De vos regelt het zelf wel

Ruim drie jaar heeft Jaap Mulder voor het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland onderzoek verricht naar de vossen in de duinen tussen Wassenaar en Katwijk. Zijn voornaamste bevinding: het aantal vossen wordt in dit duingebied op natuurlijke wijze gereguleerd. En dat is in een dichtbevolkt land als het onze iets om zuinig op te zijn.

De vos ligt al eeuwen onder vuur, maar de afgelopen jaren klinkt de roep om bestrijding uit kringen van vooral jagers, boeren en beschermers van weidevogels steeds luider. 'Gulzigheid vos is niet te stuiten', kopte de Volkskrant en het blad van de Nederlandse jagersvereniging kondigde 'het moment van de waarheid' aan: 'Kiezen we voor de vos of kiezen we voor de weidevogels?'.

Aanleiding tot het offensief tegen de vos vormt het feit dat de vos in de nieuwe Flora- en faunawet niet langer tot het jachtwild behoort. Wanneer deze wet - naar verwachting begin volgend jaar - in werking treedt, is de vos niet meer vogelvrij, maar moet de jager over een vergunning beschikken. Deze wordt door de provincie verleend en het hangt dus van het provinciaal beleid af hoeveel vossen er mogen worden geschoten. Als de provincie zich soepel opstelt, zal er in de praktijk niet veel veranderen, maar de verwachting is dat de vos over de gehele linie minder zal worden bejaagd.

In het duingebied van het Duinwaterbedrijf Zuid-Holland (DZH) wordt slechts incidenteel een vos geschoten, bijvoorbeeld wanneer het dier tam gedrag vertoont. Om het beheer van het natuurgebied beter te kunnen onderbouwen, is DZH in januari 1997 een onderzoek begonnen naar de vossenpopulatie in Meijendel en Berkheide, het 3000 hectare tellende duingebied tussen Wassenaar en Katwijk. Het onderzoek, waarbij onder meer vossen van halsbandzenders zijn voorzien, moest betrouwbare gegevens opleveren over het aantal vossen, hun verplaatsingen binnen en buiten de duinen, hun voedsel en hun mogelijke invloed op prooidieren.

Het onderzoek stond onder leiding van de bioloog Jaap Mulder, die al eerder onderzoek deed naar vossen in de Noord-Hollandse waterleidingduinen. Mulder: ,,Na enkele eeuwen afwezigheid is de vos eind jaren zestig in de duinen teruggekeerd. Daarbij heeft de mens een rol gespeeld; waarschijnlijk zijn bij Wijk aan Zee vossen uitgezet. In Berkheide is de eerste vos in 1976 gezien, twee jaar later in Meijendel. In dezelfde tijd zijn twee vossen ontsnapt die door de Haagse educatieve dienst werden gehouden. Maar de vos is ook op eigen kracht in de duinen gekomen. Met name na het verbod op het gebruik van klemmen in 1970 werd de bestrijding minder effectief en heeft de vos zich vanuit het oosten en de zandgronden over de rest van Nederland verspreid.'

De vos bereikte niet alleen de duinen, maar ook de weidevogelgebieden. Jaap Mulder: ,,Dat wordt de laatste jaren, afhankelijk van je kijk op de natuur, als een probleem ervaren. Het heeft alles te maken met de onnatuurlijkheid van Nederland. Als het Groene Hart natuurlijk zou zijn, zouden er geen weidevogels zijn. De weidevogels zijn er omdat de structuur en de begroeiing door de mens is bepaald. Als je weidevogels wilt beheren, moet je dat én op grote schaal doen én daar waar je geen vossen of haviken kunt verwachten. En je moet dan ook geen bossen bij Zoetermeer en Rotterdam aanleggen, waar de vos en de havik zich graag vestigen.'

Toen de vos in Meijendel arriveerde, werd in het grootste deel van het duin nog gejaagd door het Koninklijk jachtdepartement, dat onder meer fazanten fokte en uitzette. Ondanks de sterke bejaging groeide de vossenpopulatie sterk. De effecten op de prooidieren werden snel zichtbaar. Vanaf het begin van de twintigste eeuw broedden er zilvermeeuwen in Meijendel - een soort die zich in het midden van de negentiende eeuw in Europa heeft gevestigd. De kolonie is nooit stabiel geweest en vaak bestreden, maar vertoonde na 1970 een sterke groei.

Jaap Mulder: ,,In 1979 is de eerste predatie aan meeuwen geconstateerd en vanaf 1983 nemen de aantallen af. De vos heeft in twee (kokmeeuw) tot tien jaar (zilvermeeuw en kleine mantelmeeuw) de kolonies totaal opgeruimd, terwijl de mens vroeger met zijn bestrijding niet eens de aantallen in toom kon houden. De meeuwen broeden nu op de daken in Leiden en tussen de containers op de Maasvlakte. Je kunt concluderen dat broedkolonies van opvallende witte vogels zich niet kunnen handhaven in gebieden met vossen. Je vindt zulke kolonies dan ook vrijwel zonder uitzondering op eilanden zonder roofdieren, op steile rotskusten of in zeer uitgestrekte moerassen.'

Naast de meeuwen zijn ook enkele andere op de grond broedende vogels sterk in aantal achteruitgegaan, zoals bergeend, wulp, kievit, houtsnip, scholekster en fazant. De vos speelt hierbij waarschijnlijk een rol, meent Mulder, maar er zijn ook andere oorzaken in het geding, zoals het dichtgroeien van het duin met struweel. Ook liggen de voedselgronden (graslanden) steeds verder buiten de duinen.

En tegenover de achteruitgang van soorten staat ook een vooruitgang, benadrukt Mulder. Grasmus, tjiftjaf, nachtegaal, blauwborst en diverse soorten eenden zijn om uiteenlopende redenen vooruitgegaan. Ook zijn de zwerfkatten, die vroeger een probleem vormden, uit het duin verdwenen: zij mijden vossen. Voorts betekende het verlies van de meeuwenkolonies ook het verlies van mest die schade toebracht aan de schrale vegetatie. Met de meeuwen verdwenen dus ook de brandnetels.

Mulder: ,,Beheerders hebben daar vaak geen oog voor, velen zijn van oudsher jagers en jachtopzieners met oog voor het grote en het eetbare. Er wordt met verschillende waarde-oordelen naar de natuur gekeken en dat is lastig voor observerende biologen.'

Overigens nemen in Meijendel en Berkheide vogels slechts een bescheiden plaats in op het menu van de vos: 5,5 procent. Daarnaast eet de vos kleine zoogdieren, vooral muizen (4,5 procent). Het hoofdbestand is konijn (84,3 procent). Per jaar eet een vos ongeveer 150 konijnen en 330 muizen.

Mulder: ,,Het voedselonderzoek bracht nauwelijks verrassingen: vossen eten bij voorkeur wat zij het gemakkelijkst kunnen veroveren. Wel was de consumptie van konijnen hoger dan verwacht, omdat de konijnenstand als laag wordt ervaren. Iedereen zegt dat er weinig konijnen zijn maar uit tellingen blijkt dat het aantal konijnen al tien jaar hetzelfde is. Het is mogelijk dat het konijn door de vos meer in de dekking blijft.'

De hamvraag voor de beheerder van het duin is natuurlijk: moet de vos actief worden beheerd? Mulder: ,,Tijdens het onderzoek is geen stijging of daling van de populatie vastgesteld. De populatiedichtheid schatten we op grond van de territoriumomvang, de groepsgrootte en de verhouding tussen territoriale en zwervende vossen op zeven tot tien volwassen vossen per honderd hectare. En zij behoort daarmee tot de hoogste dichtheden die met onderzoek zijn vastgesteld. Omdat de vossen niet worden bejaagd en de onnatuurlijke sterfte, bijvoorbeeld door verkeer, gering is, stelt uiteindelijk de beschikbaarheid van voedsel grenzen aan het aantal vossen. Omdat de po pulatie min of meer stabiel is, moet deze dus in evenwicht verkeren met de beschikbaarheid aan voedsel.'

,,De populatie vertoont dan ook alle kenmerken van natuurlijke regulatie, zoals lage voortplanting, hoge sterfte en veel zwervers zonder territorium. Dat is iets om zuinig op te zijn in een dichtbevolkt land als Nederland. Elders, waar de vos sterk wordt bejaagd, komt geen natuurlijke regulatie voor. Wanneer er sprake is van natuurlijke regulatie, is er voor de beheerder geen enkele reden in te grijpen. Als je toch afschot wilt om de effecten op prooidieren te verminderen of het aantal vossn te verlagen, moeten de inspanningen erg hoog zijn wil je kans op effecten hebben.'

Mulder: ,,Zodra je gaat bejagen, verandert het gedrag en krijg je ze steeds moeilijker in het vizier. En de bejaagde populatie gaat de verliezen compenseren: hogere voortplanting, minder sterfte en de vestiging van zwervers in leeggevallen territoria. Je moet in de eerste twee wintermaanden minstens tweehonderd vossen afschieten en in de jaren daarna telkens honderd. Vuistregel in het natuurbeheer is dat het afschieten van een vos twintig tot dertig manuren kost. Nog afgezien van de menskracht die dit zou kosten - je kunt in de praktijk met de wettelijk toegestane middelen onmogelijk dergelijke aantallen halen.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden