De vrijlating van ex-krijgsheer Bemba is wéér een dreun voor het Strafhof

Sympathisanten van Jean-Pierre Bemba juichen in de Congolese hoofdstad Kinshasa als bekend wordt dat hij is vrijgesproken door het Internationaal Strafhof. Beeld AFP

De vrijspraak van voormalig krijgsheer Bemba ondermijnt het Internationaal Strafhof nog verder. 'Het kan zich beter richten op kleinere zaken.'

Dat strijders van de gevreesde Beweging voor de Bevrijding van Congo in 2002 en 2003 gruwelijk hebben huisgehouden in buurland Centraal-Afrikaanse Republiek, staat buiten kijf. En dat de toenmalige Congolese vicepresident Jean-Pierre Bemba de bevelhebber was van die militie, is ook een feit. Maar dat Bemba daarmee oorlogsmisdaden of misdaden tegen de menselijkheid beging, is niet bewezen.

De rechters van het Internationaal Strafhof in Den Haag spraken vorige week in hoger beroep die conclusie uit. Tot verbijstering van veel mensenrechtenactivisten werd de beruchte ex-krijgsheer deze week vrijgelaten.

Voor experts was de vrijspraak geen verrassing. "De uitspraak in eerste instantie was echt heel zwak", zegt onderzoeker Thijs Bouwknegt van het oorlogsinstituut Niod, die het proces jarenlang volgde. "Het vonnis stond vol fouten, aannames en vaagheden."

Couppoging

De zaak draaide om enkele honderden strijders die Bemba in het najaar van 2002 naar Centraal-Afrikaanse Republiek (CAR) stuurde om een couppoging tegen de toenmalige CAR-president Ange-Félix Patassé af te slaan. Bemba's strijders gingen zich in Bangui, de hoofdstad van het buurland, te buiten aan massale plunderingen, verkrachtingen en moorden. Bemba werd daarvoor in 2016 door het Internationaal Strafhof veroordeeld tot achttien jaar. 

Maar de beroepskamer van het strafhof oordeelde dat Bemba weinig greep had op zijn strijders in Bangui. Volgens de Belgische rechter Christine Van Den Wyngaert probeerde Bemba bovendien, toen hij hoorde van de gruwelijkheden, er een einde aan te maken.

"De rechters die de zaak in eerste instantie behandelden, waren drie vrouwen", vertelt Bouwknegt. "En het ging om seksueel geweld. Ik denk dat de rechters grote druk voelden om daarvoor een schuldige aan te wijzen."

Bemba's vrijspraak in hoger beroep is een dreun voor de toch al geplaagde aanklagers van het Internationaal Strafhof, want zijn veroordeling in 2016 was een van de weinige successen. Hoofdaanklaagster Fatou Bensouda reageerde dan ook teleurgesteld op de uitspraak. "Wij vinden dit spijtig en problematisch".

Weinig steun

Het strafhof heeft sinds de oprichting in 2002 de reputatie gekregen van een papieren tijger. Ondanks ruim 900 medewerkers en een jaarlijkse begroting van rond de 150 miljoen euro, heeft het Hof in zestien jaar slechts drie verdachten veroordeeld. Processen sleepten zich vaak jarenlang voort, of liepen stuk door gebrek aan bewijs of intimidatie van getuigen.

Een van de onderliggende problemen is dat het Hof slechts beperkte diplomatieke steun heeft. De grootmachten Amerika, Rusland, China en India doen helemaal niet mee. Bovendien kan het Strafhof alleen misdrijven berechten met instemming van de staat waar ze zijn begaan, met goedkeuring van de staat van de nationaliteit van de verdachte, of na een verwijzing van de VN-Veiligheidsraad. Ook beschikt het Hof niet over een politiemacht die verdachten kan oppakken.

Ondanks deze structurele beperkingen hebben de aanklagers, aangespoord door hulporganisaties en mensenrechtengroepen, de laatste jaren juist meer hooi op hun vork genomen. Volgens eigen opgave doen ze onderzoek naar mogelijke oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in 21 landen waaronder, behalve veel Afrikaans staten, onder meer Georgië, Palestina, Afghanistan, Colombia en Venezuela.

Existentiële crisis

Ook hebben de aanklagers aangekondigd dat ze hun werkterrein uitbreiden naar milieumisdrijven, illegale exploitatie van hulpbronnen en onrechtmatige landonteigeningen. Deskundigen vrezen dat al deze inspanningen nauwelijks zullen leiden tot succesvolle vervolgingen.

"Het Hof is uitgegroeid tot een internationale bureaucratie, die hetzelfde werk doet als organisaties als Amnesty International en Human Rights Watch", zegt Niod-onderzoeker Bouwknegt. "Maar het schrijven van een mensenrechtenrapport is iets heel anders dan het opbouwen van een strafzaak, die overeind blijft voor de rechter. Ik denk dat de aanklagers zich voorlopig beter kunnen richten op kleinere, minder ambitieuze zaken, waarvan ze zeker weten dat ze die met harde bewijzen kunnen onderbouwen. Want als het zo doorgaat, stevent het Hof af op een existentiële crisis."

Lees ook: Juridisch experiment schudde de wereld wakker

De dranghekken zijn weg, de cameraploegen verdwenen. Na de uitspraak tegen de Bosnisch-Servische legerleider Ratko Mladic, valt bijna het doek voor het Joegoslaviëtribunaal aan het Haagse Churchillplein. Wat laat het, na de kwarteeuw van zijn bestaan, voor erfenis achter?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden