Edith Hooge, voorzitter Onderwijsraad.

Vrijheid van onderwijs

‘De vraag in hoeverre religie een plek mag hebben in het onderwijs, is heel spannend’

Edith Hooge, voorzitter Onderwijsraad.Beeld Inge Van Mill

Nu het debat over het bijzonder onderwijs oplaait, organiseert de Onderwijsraad vandaag in Culemborg een bijeenkomst over dit gevoelige thema. Voorzitter Edith Hooge wil voorkomen dat de discussie uit de bocht vliegt. “We moeten bij de feiten blijven.”

Heeft de overheid genoeg zicht op wat er binnen de schoolmuren gebeurt? En kan ze op tijd ingrijpen als het misgaat? De vrijheid van onderwijs in Nederland is weer prominent onderwerp van discussie. Aanleiding is een reeks (vermeende) misstanden op ‘bijzondere’ scholen, zoals kritiek op het bestuur van het islamitische Cornelius Haga Lyceum, de sociale onveiligheid op de orthodox-joodse school Cheider en de strikte kledingvoorschriften op het reformatorische Calvijn College.

Waar in veel landen de overheid het onderwijs stevig in de greep houdt, hebben Nederlandse scholen uitzonderlijk veel ruimte om hun lessen in te vullen. Maar toenemende segregatie, dalende prestaties en grote kwaliteitsverschillen tussen scholen roepen de vraag op hoe houdbaar die vrijheid is.

De Onderwijsraad, de onafhankelijke adviesraad van de regering, buigt zich momenteel over de vraag hoe de precaire balans tussen ‘overheidszorg’ en onderwijsvrijheid in de praktijk uitpakt en of bijsturen nodig is. Volgens voorzitter Edith Hooge, tevens hoogleraar onderwijsbestuur aan de Universiteit Tilburg, kleven er automatisch een aantal spanningen aan die balans, die in artikel 23 is vastgelegd. Door die uiteen te zetten in een informatief rapport dat vandaag verschijnt, hoopt ze de ‘smalle’ en ‘gepolariseerde’ discussie nieuw leven in te blazen.

Waarom is de discussie volgens u te smal en gepolariseerd?

“Deze discussie raakt mensen heel diep. Ze vervallen snel in emoties. Dat is ook logisch. Zaken als godsdienst, levensovertuiging en opvoeding zijn heel persoonlijke onderwerpen. Het valt mij op dat de discussies in de media en politiek vanuit een smal perspectief worden gevoerd. Het gaat er vaak over dat je een school mag stichten op religieuze grondslag. Maar vrijheid van onderwijs betekent ook: vrijheid van pedagogische invulling voor álle scholen. Ook openbare!

“Mensen vergeten vaak dat artikel 23 óók bepaalt dat de overheid moet zorgen dat er genoeg openbare scholen zijn in elke gemeente. En dat ouders en kinderen vrij zijn om een school te kiezen en dat leraren zelf bepalen waar ze willen werken. Dat vinden we in Nederland vrij normaal. Maar internationaal gezien is dat echt heel bijzonder. Binnen de Oeso-landen (de economische organisatie van rijke landen, red.) hebben onze scholen de meeste vrijheid om hun lessen vorm te geven.”

Het klinkt alsof u de vrijheid van onderwijs een groot goed vindt.

“Dat wil ik er niet mee zeggen. Het is niet zo belangrijk wat de Onderwijsraad een groot goed vindt of niet. Voor ons is het een gegeven dat artikel 23 er ís, dat we voor het voetlicht brengen wat er precies in staat en hoe dat uitpakt in de praktijk. Wij willen dat de discussie en meningsvorming hierover goed verlopen.”

De raad noemt een aantal spanningen die inherent zijn aan de vrijheid van onderwijs. Kunt u een voorbeeld noemen?

“Ja. De twee belangrijkste spanningen spelen bij onderwijskwaliteit en toegankelijkheid. Ouders hebben vrije schoolkeuze, maar dat staat op gespannen voet met het feit dat er segregatie optreedt. Wij merken ook dat er mechanismen van informele selectie zijn, zoals sociale patronen of kinderen die eerst een laptop moeten kopen. Maar scholen mogen officieel niet selecteren op het inkomen van ouders of taalachterstanden bij kinderen. Daarnaast zijn er, door de grote vrijheid van inrichting die scholen hebben, in Nederland grote kwaliteitsverschillen tussen scholen.”

Denkt u dat er hoe dan ook dingen moeten veranderen aan artikel 23? De wettekst is al honderd jaar vrijwel hetzelfde.

“Die vraag is niet ons uitgangspunt. En ook niet of de vrijheid van onderwijs in de prullenbak moet, zoals critici willen. Die vraag is veel te plat. Alle kritiek, discussies en vragen over hoeveel vrijheid een school moet hebben, verdwijnen daar niet mee. Maar ik sluit niet uit dat er iets gewijzigd wordt. Dat is in 2006 ook gebeurd om de samenwerkingsschool (een school met openbaar en bijzonder onderwijs, red.) mogelijk te maken.

“We hebben misschien een nieuw sociaal contract nodig. De vrijheid van onderwijs bestaat al meer dan honderd jaar. Maar nu zijn er meer minderheden en is er meer ongemak met religie in het publieke domein dan vroeger. Tijden veranderen. De vraag in hoeverre religie en afwijkende opvattingen een plek mogen hebben in het onderwijs, is heel spannend. Laten we op een eerlijke manier kijken wat er nodig is om daar zo goed mogelijk mee om te gaan.

Lees ook:

Bijzonder onderwijs maakt oververhitte discussie los

Terwijl Nederland in rap tempo seculariseert, geeft zeventig procent van de scholen nog altijd een vorm van bijzonder onderwijs. Voor wie doen we dat eigenlijk nog?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden