De vrouw krijgt veruit de meeste klappen

Ondanks de toegenomen gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen, blijft geweld een grote rol spelen in relaties. Hoogleraar huiselijk geweld Renée Römkens over de zwarte kant van de liefde.

’Ik vroeg een vrouw of ze ooit gedwongen was tot seks.’ ’Nou gedwongen. Soms deed ik het voor de lieve vrede.’

’Werd je dan geslagen?’

’Nee, dat niet. Wel geduwd.’

De eerste hoogleraar huiselijk geweld Renée Römkens interviewde de vrouw omdat haar man haar na de scheiding bleef belagen. Momenteel doet ze in Rotterdam en Den Haag onderzoek naar dit fenomeen. Je loopt als vrouw de grootste kans om te worden vermoord als je in scheiding ligt.

Römkens gaat verder: „Ik vroeg: wat bedoel je met ’lieve vrede’? Toen kwam het eruit. Dat ze in bed soms handen op haar keel voelde en dan maar meewerkte. Of dat hij anders alles in de slaapkamer kort en klein sloeg. Het schrijnendste was dat deze vrouw verrast was dat ik doorvroeg, omdat ze dacht dat ze de enige was die zoiets overkwam. Die combinatie van seks en geweld is zo verwarrend. Dat haar man, die op andere momenten wel een lieve minnaar is, hiertoe in staat kan zijn, was voor haar niet te bevatten.”

Ze hoort vaak dat vrouwen denken dat ze de enige zijn. Toen Römkens in 1992 in haar proefschrift stelde dat een op de vijf vrouwen ooit in een relatie te maken krijgt met geweld –slaan, schoppen, verkrachting– werd dat getal met scepsis ontvangen. Zó vaak, dat kon niet waar zijn.

Die reactie is typisch. „Nu nog was er een raadslid in Tilburg –de stad betaalt een deel van de leerstoel– die zich afvroeg of dat nu wel nodig was. Onderzoek naar geweld in de privésfeer was overdreven en hoe dan ook: geen wetenschap.”

Criminologe Römkens (54) raakte in de jaren zeventig geïnteresseerd in relationeel geweld. De vrouwenbeweging doorbrak toen het taboe. Inmiddels is wat nu huiselijk geweld heet, een onderwerp van de minister van justitie. De overheid introduceerde de neutralere noemer ’huiselijk geweld’. Römkens is er niet gelukkig mee. „Het klinkt knus, huiselijk. Het is verhullend, het kan alle kanten op, kinderen die geslagen worden, mannen, vrouwen.”

Nederland is het enige land dat slachtoffers met die beleidsterm op één hoop gooit. Die sekseneutrale benadering kwam de overheid op een standje te staan van de Verenigde Naties. De realiteit is: tachtig procent van de slachtoffers van geweld achter de voordeur is volwassen vrouw, tien procent bestaat uit ouderen, een iets kleiner percentage slachtoffers is kind. Het gaat dus gewoon over vrouwen- en kindermishandeling. Mannen als slachtoffer komen statistisch niet naar voren.

„Het thema ’vrouwen die hun man slaan’ steekt de kop op. Mannen zouden daar uit schaamte niet over praten. Dat was gek genoeg ook wat de vrouwenbeweging zei over vrouwen die mishandeld werden. Alleen werd toen het probleem wel zichtbaar, de opvang stroomde vol.”

Het eerste blijf-van-mijn-lijfhuis opende in 1974 in Amsterdam de deuren en sindsdien zijn alle plekken altijd bezet door vrouwen en kinderen. Dat duurt voort tot op de dag van vandaag. Inmiddels zijn er dertig opvanghuizen, met 18.000 plekken. Uit ruimtegebrek moet nu nog 20 tot 25 procent van de vrouwen worden afgewezen, zegt de hoogleraar.

„Voor mannen is er ook wel eens een opvanghuis geopend, maar daar was nauwelijks vraag naar. Ik weet niet eens of het nog open is, eigenlijk. Zolang er geen mannen smekend, omdat ze vrezen voor hun leven, op de stoep van de opvang staan, zoals bij vrouwen wel dagelijks zo is, geloof ik niet dat er een omvangrijk verborgen probleem is.”

Natuurlijk maken ook vrouwen hun mannen het leven zuur. „Je kunt moeilijk aan de overheid vragen om slechte relaties leuker te maken. Toch is dat is iets anders dan structureel eenzijdig geweld, waarbij de man bijna altijd de dader is. Dat is een maatschappelijk probleem waar de overheid wel degelijk wat mee moet. Meer dan nu.”

Onlangs zag Römkens in Portugal een indrukwekkend televisiespotje. Een voetbalstadion vol mannen, luid boegeroep. Reden: een van de spelers is getackled op het veld. Vervolgens enkele secondes vage beelden van twee mensen. Een luide mannenstem, je hoort klappen, gekerm, een schim van een vrouw die probeert weg te kruipen. Dan een tekst op het scherm: Als we het één veroordelen, waarom dan het andere niet?

Römkens: „Dat is helder. Dat zegt: we hebben een probleem, dat moeten we serieus nemen.”

Al jaren pleit Römkens ook in Nederland voor een publiekscampagne. „Als een soort beschavingsoffensief.” Het gaat niet om een klap tijdens een ruzie, benadrukt Römkens. Het gaat over duizenden vrouwen die geregeld worden gemolesteerd en verkracht door hun (ex-)partner. Over vrouwen die in een levensbedreigende situatie verkeren. Alleen de ideële stichting Sire maakte naar aanleiding van Römkens onderzoek begin jaren negentig een spraakmakend filmpje (’Hij is zo’n lieve man voor de kinderen’). Vorig jaar was er korte tijd een campagne ’huiselijk geweld’, maar die was net zo vaag als de term zelf.

Juist dat aspect van cognitieve dissonantie, van ’er niet aan willen’ vindt Römkens zo fascinerend aan haar vak. „Geweld komt overwegend in de privésfeer voor, terwijl het veiligheidsbeleid voornamelijk gericht is op geweld op straat of in conflictgebieden ver weg.”

„Het is veel gewoner dan ons lief is. Iedereen kent de zwarte kanten wel. Het is een soort bezweren: ’Zoiets overkomt mij niet’. Of: ’Ik zou wel weten wat ik zou doen’.”

Met enige verbazing ziet Römkens dat als het, in media en politiek, over allochtonen gaat, er wél wordt gesproken over mannen die hun vrouw slaan. Het is gemakkelijker om de seksespecifieke kant van het probleem te zien als het in een andere cultuur plaatsvindt, dan binnen de context van autochtone relaties, denkt Römkens. „Die islamitische vrouwen worden sowieso onderdrukt met hun hoofddoekjes, is ons beeld blijkbaar.” Het gevolg is dat er een stortvloed aan aandacht is voor een fenomeen als eerwraak, waarbij mannen de vrouw in kwestie moeten vermoorden om de eer te redden. „Aandacht is natuurlijk goed. Maar wat we daardoor uit het oog dreigen te verliezen is dat het aantal autochtone, witte vrouwen dat door hun partners wordt vermoord, vele malen groter is.”

„We hebben nu weer een nieuwe term, familiedrama’s. Maar het is niet nieuw. Ook deze term verhult de sekseverhoudingen, ook hier zijn vrouwen en de kinderen het slachtoffer.”

Ook seksueel geweld vindt vaker binnenshuis plaats dan daarbuiten. Gevraagd naar hun ervaringen, gaf één op de veertien vrouwen aan binnen hun relatie ooit echt gedwongen te zijn tot seks, 21 procent gaf aan ooit seks te hebben gehad ’zonder instemming’.

„We zouden eigenlijk nog veel meer te weten moeten komen over de types daders die er zijn en de rol van de slachtoffers. De ernst en frequentie verschillen. Je hebt natuurlijk psychopaten, maar ook mannen die uit frustratie handelen of uit onmacht. Daar kan zelfs relatietherapie soms genoeg zijn. Waar is dat omslagpunt? Wanneer gaat iemand geweld gebruiken? Daar ben ik benieuwd naar. Feit is dat daders en slachtoffers zich heel moeilijk aan die dynamiek onttrekken.”

„Vrouwen die één keer hebben gezien waartoe hun partner in staat is, blijven bang.” In haar onderzoek naar belaging ziet en spreekt Römkens veelal getraumatiseerde vrouwen. Rotterdam heeft hen bij wijze van proef uitgerust met een elektronisch alarm. „Ze dichten hun ex enorme macht toe. Hij kan ze altijd en overal vinden. En vaak is dat trouwens ook zo, omdat de mannen niets ontziend grensoverschrijdend zijn in hun gedrag.”

Het stemt allemaal zeer somber. Maar is er dan helemaal niets veranderd in de afgelopen twintig jaar? Je zou kunnen aannemen dat mannen en vrouwen toch steeds gelijkwaardiger zijn geworden en dat daarmee ook het geweld afneemt. Römkens denkt diep na. „Ik geloof niet dat het geweld is afgenomen, nee. Hoewel ik het niet kan bewijzen omdat we het vroeger nooit onderzochten. Het zit blijkbaar diep verankerd in de aard van het beestje. Ik denk dat we de oorzaak moeten zoeken in diep gewortelde beelden die we hebben van mannelijkheid en vrouwelijkheid. Al van kindsbeen aan worden mannen en vrouwen in twee tegenovergestelde categorieën ingedeeld. De bedoeling is dat ze die verschillen bij elkaar aanvullen. Dominant gedrag hoort bij mannen, ondergeschiktheid bij vrouwen. In het gewone leven speelt dat niet zo’n rol meer, maar in intieme relaties blijkbaar wel.”

Huiselijk geweld komt dan ook voor in alle lagen van de bevolking. „Soms lijkt het onder de lagere klasse meer voor te komen, maar dat is een vertekening. Hoogopgeleide vrouwen zijn vaak minder geneigd om erover te praten, dan lager opgeleide. De schaamte is groter.”

Römkens doet ook onderzoek naar de wet- en regelgeving. Overigens maakt ze zich geen illusies. „De overheid kan maar zoveel doen. Het geweldsprobleem binnenshuis heeft ook te maken met beschaving. Met het besef dat je je moet beheersen. Wat dat betreft zijn we natuurlijk wel gevorderd: een paar eeuwen geleden mocht een man zijn vrouw slaan, mits met een stok dunner dan een duim.”

Dat Nederland samen met Engeland vooroploopt met een speciale hoogleraar, is in elk geval een stap vooruit, vindt Römkens. „Misschien is het een kwestie van lange adem. Maar de mens is een vreemd dier, daar hoort geweld bij. Mensen halen in relaties het beste, maar ook het slechtste in elkaar naar boven. Het mooie en het treurige. Een scheiding van een gewelddadige relatie is niet altijd makkelijker dan scheiden om een andere reden. De hand die slaat is ook de hand die liefkoost.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden