheid en het wantrouwen af te rekenen, zeggen ook Wai Wai Nu en Salai David Van Bauri Mung. Beiden studeerden aan het Bush Instituut en raakten onder de indruk van de Amerikaanse grondwet. "Volgens hun grondwet is iedereen gelijk, met dezelfde rechten. Er wordt niemand bevooroordeeld. Daar kunnen wij nog veel van leren", zegt Wai Wai.

Als Rohingya-moslim maakte advocate en activiste Wai Wai (29) de discriminatie aan den lijve mee. De Rohingya zijn uitgesloten van de samenleving en worden door mensenrechtengroep Amnesty Inernational het meest vervolgde volk ter wereld genoemd. In de West-Burmese staat Rakhine kwam het de afgelopen vijf jaar verscheidene keren tot dodelijk geweld tussen Rohingya-moslims en boeddhisten. Veel Rohingya zitten onder slechte omstandigheden vast in kampen; de overheid weigert hen als minderheidsgroep te erkennen.

Haatcampagnes

Dat Aung San Suu Kyi, winnares van de Nobelprijs voor de Vrede, zich niet uitspreekt tegen de haatcampagnes die tegen de Rohingya worden gevoerd, stelt Wai Wai diep teleur. Volgens de activiste toont het aan dat in Burma niet iedereen gelijk is en dat de Rohingya als minderwaardig worden beschouwd. Boeddhisten die de Rohingya aanvallen worden vaak niet vervolgd.

"We moeten de diversiteit van ons land accepteren en de intolerantie aanpakken", zegt Wai Wai. "Doen we dat niet, dan wordt Burma een dictatuur waarbij de grootste groep het voor het zeggen heeft. Aung San Suu Kyi heeft nu de macht om iets te doen."

Salai David (29) vult haar aan. "Nu zie je in Burma dat de Bamar altijd aan de top staan. Daaronder staan wij, de minderheden. Kijk naar de scholen in etnische gebieden. Kinderen leren er in het Burmees en dus in een andere taal dan hun moedertaal. Dat levert achterstand en vervreemding op. De Bamar willen dat iedereen Bamar is. Maar dat kan niet. Wij hebben onze eigen taal en onze eigen cultuur."

Na decennia oorlog dringt dat ook door tot de Burmese overheid. De weg naar vrede en gelijkheid voor alle Burmezen lijkt zich te verschuilen in het opzetten van een federaal systeem, met een hoge mate van zelfbestuur voor minderheden. De begin dit jaar afgetreden president Thein Sein pleitte daar twee jaar geleden al voor. In een toespraak verklaarde ook Aung San Suu Kyi dat de nieuwe overheid streeft naar een 'echte federale democratische unie.'

Nieuwe gevechten

Eenvoudig zal dat niet zijn. In veel etnische gebieden is het wantrouwen groot en hoewel de regering vorig jaar een vredesverdrag tekende met verschillende rebellengroepen, breken in delen van het land regelmatig nieuwe gevechten uit. De regering moet bovendien samenwerken met het leger. Dat heeft de controle over de ministeries van defensie en binnenlandse zaken; sleutelposten die voor federalisering hard nodig zijn.

Dat uitgerekend oud-president Bush, die de VS in een grimmige oorlog tegen terreur stortte, handvatten geeft voor federalisering is volgens de studenten niet zo gek. Ze wijzen erop dat Bush zich tijdens zijn presidentschap inzette voor vrede in Burma en destijds vluchtelingenkampen in Thailand bezocht. Ze prijzen de kennis van zijn instituut. "We hadden een groep studenten met allemaal verschillende etniciteiten, religies en achtergronden", vertelt Salai David in een druk koffiehuis in Rangoon. "Ik denk dat ze heel goed inzien dat wij met zijn allen Burma zijn, een etnisch zeer gevarieerd land."

Volgens Salai David - die een organisatie opzette om etnische jongeren vooruit te helpen en de ambitie heeft minister te worden - hoeft de VS geen letterlijk voorbeeld te zijn. Het federale India kan ook een leerschool zijn, net als de democratisering van Indonesië toen dat land de militaire dictatuur van zich afschudde. "Ik denk dat zelfbestuur onder een centrale overheid voor ons goed kan werken, zodat we onze cultuur en taal kunnen behouden. Zestig jaar geleden wilden de etnische groepen nog een eigen land, maar dat hoeft niet meer. En wie zou ons nu nog als nieuw land erkennen?"

undefined

Te hoge verwachtingen

Thin Yu verwacht dat het nog lang zal duren voor Burma de gedroomde democratie is. Maar net als de meeste jongeren heeft ze meer hoop in de toekomst dan ooit tevoren.

Toch klinkt er een zucht. "Ik ben bang dat de verwachtingen te hoog zijn. Veel mensen in dit land willen te veel verandering in een te korte tijd. Het zal ons nog veel tijd, energie en mankracht kosten."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden