De vrijheid om alles te schrijven

Julie Phillips, biograaf van James Tiptree Jr, over de ontmaskering van Elena Ferrante

De Italiaanse Elena Ferrante schreef haar Napolitaanse vierluik, waarvan het vierde en laatste deel deze week in het Nederlands verscheen, onder pseudoniem. Twee decennia lang wist niemand wie de succesauteur was, tot de Italiaanse onderzoeksjournalist Claudio Gatti begin deze maand beweerde dat achter Ferrante de Romeinse vertaalster Anita Raja schuil ging. Herrie alom want veel lezers zaten helemaal niet op die onthulling te wachten.

Sommigen, onder wie de Britse schrijfster Jeanette Winterson, betichtten Gatti van seksisme. Waarom werd de identiteit van Ferrante, die schrijft onder een vrouwennaam, wel onthuld, terwijl de privacy van mannelijke tegenhangers als Thomas Pynchon en graffitikunstenaar Banksy al jaren wordt gerespecteerd? Anderen stelden de waarde van de biografische informatie op zich ter discussie: is het voor de lezer nodig om de identiteit van een auteur te kennen? Ferrante zelf vond van niet. Literatuur, beredeneerde zij eerder in (schriftelijke) interviews, dient te worden beoordeeld op literaire kwaliteit, los van de persoon die het schrijft. Zelfpromotie doet afbreuk aan het boek.

Weer anderen verwijzen naar identity politics, de vraag of je over mensen buiten je eigen groep mag schrijven. Volgens Gatti loog Ferrante over de autobiografische oorsprong van haar romans. De schrijver is volgens hem helemaal geen dochter van een naaister, opgegroeid in een achterbuurt van Napels, die zich aan haar afkomst heeft ontworsteld door een intellectueel en een schrijver te worden, maar de uit Rome afkomstige dochter van een jurist.

De vraag nu is wat deze onthulling voor de lezer betekent. Duidelijk is dat veel lezers treuren om het verlies van 'hun' mysterie, terwijl anderen daar even fel tegenin werpen dat een schrijver nu eenmaal een publiek persoon is. Openbaarheid hoort erbij.

Een andere vraag is wat de onthulling met de schrijfster zelf zal doen.

Tien jaar geleden heb ik de biografie geschreven van een schrijver die, net als Ferrante, een pseudoniem gebruikte, en ook schriftelijke interviews gaf en met collega's correspondeerde (nog ouderwets per post). Nadat James Tiptree Jr. tien jaar lang had gepubliceerd (1967-'77), al die tijd met rust gelaten door lezers die wisten dat hij op zijn privacy gesteld was, ontdekte een fan min of meer toevallig dat de mysterieuze schrijver in werkelijkheid de 61-jarige ex-wetenschapper en voormalig CIA-analist Alice Sheldon was. Sheldon had niet zozeer een pseudoniem gekozen om zich af te schermen tegen publiciteit, zoals Ferrante, maar vanuit een lichte gêne over wat ze schreef (sciencefictionverhalen) en omdat ze haar schrijven gescheiden wilde houden van haar dagelijkse leven. Dit is een reden die door meer schrijvers wordt aangevoerd; denk aan Multatuli, Willem Elsschot (reclameman), Anna Enquist (psychoanalyticus), M. Vasalis (die ook een genderloze naam wilde) en Nescio, die nuchter schreef: "Mijn pseudoniem dient voornamelijk om mijn broodheeren buiten mijn particuliere leven te houden en te zorgen, dat ik niet in een of andere 'litteraire' kliek word getrokken."

Bij Alice Sheldon had haar pseudoniem een onverwacht bijeffect. Ze koos half voor de grap een mannennaam, maar Tip, zoals hij zijn brieven ondertekende, werd allengs een hulpmiddel om te kunnen schrijven.

Een andere persona gaf haar een zekere vrijheid, ze kon dingen zeggen en zelfs denken die ze nooit had kunnen uiten als 'zichzelf': over haar depressies, over de liefde voor vrouwen waar ze in haar dagelijkse leven geen uiting aan kon geven. Zelfs sommige biografische gegevens, zoals haar militaire dienst tijdens de Tweede Wereldoorlog en haar drie jaar bij de CIA, leken plausibeler toen ze haar brieven als man ondertekende. Tiptree, schreef ze later, "was magische mannelijkheid, zijn pen mijn pik. Door hem had ik alle macht en prestige van het man-zijn. Ook al was ik een grijzende intellectueel, ik behoorde tot degenen die de wereld bezitten."

Als vrouw voelde ze die macht niet, en nadat haar identiteit bekend werd, duurde het lang voordat ze het schrijven weer kon oppakken. Toen haar masker afviel, verloor ze voor haar eigen gevoel haar autoriteit. "Ze waren mijn geheime wereld binnengedrongen, en de aantrekkelijke Tiptree - veel mensen zagen hem als aantrekkelijk - bleek niets anders te zijn dan een oude dame uit Virginia."

Sommige schrijvers hadden zonder de bescherming van een pseudoniem nooit gepubliceerd, zo intens kan een pseudoniem verweven zijn met het schrijven zelf. In het geval van Ferrante weten we simpelweg te weinig van haar om haar echte redenen te kennen. Haar interviews komen in elk geval in een twijfelachtig daglicht te staan. Zo heeft zij tegen The Guardian gezegd dat ze de naam Elena ook koos voor haar hoofdpersoon omdat "het in romanvorm gieten van biografisch materiaal vol valkuilen zit. Het gebruiken van 'Elena' heeft me geholpen om bij de waarheid te blijven." Wier biografie? Welke waarheid? Er wordt wel geopperd dat ze samenwerkt met haar man, die wel uit Napels komt en ook romanschrijver is.

Zelf hoop ik stiekem dat dat het geval zal blijken te zijn. Door Tiptree ben ik allang afgestapt van mijn geloof in de authenticiteit van de schrijver, en ik vind het heerlijk als verwachtingen over 'mannelijke' en 'vrouwelijke' schrijfstijlen in de war geschopt worden.

In 'Het verhaal van het verloren kind', het net in het Nederlands vertaalde sluitstuk van Ferrante's vierluik, staat het belang van creatieve vrijheid centraal. De twee hoofdpersonen, hartsvriendinnen Elena en Lina, hebben allebei meerdere identiteiten: als vrouwen van arme komaf, als Napolitanen die schakelen tussen dialect en Italiaans, als getrouwde, gescheiden, en werkende vrouwen, als moeders. Ze streven ernaar om zelf hun leven in te richten, maar hun autonomie wordt constant bedreigd: economisch, sociaal en in het persoonlijke leven; door de liefde, maar ook door verwachtingen die schrijvers worden opgelegd.

Elena is romanschrijfster, iemand die graag buiten de bestaande orde opereert. De wereld verwacht dat "arbeiders arbeiden, intellectuelen onzin verkopen,dat zwarten zwart zijn,dat vrouwen vrouw zijn. Maar soms vond ik het nodig om dingen te zeggen die dichter bij de waarheid stonden, die meer van mij waren."

Een pseudoniem kan soms een noodzakelijke schrijversstrategie zijn. Het lijkt mij aannemelijk dat Ferrante zelf heeft moeten vechten voor haar creatieve vrijheid en haar toevlucht moest nemen tot ongewone maatregelen. Die vrijheid van iemand afpakken door haar naam te onthullen, getuigt van een gebrek aan respect, niet alleen voor zijn of haar privacy, maar ook voor de kunst van het schrijven.

Elena Ferrante: Het verhaal van het verloren kind Wereldbibliotheek; 608 blz. euro24,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden