De vrijspraak van de Ivoriaanse ex-president Gbagbo stort het Internationaal Strafhof in crisis

In de straten van Abidjan wordt feestgevierd na de vrijspraak van de Ivoriaanse oud-president Laurent Gbagbo en zijn medeverdachte Charles Blé Goudé. Beeld AFP

De vrijspraak van de Ivoriaanse ­ex-president Gbagbo doet het Internationaal Strafhof op zijn grondvesten schudden.

Het leek allemaal zo mooi toen het Internationaal Strafhof (ICC) in 2002 werd opgezet in Den Haag. De instelling werd bejubeld als een van de belangrijkste vernieuwingen van de internationale rechtsorde sinds de oprichting van de Verenigde Naties in 1945. Voor het eerst kwam er nu een permanente instantie voor de berechting van verdachten die, in de woorden van het oprichtingsstatuut, ‘een gevaar waren voor de vrede, de veiligheid en het welzijn van de wereld’. Vervolging van zulke schurken werd, zo was de gedachte, nu definitief onttrokken aan de exclusieve soevereiniteit van staten.

Tijdgeest

Dat enthousiasme was deels ook een gevolg van de tijdgeest. Toen er in de tweede helft van de jaren negentig werd onderhandeld over het Strafhof, begon het Joegoslavië-tribunaal net op stoom te komen. De Verenigde Staten en Europese landen oefenden druk uit op Bosnië, Servië en Kroatië om mee te werken. Er waren bovendien Navo-troepen beschikbaar, die verdachten oppakten en overbrachten naar Den Haag. Surfend op de golven van dat succes leek de oprichting van het ICC een logische, idealistische stap vooruit.

“Mensenrechtenorganisaties hadden het idee dat het Strafhof een soort verlengde arm van hen zou worden”, herinnert Thijs Bouwknegt, onderzoeker van het oorlogsinstituut Niod, zich. “Zij zouden boeven met naming and shaming te kijk zetten en het Hof zou hen daarna strafrechtelijk aanpakken.”

Maar er zaten al meteen allerlei problemen ingebakken. Want soevereiniteit van staten is van oudsher juist een van de hoekstenen van de internationale betrekkingen. Om effectieve diplomatie te bedrijven, moeten regeringen soms ook kunnen praten met ‘foute’ leiders, zelfs als die oorlogsmisdrijven of misdaden tegen de menselijkheid hebben begaan. Dit wordt stukken moeilijker als je op grond van je deelname aan het ICC eigenlijk verplicht bent zo’n leider te arresteren.

Het Strafhof heeft daarnaast nooit brede diplomatieke steun gekregen. De grootmachten Amerika, Rusland, China en India doen zelfs helemaal niet mee. Het hof kan ook alleen misdrijven berechten als ze zijn begaan op het grondgebied van een van de lidstaten, als de verdachte uit een lidstaat komt, of na een verwijzing van de VN-veiligheidsraad. Bovendien beschikt het ICC niet over een politiemacht die verdachten kan oppakken.

Aanklagers

Hier komt nog bij dat de aanklagers van het Hof op deskundigen vaak geen al te sterke indruk maken. De eerste hoofdaanklager, Luis Moreno-Ocampo, was een flamboyante Argentijn, die wel graag optrad met beroemdheden en grootse aankondigingen deed, maar intussen weinig stevige strafzaken opbouwde. En zijn Gambiaanse opvolgster, de huidige hoofdaanklaagster Fatou Bensouda, lijkt vooral te zijn benoemd om critici de wind uit de zeilen te nemen die stelden dat het ICC een neokoloniale, anti-Afrikaanse instelling is.

Onder hun leiding opende het bureau van de aanklagers in de afgelopen zeventien jaar het ene na het andere dossier. Er worden inmiddels vermoede misdaden bestudeerd in twintig landen, uiteenlopend van Colombia tot Afghanistan en van Irak tot de Filippijnen. Ende aanklagers kondigden een paar jaar geleden aan dat ze hun werkterrein nog verder zouden gaan uitbreiden naar milieumisdrijven, illegale exploitatie van hulpbronnen en onrechtmatige landonteigeningen.

Maar experts verwachten dat al deze inspanningen nauwelijks zullen leiden tot succesvolle vervolgingen. Want het ICC heeft, ondanks 1300 medewerkers en een jaarlijkse begroting van rond de 150 miljoen euro, in zeventien jaar slechts drie verdachten veroordeeld, alle drie Afrikanen.

Alle pogingen om regeringsmensen te vervolgen mislukten. In 2015 liep de zaak tegen de Keniaanse oud-presidentskandidaat Uhuru Kenyatta stuk. Vorig jaar werd de Congolese ex-vicepresident Jean-Pierre Bemba in hoger beroep vrijgesproken. En nu doet de vrijspraak van de Ivoriaanse oud-president Laurent Gbagbo het Hof op zijn grondvesten schudden. Volgens de rechters hebben de aanklagers zelfs in de verste verte niet genoeg bewijs aangevoerd om Gbagbo en zijn medeverdachte Charles Blé Goudé te veroordelen.

Tandeloze tijger

Zou deze nieuwe blamage voor de aanklagers zelfs het einde kunnen inluiden van het geplaagde Hof? Vrijwel niemand gaat daarvan uit. Want als internationale organisaties eenmaal zijn opgericht, verdwijnen ze doorgaans niet zo snel. Het ICC heeft ook nog niet zo lang geleden in Den Haag een glimmend nieuw hoofdkwartier à raison van 206 miljoen euro betrokken.

Maar Nederland en andere Europese landen, die samen met onder meer Australië, Canada en Japan tot de belangrijkste financiers van het ICC behoren, zullen zich wel afvragen hoe het nu verder moet met deze tandeloze tijger.

Als de ICC-aanklagers hun instelling willen behoeden voor verdere marginalisering, kunnen ze waarschijnlijk het beste op zoek gaan naar meer relatief kleine, overzichtelijke zaken, die ze kunnen behappen, en waarmee ze klinkende veroordelingen in de wacht kunnen slepen. Misschien dat ze dan op termijn toch nog iets van de oude droom waar kunnen maken.

Laurent Gbagbo: van linkse idealist tot xenofobe president

Meer dan tachtig getuigen werden door de aanklagers van het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag opgeroepen om Laurent Gbagbo veroordeeld te krijgen voor misdaden tegen de menselijkheid. De voormalig president van Ivoorkust zou na de omstreden verkiezingen in 2010 – die hij verloor – hebben aangezet tot het verkrachten, mishandelen en vermoorden van politieke tegenstanders. Maar na bijna acht jaar voorarrest is hij wegens gebrek aan direct bewijs vrijgesproken van alle beschuldigingen.

Nog voordat Ivoorkust het wel en wee van een democratie kende, richtte voormalig geschiedenisprofessor Gbagbo (73) al in 1982 zijn oppositiepartij FPI op. Hij eiste democratische hervormingen, waaronder de oprichting van een meerpartijenstelsel. Met deze actie werd Gbagbo een van de grootste tegenstanders van toenmalig ‘vader van de natie’ Félix Houphouët-Boigny, die na de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1960 werd benoemd tot eerste president van het West-Afrikaanse land.

Laurent Gbagbo Beeld EPA

Gbagbo’s strijd verliep niet zonder slag of stoot. Verschillende keren werd de academicus en vakbondsman gevangengezet, waardoor hij uiteindelijk besloot te vluchten naar Frankrijk om daar zes jaar in ballingschap te leven. In 1988 keerde hij terug om de druk op te voeren. Twee jaar later gaf Houphouët-Boigny eindelijk toe en werden de eerste nationale verkiezingen sinds de onafhankelijkheid georganiseerd. Hoewel Gbagbo – de enige presidentiële tegenkandidaat – verloor, kreeg hij wel een zetel in het parlement.

Staatsgreep

Bij de verkiezingen van 2000, die plaatsvonden na een staatsgreep van de gepensioneerde generaal Robert Guéï, lukte het Gbagbo de macht te grijpen. Guéï sloot veel presidentskandidaten uit van deelname, waardoor Gbagbo de enige significante oppositiekandidaat was. Guéï claimde de overwinning, maar Gbagbo wist hem omver te werpen met hulp van het leger en massale straatdemonstraties.

Tijdens zijn presidentschap verdwenen Gbagbo’s linkse idealen naar de achtergrond. In de plaats daarvan nam hij steeds sterkere nationalistische, en zelfs xenofobe standpunten in. Spanningen rond nationaliteit, burgerschap en landrechten wist hij uit te buiten voor zijn eigen politieke gewin. Dat mondde uiteindelijk uit in de burgeroorlog tussen het islamitische noorden en christelijke zuiden, waarvan de spanningen nog steeds voelbaar zijn. Gbagbo gaf ‘buitenstaanders’ de schuld van de ­onrust, vooral Burkina Faso. In 2002 wist Gbagbo nog een staatsgreep neer te slaan.

Na vijf jaar uitstel organiseerde hij in 2010 eindelijk nieuwe verkiezingen. Tegen alle verwachtingen in won aartsrivaal Alassane Ouattara, wiens vader uit Burkina Faso komt. Gbagbo weigerde echter de macht over te dragen aan Ouattara, de huidige president van Ivoorkust. Vijf maanden woedde er een burgeroorlog tussen strijders van beide kampen, waarbij 3000 mensen de dood vonden. In april 2011 werd Gbagbo in een bunker van het presidentiële paleis gevangengenomen door troepen gesteund door de Verenigde Naties en Frankrijk en overgeplaatst naar het ICC in Den Haag.

Op zijn vroegst woensdag mag Gbagbo zijn cel verlaten. Waar hij naartoe gaat is nog onbekend. Zijn vrouw Simone Gbagbo, die ook vastzat voor de onrust na de verkiezingen van 2010 en amnestie kreeg van president Ouattara, zegt hem op te wachten in Ivoorkust.

Lees ook

Amerika dreigt met sancties tegen het Internationaal Strafhof

De Amerikaanse nationale veiligheidsadviseur John Bolton haalde eind september hard uit naar het Internationaal Strafhof (ICC) in Den Haag.

Zuid-Afrika mag niet uit het Internationaal Strafhof stappen

Het Internationaal Strafhof heeft het alleen op Afrikanen gemunt, is de heersende gedachte in Afrikaanse landen. In 2017 zegden dan ook een handvol Afrikaanse landen de samenwerking met het ICC op. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden