De voorlichting over ’goede’ vis deugt niet

Om de consument te bewegen vis te kopen die op verantwoorde wijze wordt gevangen, heeft de milieubeweging onder andere een keurmerk in het leven geroepen. De praktijken achter dat label worden echter te rooskleurig voorgesteld. Het is vaak niet meer dan een schaamlap, beweert Martin Scholten, directeur van onderzoeksinsituut Imares.

Soms is het leven eenvoudig. Je hebt goede en slechte vis. Slechte vis kun je maar beter laten staan want daarvoor wordt de zee leeggeschraapt. Goede vis mag. Bij de vangst wordt de natuur ontzien en de visstand gerespecteerd. Duurzaam heet dat. Wie kan daar iets tegen hebben?

Martin Scholten, directeur van Wageningen Imares, het pas opgerichte instituut van Wageningen Universiteit en TNO dat marien ecologisch onderzoek doet, in ieder geval niet. Maar hij twijfelt aan het antwoord van de natuurbeweging op de groeiende visschaarste.

Zo houdt het Wereld Natuurfonds (WNF) op dit moment de publieksactie ’Kies voor een levende zee’. De organisatie roept consumenten op de visboer te vragen om vis met het keurmerk van Marine Stewardship Council (MSC). Deze ’wereldstandaard’ voor duurzame zeevis is te herkennen aan een vrolijk blauw vislabeltje, tegenwoordig standaard op pakjes vissticks van Unilever-dochter Iglo.

Want, promoot WNF op zijn website: „Door vis te kopen die op een verantwoorde manier is gevangen, draagt u bij aan de bescherming van de natuur onder water.”

Dat is nog maar de vraag, vindt Scholten. „Met MSC kan alleen een gehele visserij in een bepaald gebied worden beoordeeld, bijvoorbeeld de vangst van koolvis in Alaska. Maar MSC maakt geen onderscheid tussen vissers die zorgvuldig te werk gaan en onzorgvuldige vissers. Die visserij geschiedt bovendien onder sterke regie van en multinationale marktpartij, die de vis opkoopt.”

„Terwijl industriële visketens, gericht op een mondiale markt, de zee onder spanning zetten. Je kunt de natuur gewoon niet dwingen om grote volumen te produceren. Mijn filosofie is juist dat je moet zoeken naar ruimte voor meer zorgvuldige visserij”, zegt Scholten. „Een MSC-label is bovendien onhaalbaar voor de gemengde visserij, die wel flexibel kan inspelen op veranderingen in de natuur en daarom ook toe te juichen is.”

Aan de industriële exploitatie van de zee, de kern van de overbevissing, maakt het MSC-certificaat – inmiddels afgegeven voor zeventien vissoorten wereldwijd – geen einde. „MSC is voor dat soort visserijen niet anders dan een schaamlap”, zegt Martin Scholten. „Het is overduidelijk een product van het Wereld Natuurfonds en Unilever.” De voedselgigant richtte samen met het WNF in 1996 MSC op. De organisatie, hoofdkantoor in Londen, is tegenwoordig zelfstandig, maar blijft vooral het belang van de oprichters dienen, meent Scholten. Maar niet alleen de vis, ook de vissers hebben niet altijd profijt van het label. „Want MSC versterkt de macht van de multinational. En dat is niet altijd goed voor de vissers.” Vissers die naar eigen inzichten hun vangstmethoden verbeteren, worden namelijk als marktpartij uitgesloten. „De greep van de multinational op de leveranciers wordt zo versterkt”, zegt de Imares-directeur.

Sommige vissoorten die nu een MSC-certificaat dragen zou je gezien hun schaarste eigenlijk helemaal niet moeten wíllen vangen, meent Scholten. „Je kunt bijvoorbeeld twijfels hebben over de heek en hoki.”

Twee maanden geleden kreeg de Noordzeeharing een MSC-certificaat. Maar wat is dat certificaat waard nu onlangs de International Council for the Exploration of the Sea (ICES) adviseerde de haringvangst te halveren omdat de broed vier jaar achtereen tegenvalt? De ICES is het hoogste adviesorgaan voor Brussel. Scholten: „Zo’n advies voor een vangstbeperking is vaak voldoende om geen MSC-certificaat af te geven. Ik ben dus benieuwd of dat certificaat voor de haring overeind blijft. Maar tegelijk: de haringsector vist wel heel zorgvuldig en zal zich ook aanpassen aan de geadviseerde vangstbeperking. Als het certificaat vervalt, zegt dat dus niks over de manier van vissen, maar wel over de systematiek van MSC: daarin zitten onbedoelde valkuilen.”

Duurzaamheid is in de praktijk bovendien een rekbaar begrip. De firma Heiploeg – de grootste garnalenhandelaar van Europa – eist van de garnalenvissers in de Wadden- en Noordzee toch vooral duurzame garnalen op de markt te brengen. „Maar hoe duurzaam is de garnalenketen eigenlijk zelf? De garnalen worden namelijk wel na vangst op grootte geselecteerd – de rest is bijvangst –, waarna ze helemaal in Algerije en Marokko worden gepeld om vervolgens hier te worden verhandeld.”

Maar wat moet de goedwillende consument dan? Biedt de Viswijzer soelaas, het kaartje van de Stichting Noordzee, voor de bewuste viseter? De wijzer, zo groot als een creditcard, is handig omdat hij het aanbod van vis in de viswinkel in drie categorieën verdeelt: ’prima keus’, ’tweede keus’ en ’liever niet’. „Dat is helaas de dood in de pot voor goedwillende vissers”, zegt Scholten. Hij pakt de Viswijzer die voor hem op tafel ligt. ’Prima keuze: Alaska Pollak/Koolvis’, leest hij hardop. „Maar wie verzekert de consument dat de koolvis niet toevallig verstrikt raakte in de netten van de Russen?” De vangstmethoden van de Russen zijn, anders dan bijvoorbeeld de Canadezen of bewoners van de Faerüer Eilanden, berucht. „Hoe zeker zijn we dat vis van ver weg beter is dan vis gevangen in de Noorzee? Kijk maar: blijkbaar is het onverantwoord om schol of platvis te eten. Maar dat doet vissers tekort die zelf tot verbetering willen komen.”

En die zijn er. Zo kan Scholten met smaak vertellen over de Zeeverse vismarkt, elke zaterdagmorgen in Den Oever. Daar komen per keer zo’n 1000 à 1500 mensen op af. Zijn instituut was destijds betrokken bij de oprichting van deze vismarkt, waarvoor zo’n twintig boten uit Wieringen iedere zaterdag vis aanleveren. Daartoe wordt met klein materiaal gevist en ook wat normaal ’bijvangst’ wordt genoemd, wordt als bijzondere vissoorten op de markt gebracht, tot vreugde van de consumenten. Daar ligt dus ook allerlei eerlijk en zorgvuldig gevangen vis, die je volgens de Viswijzer maar beter kunt laten staan.

„Al die verhalen dat de Noordzee leger wordt geloof ik niet zo erg”, zegt Scholten. „Wel zie je door overbevissing minder grote vissen en commercieel minder interessante soorten als kabeljauw en schol. Die komen minder voor dan in de hoogtijdagen, toen nota bene de Noordzee erg vervuild was. Die vissoorten profiteerden daar juist van. Maar er komen, ook door de temperatuurstijging, andere waardevolle soorten voor in de plaats.” Dat schept mogelijkheden. Tenminste, als de consument zijn menu aanpast.

Zo wordt sinds vorig jaar, via de natuurvoedingswinkels, duurzaam gevangen harder uit de Waddenzee op de markt gebracht onder het label Waddengoud. Een vissoort die in Frankrijk een ware delicatesse is, maar niet past in de Nederlandse eettraditie en dus bij het grote publiek onbekend is. „Het is nu eenmaal zo dat bijna negentig procent van de vis die we in Nederland eten, import is. Terwijl tachtig procent van wat we zelf vissen, wordt geëxporteerd”, zegt Scholten.

„En als je dan toch grote hoeveelheden vis wilt produceren, dan biedt aquacultuur daarvoor mogelijkheden”, meent hij. De kweek van vis wordt door de natuurbeweging met kritiek overladen. Vaak terecht. Een populaire kweekvis als zalm eet bijvoorbeeld voer waarin veel vis is verwerkt. De Imares-directeur: „Maar de aquacultuur staat in de kinderschoenen. Technisch is veel te winnen, bijvoorbeeld door een andere voersamenstelling.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden