De vraag die zich telkens opdringt: waarom, Arie?

Rond deze dagen hoop je dat mensen het goed hebben, dat ze ’warm’ zijn opgevangen bij hun gelieven of getrouwen, dat ze ’safe’ zijn. Dan lees je dat Arie Haan coach van Albanië zal worden en trekt er een merkwaardige kriebeling door het lijf. Waarom Arie, waarom?

Ik zie hem nog die bal schieten. Die streep, die rush die erop volgde: Winschoten was ineens een wereldstad geworden.

Later die merkwaardige bravoure die hem stijf uit de schouders stak. Dat o zo altmodische polsbandje, die weerbarstige kin die altijd in de verdediging getrokken was. Haan van de afstandpoeiers, van de lange passes, van het link omzeilen van het omkoopschandaal bij Standard Liège.

Ook zoiets: hoe komt een nuchtere Groninger in de poel van verderf van het Belgische voetbal zo goed tot zijn recht? Hoe glad moet je dan zijn om in de bestuurkamers van al die zwartgeldclubs te kunnen bestaan? Haan deed het moeiteloos.

Ik heb hem eens het terrein van Feyenoord op zien rijden in een Mercedes waar de Holleeder-clan jaloers op zou worden. De souplesse waarmee hij het voertuig bestuurde, de gehoekte charme waarmee hij zijn lijf uit de lederen zetel verhief, de manier waarop hij een colbert over de schouder gooide en niet te vergeten zijn volwassen voetbalmannentredik dacht toen nog: waarom Arie, waarom?

VfB Stuttgart. Ze liepen er meteen met hem weg; de echtgenotes van de notabelen voorop. Arie had stoute oogjes en dito gedachten, maar dat paste in het wereldje. FC Nürnberg. Wat dieper weggestoken in de Bundesliga, maar weer werd hij even op handen gedragen. En weer stonden grote auto’s klaar en weer werd het een donkere Kerst. Spaarlampjes bij veel te weinig behaalde overwinningen, maar wel goede verhalen en soms enorm gelach in de kleedlokalen. PAOK. De botsing tussen stug en soepel, tussen de rechte vaarten van Noord-Groningen en een Griekse avondmaaltijd. Ze vonden hem daar maar een rechtlijnige vreemdeling die blijkbaar een ruime staat van dienst had die de gemiddelde speler daar helemaal niets zei.

Feyenoord. Losse das, bovenste knoopje van het overhemd open. Keurig en toch losjes. Mooi op de vingers fluiten. Zelfs Fré Meis snapte hem niet meer; Arie en havenbaronnen, dat ging toch niet. Of wel?

Austria Wien. De Duitse taal lag hem, de omgangsvormen kwamen hem niet vreemd voor, ook daar sloeg men hem op de schouders en daar wisten ze zeker nog van 1978. Van dat schot, van die ren. Totdat het ook daar ging vriezen.

China. Waarom Arie? Hij verstond ze niet en de spelers begrepen hem niet, maar het was een prachtige ervaring. Twee nasi en wat fu-jung-hai, grapte hij en met een losse lach voegde hij eraan toe dat hij de spelers niet uit elkaar kon houden. Hij was ver weg en kwam twee maal per jaar op tv om te vertellen wat hij in den verre deed. Kameroen. Ook hier was weer iets. Niet overgemaakte gelden. Wisselend bestuur, niet nagekomen afspraken. Wel goed voor de airmiles en och, in Afrika was hij nog nooit geweest.

Nu dus Albanië. Het licht valt uit op het trainingsveld van Tirana. Het sneeuwt, bij twee graden onder nul.

Arie Haan trekt zijn Adidas-jack tot onder de kin dicht. Bij het hek staat zijn auto klaar. Twee militairen passen op de glimmende, dure kar. Een dealtje met de bewindvoerders. Arie laat zijn salaris naar een bank in Zürich overmaken.

Winschoten is zo heel ver weg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden