essay

De vrouw als strijdtoneel

Katwijk, zomer 1945. Beeld uit de expositie 'Geknipt voor de vijand'. Beeld Beeldbank Niod

Na de bevrijding werden 'moffenmeiden' kaalgeknipt. Maar waarom eigenlijk? Rianne Oosterom zocht de oude ooggetuigen op en ontdekte het laatste slagveld van de Tweede Wereldoorlog: het vrouwenlichaam. Daar maakte Nederland zich van vreemde smetten vrij.

Vlak na de oorlog zag Ton Bernsen hoe zijn moeder een huishoudtrap tegen het huis van de slager aan de Utrechtse Herenweg zette en aan de wapperende vlag begon te sjorren. De slagersdochter, 'Rode Katrien', was een 'moffenmeid', een landverraadster. Besmeurd met kussen van een Duitse militair was ze vlag noch wimpel meer waard.

Een groep Binnenlandse Strijdkrachten (de volkspolitie van oud-verzetsstrijders) kwam de hoek om. Ze zagen moeder Bernsen op de trap staan en riepen: "Die moffenhoer moeten we hebben." Ze sleepten het meisje uit de koelcel waar ze zich in had verstopt. De slagersdochter werd aan alle kanten geduwd. Ze gilde en huilde, herinnert Bernsen zich. "Mijn moeder was de eerste die aan haar sieraden begon te rukken. Ze stak ze in haar zak en rukte vervolgens de bruine jurk van het lichaam van het meisje. Ze stond in haar roze onderjurk te rillen."

Met een tondeuse werd haar rode haar afgeschoren, terwijl de buurtbewoners joelden. Op een kar werd het meisje door de Utrechtse binnenstad gereden. Rode Katrien moest openlijk boetedoen voor haar relatie met een officier. Bernsen stond er verslagen bij.

Rianne Oosterom (1992) is journalist voor Trouw en historica. Na afronding van haar afstudeerscriptie (2013) over ‘moffenmeiden’ heeft ze haar onderzoek ernaar voortgezet.

Beeld Trouw

Overal in Nederland stonden in de meidagen van '45 mensen te joelen terwijl vrouwen die met Duitse soldaten gingen, werden kaalgeknipt. Het hoorde bij 'bijltjesdag': de opgekropte angst van vijf oorlogsjaren plus een machtsvacuüm leidden tot excessen. Maar waarom werden die meisjes dan niet in elkaar geslagen of verminkt, maar kaalgeschoren, met menie besmeurd en op karren rondgereden?

Om daar achter te komen, verzamelde ik in de afgelopen drie jaar zo'n veertig verhalen van ooggetuigen. Wat dachten ze toen ze toekeken, en hoe kijken ze er nu op terug?

Historica Monika Diederichs schreef 'Wie geschoren wordt moet stilzitten' (2006), een van de weinige studies over moffenmeiden. Volgens haar stond in 1945 iedere 'goede' Nederlander achter het kaalknippen, af te zien aan de lachende gezichten op foto's. Van dat enthousiasme is nu weinig meer over. Veel ooggetuigen zaten verslagen tegenover me, een enkeling huilde. Als ze al mee hadden gejoeld, hadden ze daar nu spijt van. De meesten keken machteloos toe, zoals Bernsen die later de slagersdochter nog heeft opgebeld om zich voor zijn moeder te excuseren.

Een handjevol getuigen stond nog altijd achter het kaalknippen. Neem Jan Opmeer. Hij vond het een 'geweldige happening'. "Iedereen joelde en danste om deze dames heen en riep de meest grove verwensingen; niet te vergeten was voor ons dat dit gespuis enorm heeft geprofiteerd van de vele voordelen die de moffen hun verleenden - denk alleen maar aan voedsel tijdens de Hongerwinter."

Ik kreeg ook een brief van een mevrouw die zelf had meegedaan aan het knippen. "Wij hebben er één gepakt, die had het echt verdiend", schreef ze. "Ze ging met verschillende militairen mee voor brood. Dat is niet erg, maar wel dat ze het opat voor het oog van kinderen die vroegen: 'Annie, ik heb zo'n honger, krijg ik een stukje?' Ze kregen als antwoord 'Nee, dan moet je moeder ook maar met ze mee gaan.' Vier kinderen in de straat stierven van de honger." De 'moffenmeiden' hadden meestal profijt van hun relaties met de bezetter en staken hun buurtgenoten daarmee de ogen uit.

Een oud-verzetsvrouw wier broer was vermoord door de Duitsers, vertelde dat zij het kaalscheren nog steeds 'prachtig' vond, en zei 'ervan genoten' te hebben. Het kaalknippen was voor haar een vorm van gerechtigheid. Ze vertelde dat een Duitser ook eens had geprobeerd haar te versieren, maar daar was ze niet op ingegaan, ze wilde geen 'verraadster' zijn.

Tijdens de oorlog werd door een anonieme verzetsgroep een pamflet verspreid aan 'Nederlandsche meisjes en jonge vrouwen', waarin een veelzeggend zinnetje zit: "Uw gedrag is een doorloopende ergernis voor alle weldenkende Nederlanders en Vaderlanders en niet het minst voor de Nederlandsche jongelieden, die thans door U opzijde worden geschoven voor de Duitschers." Trouw noemde 'echte moffenmeiden' op 2 juni 1945 'een gevaar voor ons volk'.

Beeld Trouw

Dat is veelzeggend; de vrouw symboliseerde in oorlogstijd namelijk het voortbestaan van de eigen natie. Ze was, in de woorden van de Deense historica Annette Warring, 'nationaal bezit'. Door met een Duitser te gaan, pleegde zij 'nationale echtbreuk': ze ondermijnde de voortplanting van haar eigen volk. Dat zorgde ervoor dat het vrouwelijk lichaam een extra gevechtszone was: een aanraakbare, zelfs streelbare gevechtszone die de echte gevechtszone, namelijk die tussen het Duitse en Nederlandse volk, symboliseerde.

Nederland had in 1940 na vijf dagen gecapituleerd. Dat Nederlandse vrouwen zich in de jaren erna 'zedeloos' gedroegen, vrijpostig met Duitse soldaten flirtten, dansten, zoenden of misschien zelfs wel vreeën, maakte de nederlaag alleen maar erger. Doordat onze seksuele moraal zo veranderd is, ontgaat ons bijna welke schok buiten- of voorechtelijke seks teweegbracht; het is een van de redenen waarom wij nu meer sympathiseren met de kale meisjes dan met de verontwaardigde kappers.

Sommige 'moffenmeiden' namen het dus niet zo nauw met de voor de jaren veertig ideale zedelijke loopbaan van verliefd-verloofd-getrouwd. De oorlog scheurde 'als een roekelooze ijsbreker door het ijsvlak van onze sexueele moraal heen en nu kreunen de dijken onder het kruiende ijs', schreef het Maandblad voor de Geestelijke Volksgezondheid ongeveer een jaar na de Bevrijding.

Want ook 'Canadellen', vrouwen die met de bevrijder gingen, hadden zich zo nu en dan tot een avontuurtje laten verleiden. In de nacht van 16 september 1945 probeerden Utrechtse jongemannen meisjes die met Canadezen gingen kaal te knippen, schrijft Chris van der Heijden in zijn boek 'Grijs verleden'. Het kwam volgens hem tot een 'ware veldslag' tussen Canadezen die hun liefjes wilden beschermen, en Nederlandse mannen. Ook de 'Canadellen' deden in de ogen van velen dus iets fout.

Dat het kaalknippen ook hier bijna werd ingezet, betekent dat de 'zedelijke wandaad' die 'moffenmeiden' hadden begaan, zwaar telde. De schaar was een wapen om hun kuisheid af te dwingen en de nationale trots te herstellen. Door het afknippen van haar haar (dat haar onderscheidt van de man), werd het vrouwenlichaam gedeseksualiseerd en tijdelijk minder begeerlijk gemaakt. Opdat de vrouw haar eer niet nog eens te grabbel zou gooien, en haar armen daarna om een man van eigen volk zou slaan.

Dan blijft nog een vraag liggen: waarom moest dat kaalknippen in het openbaar gebeuren? "Het was echt een volksgericht", zeiden veel ooggetuigen. Zo'n gericht heeft als functie de morele orde in de eigen gemeenschap te herstellen, buiten gerechtelijke of officiële organen om. Het kaalknippen was een volksgericht en zuiveringsritueel ineen. Iedereen moest zien hoe de rotte appels collectief werden verwijderd, door en voor de hele buurt.

Net als in de Middeleeuwen, toen het volk bij een openbare straf ketelmuziek maakte, werden de moffenmeiden soms door veel kabaal omgeven; een aantal ooggetuigen vertelde dat een draaiorgel of een orkestje het kaalknippen begeleidde en de herrie verstomde als het ritueel was voltooid, en de morele orde hersteld.

Een ander oeroud ingrediënt van het volksgericht is animalisering: wie de morele orde schendt, is geen mens meer maar beest. Zo was het in Staphorst tot diep in de jaren zeventig een traditie om overspelige dorpsgenoten uit hun huis te slepen en op karren - bestemd voor vee - rond te rijden. Ook moffenmeiden werden op karren rondgereden; van hun haar en dus hun waardigheid ontdaan, met menie ingesmeerd en soms met veren bestrooid - tot dier gemaakt.

Het kaalknippen kwam in de Middeleeuwen wel voor bij overspel, maar sporadisch, een volkstraditie is het amper te noemen. In Nederland werden tijdens de oorlog al foto's van kaalgeknipte Franse meiden verspreid. In veel steden bestonden liedjes waarin 'moffenmeiden' voorbereid werden op hetzelfde lot. Zo herinnerden verschillende ooggetuigen uit Utrecht zich het volgende liedje: "Bij de kazerne op de Croeselaan, zie je al die meiden met de moffen staan. Als ik ze zie, dan schrijf ik ze op. Dan krijgen ze een kale kop, met een hakenkruis erop."

Het is maar zeer de vraag of Diederichs gelijk had met haar bewering dat heel Nederland achter het bestraffen van de moffenmeiden stond; zeker is wel dat wie er bedenkingen bij had, moeilijk kon ingrijpen terwijl het volksgericht in volle gang was, juist omdat het hele idee van een volksgericht is dat het door en voor de groep voltrokken moet worden.

Daarbij was de sfeer was geladen. Zo vertelde Johan Janse dat hij na de oorlog 'opgefokt' was, 'net als iedereen'. Maar toen hij in Culemborg zag hoe meisjes werden kaalgeschoren, kreeg hij toch een vreemde smaak in zijn mond. "Ik dacht er niet over na om in te grijpen op dat moment, nee, nee, geen seconde. Het gebeurde voor mijn ogen, iedereen deed mee, wat kon ik doen? Een hele joelpartij was het, geen tribunaal maar een volks gebeuren", vertelde hij.

Beeld Beeldbank Niod

Henk Naderman deed wel iets. Hij zag hoe in de buurt van Venlo drie kaalgeschoren 'moffenmeiden' uit een kolenhok werden gehaald, waarin ze opgesloten zaten. Zijn dorpsgenoten begonnen te joelen, maar hij stapte naar voren. "Ik dacht: dit doe je niet met mensen. Ik werd heel boos en zei: 'Wat die Duitsers ons hebben aangedaan, mogen wij niet terugdoen'." De mensen dropen af, de vrouwen werden terug in hun hok gezet, en volgens Naderman 'zakte de volkswoede als een pudding in elkaar'.

Veel ooggetuigen brachten het kaalknippen van moffenmeiden in verband met het idee van het kwaad in onszelf: als de omstandigheden ernaar zijn, kan ieder mens slecht zijn. Juist dit besef heeft ervoor gezorgd dat het kaalknippen veel mensen goed is bijgebleven: het leerde ze iets over hoe de mens werkt. Want hoewel de bevrijdingsdagen mooi, vrolijk en vrij waren, maakten ze ook 'dat hele zwarte plekje' van ons volk zichtbaar, zoals Riet van der Linden het verwoordde.

Een paar ooggetuigen zeiden ook dat ze aan het kaalknippen moeten denken als ze geconfronteerd worden met groepsagressie, of massahysterie. De Bussumse mevrouw De Beer schreef mij: "Het waren bepaald géén hartverheffende taferelen in die dagen en nog denk ik weleens, nu op ruim tachtigjarige leeftijd: zulke dingen kunnen steeds wéér gebeuren, waakzaamheid zal altijd nodig zijn."

Maar niet iedereen heeft gemengde gevoelens. De oud-verzetsvrouw die me had verteld dat ze er driekwarteeuw geleden van had 'genoten', stuurde me later nog een mailtje: "Van mijn vriendin hoorde ik gisteren dat zij een meid heeft kaal zien knippen op het Vredenburg. Daar stonden meerdere nog te wachten op een knipbeurt, hahaha!"

Geknipt voor de vijand

Op basis van de verhalen die Rianne Oosterom verzamelde, is in het Nederlands Volksbuurtmuseum in Utrecht een tentoonstelling gemaakt. 'Geknipt voor de Vijand - moffenmeiden door de ogen van omstanders' opent morgen (Waterstraat 27, tot 21/8).

Trouw-lezers kunnen zich opgeven voor een speciale rondleiding door Rianne voor vijf euro. De rondleidingen vinden plaats op 13 en 14 mei en beginnen om elf uur. Opgeven kan door te mailen naar rondleiding@gekniptvoordevijand.nl.

De complete verhalen van ooggetuigen zijn verzameld op www.gekniptvoordevijand.nl.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden