Review

De vrouwen de liefde, de mannen de macht

In Der Ring des Nibelungen zijn de mannen niets dan slecht. En de vrouwen onwerkelijk goed. Wagner bezingt de liefdeloze ambities van de man, en bejubelt de vrouw die haar weerloosheid toont en afziet van macht. Monic Slingerland over een mannencomponist.

Wagners operacyclus Der Ring des Nibelungen is deze maand in Amsterdam viermaal achter elkaar in zijn geheel te zien. Dat is voor het eerst sinds 1921; zo'n ingewikkelde en dure productie durfden alleen Duitse theaters vaker aan. Voor Nederlandse Wagnerliefhebbers organiseert de Stichting Vrienden van de Nederlandse opera dan busreizen naar de Duitse theaters. Wat in die bussen opvalt is dat er doorgaans meer mannen dan vrouwen in zitten.

Dat kan met van alles te maken hebben, maar wie vier avonden lang in de ban van Der Ring is, ziet steeds beter dat Wagner een uitgesproken mannencomponist is, die mannelijke thema's behandelt op een mannelijke manier.

Het gaat er niet om dat er veel geschetter en veel potig muzikaal geweld wordt gebruikt. In het Gesammtkunstwerk, zoals Wagner Der Ring typeerde, zijn vorm en inhoud onlosmakelijk verstrengeld. De cyclus geeft een heel duidelijke visie op mannelijkheid en vrouwelijkheid.

Dat mannen zich in deze visie meer herkennen dan vrouwen, moet Wagner niet persoonlijk worden aangerekend, en niet alleen omdat het altijd riskant is de persoonlijke lotgevallen van een componist direct te traceren in zijn werk (Wagners eerste vrouw Minna Planer stierf na de scheiding in een gesticht, na affaires met onder anderen Mathilde van Wesendonk weekte hij Cosima los van haar man, Hans von Bülow, en trouwde met haar).

Als een van de weinige operacomponisten schreef Wagner het libretto zelf. Maar hij leunde voor het verhaal van Der Ring zwaar op de Oudijslandse Völsungasaga en het uit de twaalfde eeuw stammende Oudgermaanse Nibelungenlied. Als expert op het gebied van mengen en roeren brengt Wagner de verschillende lijnen bij elkaar in een samenhangend verhaal. Met die elementen uit oude mythen en sagen kwam, misschien wel onbedoeld, een oude en vertrouwde kijk op mannelijkheid en vrouwelijkheid mee, die in de negentiende eeuw wellicht minder opviel dan nu.

Juist omdat in Der Ring zoveel lijnen bij elkaar komen en door elkaar lopen is dit niet de plaats om een korte samenvatting te geven (in Das Grosse Heyne Opernlexikon heeft Kurt Pahlen er maar liefst 22 dichtbedrukte pagina's voor nodig).

Het is genoeg vast te stellen dat Das Rheingold, Die Walküre, Siegfried en Götterdümmerung van een andere orde zijn dan opera's als Tosca, Aïda, Norma en Madame Butterfly. Waar componisten als Verdi en Puccini een wedstrijd lijken te houden in het creëren van heldinnen die het publiek doen meeleven, houdt Wagner zich afzijdig. Hij doet aan deze wedstrijd niet mee.

Hoewel hij technisch gesproken tot de laat-romantische componisten wordt gerekend, heeft hij met zijn operacyclus Der Ring des Nibelungen niet de bedoeling lievelingen naar voren te schuiven. Hij werpt juist een dikke muur op, een barrière die de harteklop van het publiek een tijdje in toom moet houden.

Zijn operahelden, of het nu Wotan is, Brünnhilde, Siegfried of Alberich, zijn stuurs en nors. Gepantserd weren ze het publiek af. Zo bedreven als Verdi en Puccini hun heldinnen het hart van het publiek laten veroveren, zo bedreven is Wagner erin de figuren in zijn opera's onpersoonlijk en abstract te laten zijn. De boodschap is duidelijk: wie in de ban van Der Ring wil raken kan zich niet direct identificeren met Wotan, Brünnhilde, Siegfried of Fricka, maar moet - net als zij - zich wagen in het krachtenveld tussen Macht en Liefde, door Wagner in Der Ring als polen tegenover elkaar geplaatst.

Wie opgaat in Wagners Ring voelt al luisterend en kijkend de beide polen trekken. Wagner zet de electromagneten aan en laat vervolgens alle personages ertussen los. Aan het eind van de Vorabend und drei Tagen zullen alle metaaldeeltjes tegen een pool aangeplakt zitten, sommigen tegen de liefdespool, anderen tegen de machtspool.

De polen trekken allebei even hard. Maar naarmate de cyclus zich ontwikkelt blijkt dat de personages niet allemaal dezelfde lading hebben meegekregen.

Of het het product is van Wagners geest of dat hij zich heeft laten meeslepen door de fantasieën van de oude IJslanders, in Der Ring kiezen alle vrouwen voor de liefde, alle mannen voor de macht. Die keus wordt zo scherp gesteld omdat de regels van de Nibelungen-wereld zeggen dat wie de macht van de ring bezit, moet afzien van de liefde.

Het omgekeerde is niet expliciet in een wet vervat, maar Wagner maakt aan de hand van de lotgevallen van Brünnhilde duidelijk dat de regel 'wie de liefde wil moet afzien van macht' wat hem betreft ook geldt, in ieder geval voor vrouwen.

In Der Ring jagen de mannen alleen hun eigen belang na, zonder na te denken over de consequenties voor de rest van het gezelschap. Ze gaan daarbij over lijken.

Alberich verstoort het evenwicht tussen goed en kwaad door het Rijngoud te stelen. Wotan wil zijn zoon Siegmund doden om het zwaard Nothung weer in handen te krijgen. De wrede, gewetensloze Alberich buit zijn broer, de dwerg Mime, uit. En wie denkt dat Mime dan misschien de enige goede man in Der Ring is, omdat hij zielig is, vergist zich lelijk. Ook Mime is door en door slecht, want hij gebruikt de jonge Siegfried om op zijn beurt de ring en dus de macht te pakken te krijgen. Hij wil Siegfried daarvoor doden, maar het omgekeerde gebeurt, waarmee ook de held Siegfried vuile handen maakt.

Ongeremd geven zij zich over aan machtshonger: Alberich die het goud rooft, zijn ijskoude, gewetenloze, calculerende zoon Hagen die Siegfried vermoordt, Mime, Hunding die Siegmund vermoordt. Wotan kan niet als een dolle achter zijn speer aanrennen. Hij zou het graag doen, maar moet zich als oppergod nog enige rekenschap geven. Hij heeft Fricka en Brünnhilde, zijn lievelingsdochter, nodig om in het gareel te blijven. Het lukt hem niet: zonder met de ogen te knipperen biedt hij de twee reuzen Faffener en Fasolt zijn schoonzus Freia aan, in ruil voor de ring.

Nee, Wagner spaart zijn seksegenoten niet. En toch is hij een componist voor mannen.

Neem het dilemma waar Wotan zich in heeft gemanoeuvreerd en dat in de loop van de cyclus steeds knellender wordt. De oppergod ziet zijn bouwwerk ineenstorten, zijn eigen schepping keert zich tegen hem, hij heeft de regie niet meer in handen, hij kan de gevolgen niet meer overzien van wat hij ooit in gang heeft gezet. Hij takelt af en realiseert zich dat steeds grovere middelen nodig zijn om de zaak nog enigszins te redden.

Wagner's perspectief wordt ook duidelijk uit zijn tekening van de vrouwenrollen. De vrouwen in Der Ring zijn in- en in-goed. Ze zetten zich allemaal belangeloos in voor het welzijn van het geheel. De Nornen spinnen de draad van het levenslot, de Rijndochters bewaken zingend het goud, oermoeder Erda is de bron van alle leven, de Walküren vangen de gewonde soldaten op, Freia is de hoedster van de appel van de eeuwige jeugd, haar zus Fricka is de verstandige echtgenote die haar man Wotan op het rechte pad probeert te houden, net als Brünnhilde, die voorkomt dat haar vader Wotan zijn eigen zoon Siegmund doodt.

Brünnhilde kiest voor de liefde en laat de goddelijke macht varen, maar moet daarna nota bene negentien jaar lang passief wachten tot Siegfried, de zoon van Siegmund en Sieglinde eindelijk groot genoeg is om haar uit de vuurkolom te bevrijden.

Wagner laat zijn toonbeeld van vrouwelijkheid de beste jaren van haar leven passief, stemloos en bewegingloos wachten.

Fricka, Erda en Brünnhilde blijven, ondanks wat zij muzikaal van Wagner te doen krijgen, ook voor de vrouwelijke Wagnerfans op afstand. Brünnhilde's dilemma is minder herkenbaar dan dat van Puccini's Tosca, die met het mes in haar hand moet beslissen of ze de man die haar minnaar martelt en haar naast zich op de sofa dwingt, zal doden. Tosca is niet alleen goed, ze is ook een intrigante die mannen in de afgrond sleept. Juist haar nare trekjes maken haar herkenbaar.

Hoewel Brünnhilde's worsteling met haar vrouwelijke identiteit nog altijd actueel is, maakt juist de afwezigheid van enig kwaad in haar, het enkel offeren en hoeden, haar tot een door mannen geschapen ideaalbeeld.

Er zit geen greintje kwaad in Wagners heldinnen, behalve misschien in de Walküren, die gepantserd en gevoelloos zich in dienst stellen van de strijd door de soldaten weer op te lappen. En in Fricka, die wraak wil omdat haar man haar - de onvruchtbare - bedriegt met ongeveer iedere vrouw in het rijk.

Wagner heeft de vrouwen de loodzware taak gegeven, al het goede, de liefde en het leven te bewaren en te koesteren, terwijl de mannen ondertussen lekker met hun speren zwaaien en plannetjes bedenken om zo machtig en rijk mogelijk te worden.

Juist door de vrouwen op een voetstuk te zetten geeft Wagner de mannen vrij spel. Jongens, de beuk erin, moeder de vrouw zorgt ervoor dat alles goed komt.

Dat is taal die mannen herkennen. En dan nemen ze al dat moorden voor lief. Natuurlijk is dit scheren over één kam, maar zijn niet directeuren en gedetineerden meestal man en de alleenstaande ouder meestal vrouw?

In een tweegesprek naar aanleiding van de complete opvoering van Der Ring, drie jaar geleden in Dortmund, zingen de Duitse regisseur Heinz-Lukas Kindermann en de Duitse operacriticus Hans Joachim Schaefer in koor de lof van Brünnhilde. Dát is nog eens een wijf. Vooral wanneer ze haar pantser, speer en helm aflegt en haar vader Wotan weerstaat. Zo menselijk, zo vrouwelijk. En dan komt het hoge woord eruit: Brünnhilde wordt pas echt vrouw op het moment dat ze hulpeloos, radeloos en weerloos is.

Dat is de ultieme vrouwelijkheid bij Wagner: een vrouw die haar pantser afgooit, afziet van haar macht, haar vader weerstaat, om zich na negentien jaar passief wachten weerloos en hulpeloos in de armen van een man te storten. En hoe verstandig, vol verantwoordelijkheidsgevoel en nadenkend Brünnhilde ook is, ze heeft niet in de gaten dat die man gewetenloos is.

Want voor Siegfried geldt: uit het oog, uit het hart.

Officieel is Siegfried zo kort van memorie doordat hij bedwelmd werd met een liefdes- en vergetelheidsdank, en die is niet door Wagner gebrouwen maar komt rechtstreeks uit de oud-IJslandse kelders. Maar Heinz-Lukas Kindermann en Hans Joachim Schaefer weten wel beter. De vergetelheidsdrank is niet meer dan een truc, die ook het publiek doorziet. Siegfried zou zonder die drank Brünnhilde ook vergeten hebben.

Kindermann schetst Siegfried als een man die achter iedere impuls aanloopt. Brünnhilde's geliefde, waarvoor ze alles heeft opgegeven, is een Augenblicksmensch, voor wie ieder verleden vervaagt. ,,Siegfried is daarmee een onmondig kind, hij volgt zijn gevoel, hij denkt niet na, neemt geen verantwoordelijkheid, kent geen trouw of ontrouw, kent misschien geen dankbaarheid.''

Wonderbaarlijk, dat Siegfried altijd als held is gezien, roepen Kindermann en zijn gesprekpartner. ,,Wat waren we toen toch patriarchaal.'' Er is volgens hen maar één held, en dat is de heldin Brünnhilde.

De vrouwen weerloos, de mannen gewetenloos. Zo staat aan het eind van Götterdümmerung iedereen met lege handen.

Als alles in elkaar stort, Brünnhilde en Siegfried dood zijn en Wotans burcht Walhall is vernietigd, kijken de overgebleven vrouwen elkaar sip aan: er zijn geen winnaars, alleen verliezers, maar de mannen hebben in ieder geval een spannende tijd gehad. Wotan mag dan de grote verliezer zijn, vier opera's lang met een speer zwaaien is misschien leuker dan al die tijd spinnen, zingen, soldaten oplappen, vergeefs je echtgenoot coachen en wachten op de man die je meteen weer vergeten is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden