De vorst treedt uit zijn ambt en wordt voor even de nar

Wat is een column? Een kunstwerk is iets dat door een kunstenaar gemaakt is, kun je zeggen, om ervan af te zijn, en in het geval van de column kun je het probleem ook zo oplossen: een column is wat de columnist maakt. Het woord zelf zegt uiteindelijk niets over de inhoud, uitsluitend over de vorm, en dat zelfs nauwelijks. Een sonnet of een kwatrijn kent nauw omschreven vormeisen, bij een column wordt in wezen alleen iets over de lengte gezegd: het moet in één kolom passen. Veel columns zijn twee halve, of drie éénderde, vaak ook wordt voor columns de zetbreedte aangepast, dus ook die maateenheid is nogal rekbaar.

Ik kom erop vanwege het interview afgelopen zaterdag in Trouw met Erik Schilp, een van de twee beoogde directeuren van het Nationaal Historisch Museum. Hij en zijn collega Bijvanck hebben nogal wat kritiek gekregen vanwege hun geavanceerde, door velen als ’postmodern’ getypeerde opzet voor dat museum. Schilp wordt daarnaast achtervolgd door beschuldigingen van fraude met de bezoekcijfers van een museum waar hij eerder de baas was. De interviewer confronteert hem met die kritiek, Schilp vindt het allemaal nogal onheus en stelt dat hij zelf altijd zakelijk en beleefd blijft. Hetgeen niet helemaal blijkt te kloppen, Jan Marijnissen en Maxime Verhagen, de initiatiefnemers van het NHM, noemde hij ooit ’neonationalistisch’ en hun geesteskind ’een gedrocht’, citeert de interviewer. ’Maar, zegt Schilp dan, ’die opmerkingen heb ik gemaakt in een column, en daarin mag je je toch wat meer permitteren.’

Interessant.

Is Schilp een columnist? Nee, hij is een gezagsdrager. Dat is het tegenovergestelde van een columnist. Je hebt de vorst en de nar. De vorst heeft macht en aanzien, de nar heeft slechts talent en een scherpe tong. De vorst onderhoudt de nar omdat er anders in zijn omgeving niemand is die hem tegenspreekt of op de hak neemt. Dat is saai, en de vorst wil zo nu en dan vermaakt en geprikkeld worden. Het lot van de vorst is dat hij alleen maar vrienden heeft (vijanden worden onthoofd), terwijl de nar er juist helemaal geen heeft. Zo zijn de rollen verdeeld.

Maar nu ontstaat een andere situatie. De gezagsdrager voelt zich belemmerd door de restricties van zijn ambt - hij wil ook wel eens scherp uit de hoek komen. Zijn ambt verbiedt hem dat, maar dat lost hij op met een tijdelijke gedaanteverwisseling. Hij wordt voor even nar en schrijft een ’column’. Nu kan hij dingen beweren die in zijn ambt eigenlijk taboe zijn, bijvoorbeeld door twee andere (boven hem geplaatste!) gezagdragers onheus te bejegenen. Als die boos worden zegt hij: ja, maar dat was niet Erik Schilp de museumdirecteur, dat was Erik Schilp de columnist.

De column is de laatste jaren ook meer en meer een statussymbool geworden: een beetje BN-er heeft ergens een column. Neemt iemand aanstoot aan wat hij daar beweert, dan zegt hij: ja, maar het was een column. Net als Erik Schilp.

Het is wat wij met Sinterklaas doen: vermomd als wijze, oude bisschop zeggen we dingen tegen elkaar die we face to face niet durven. Het carnaval heeft ook die functie: we zijn het niet zelf die ons zo te buiten gaan, het is Mickey Mouse, Kapitein Haak of een boertje van buut’n.

Een ventielzede, noemt de sociologie dat.

Het columnisme ontwikkelt zich tot ventielzede.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden