Boekrecensie

De vroege werken van Komrij zijn een soort mix van Goethe en The Beatles

Een gedenkkaart van dichter en schrijver Gerrit Komrij. Beeld anp

In zijn ‘vroege werken’ blijkt Gerrit Komrij een hippie-auteur, een mix van Goethe en the Beatles.

Het is deze zomer vijf jaar geleden dat Gerrit Komrij (1944-2012) overleed. En dat wordt herdacht. Met een speciaal nummer van De Parelduiker waarin auteurs herinneringen ophalen en hier en daar ook iets nieuws ontdekken. Maar vooral met een postume uitgave van Komrij’s jeugdwerk, nog van voor hij begon te publiceren, onder de titel ‘De lange oren van Midas’.

In het seizoen 1965/66 reisde de gesjeesde literatuurstudent Gerrit Komrij met vriendin Ellen af naar Kreta om een nieuw leven te beginnen. Het werd ‘een jamboree van verdriet’. Vriendin begon het met iemand anders te houden en Komrij zelf zag bevestigd dat hij toch eigenlijk op jongens viel, wat op Kreta niet overal in goede aarde viel. Maar ook met een positieve uitslag: Komrij ontdekte zijn schrijverschap. Hij maakte dagboekaantekeningen, hield een journaal bij, schreef zelfs een hele roman, waarnaar het nu verschenen boek genoemd is: ‘De lange oren van Midas’.

Wie het werk van Komrij een beetje gevolgd heeft, gelooft zijn ogen niet: de man van de welgevormde zinnen, van de eloquentie en de klassieke vormen begon als een soort hippieschrijver. Zijn Kretenzische bestaan, van de hand in de tand, vol liefde en alcohol en eigenlijk volkomen ongericht, resulteerde in impressionistische, verwarde, kleurrijke schrijfsels.

Komrij blijkt als postpuber en preliterator een experimenteel, die zelfs de nieuwe spelling omarmt: sentrum, drasties, taksi. Je herkent er de latere scepticus van alle experimentele en losse-eindjesliteratuur nauwelijks in. Hier, een punctie uit die vroege roman: “Ik zal op Kreta trachten mij te verslingeren. De bergen & dalen die er mijn vunzige fantasmagorieën zullen oplossen als rook tegen de wind. Ik wil me laten horen na veertig jaar & zien hoe mijn verhouding tot Gravin Auguste zu Stolberg uitvalt. Je zult dit hart van steen niet breken. Dit hart is van steen. O nee baby je breekt nooit dit hart van steen. Het is mijn maagdelijkheid die ik je nageef, waarover je hoorde voor ik ging.”

De tekst gaat verder onder de afbeelding.

Beeld RV

Een soort mix van Goethe en The Beatles (‘Alles wat ze doen is goed, net Shakespeare’) overgoten met een surrealistisch sausje. Ik wist niet wat ik las, grote delen van de roman zijn volstrekt onbegrijpelijk.

Allure

Komrij had het later niet graag meer over deze warrige en roerige periode in zijn leven, alleen in zijn roman ‘Hercules’ uit 2004 komt hij erop terug maar dan volledig verpuurd en gesublimeerd, zonder de rauwe, wanhopige randjes: “Mislukking was een te genadig woord.”

Het pleit voor de bezorger van dit jeugdwerk, Komrij’s biograaf Arie Pos, dat hij ook een stuk uit die roman ‘Hercules’ heeft opgenomen zodat de lezer kan zien hoe jeugdherinneringen in het latere brein worden vervormd. Zo krijgt ‘De lange oren van Midas’ de allure van een soort tijdmachine.

Het lijkt erop dat de jonge Komrij, toen al zeer belezen, geen idee had welke kant het met zijn talent op moest gaan. Voor aanstormende jongeren zal het een troost zijn om te zien dat stuurloze ambities op den duur toch nog tot iets moois kunnen leiden. Daarnaast wordt in deze onvervalste jeugdzonde de sfeer van de jaren zestig opgeroepen; drank, drugs, vrije liefde, Pos noemt het een ‘tijd van wanhoop en bravoure’.

Ommekeer

Maar wat deze verzameling van premature Komrij-pennevruchten toch vooral laat zien is dat schrijvers soms een radicale ommekeer meemaken. In het midden van de jaren zestig schreef Komrij nog alsof Simon Vinkenoog zijn grote voorbeeld was: “We zullen niet langer valse goden dienen. Het alfa & omega van ons bestaan is onze naaktheid aan het daglicht prijs te geven opdat het de straten tooit & verwarmt. Er zijn de profeten van de liefde & er zijn de profeten van de haat. Het is dat alles maar kul. Ik laat me gewillig leiden. Over schrale & droge weiden totdat mijn geprikkeldheid een uitweg vinden moet & Jan, Piet & Klaas voor de vlakte slaat.”

Maar heel diep verborgen voel je toch dat er onder alle lawaai en onzin de latere schrijver zit aan te komen, bijvoorbeeld als hij zich voorneemt een ‘Groot Essay’ te schrijven of opmerkt ‘Romans zijn kwadrateringen van een dun gevoel’.

Na Kreta ontdekte hij waar het hem in het leven werkelijk om ging: literatuur en jongens.

Pas toen werd de schrijver Gerrit Komrij echt geboren.

Gerrit Komrij
De lange oren van Midas
Inleiding: Arie Pos.
De Bezige Bij; 290 blz. € 19,99
Oordeel: Lawaai en onzin, met diep verborgen de latere auteur

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden