De vondeling

Schrijver Ernest van der Kwast spit kranten door, zoekt berichten over de liefde, en maakt zijn eigen verhaal. Dit keer: hoe het verderging met het meisje uit de vuilcontainer.

Haar naam was Janneke, maar iedereen noemde haar Joan. Het was makkelijker uit te spreken en het paste goed bij haar verschijning: een jonge vrouw met bruine benen en ranke polsen. Ze droeg jurkjes met vrolijke kleuren en liep blootsvoets door de tuin. Het was een ovaal gazon omringd door witte hortensia's, rozen en een flinke rododendronstruik. De buren hadden Mexicanen die de tuin onderhielden. Zij had alles zelf gedaan. 's Zomers bladderde haar nagellak af van het wroeten in de aarde.

Haar vriend was statisticus en werkte op de universiteit van Stanford. David was niet heel groot, maar hij had brede schouders en een gulle lach. Je vermoedde niet dat hij de hele week data analyseerde en simulatiemodellen bedacht. Hij ging op een racefiets naar de universiteit en 's winters beklom hij watervallen in Colorado. Joan vond het gevaarlijk, maar David had de ijszuilen en bevroren watervallen al beklommen voordat ze elkaar hadden leren kennen. Hij zei altijd: "De kans dat er een ongeluk gebeurt is heel klein." En hij kon het weten.

Joan was de eerste winters meegegaan, en ze had ook een aantal kleine watervallen beklommen, maar ze vond het te koud en ze hadden sinds het begin van het jaar een baby. Elizabeth, een echte Californische naam. Het was een heerlijk kind, energiek en opgewekt, en ze betoverde iedereen met haar bruine ogen en witblonde haren.

Als David naar zijn werk ging, ruimde Joan de ontbijttafel af en zette ze een kopje thee. Ze genoot ervan om nog even op de bank te zitten, terwijl ze in een tijdschrift bladerde of naar het nieuws keek. Elizabeth sliep op een kussen, haar ademhaling van dons. Als ze wakker werd, ging Joan wandelen en trof ze de andere moeders in de speeltuin of op het terras van de Starbucks op Middlefield Road. Eeuwige zomerdagen met een caramel brulée latte.

Ze was opgegroeid in Amsterdam, in de Helmersbuurt, aan de leuke kant van het Vondelpark. Haar vader was leraar geschiedenis en haar moeder werkte in een boekhandel, maar het waren niet haar biologische ouders. Ze was te vondeling gelegd, dat hadden ze haar verteld toen ze daar oud genoeg voor was. Dertien, in de tweede klas van de havo. Ze had nog nooit een sigaret gerookt. Joan herinnerde zich het gesprek woord voor woord, maar ze had niet gehuild of zich verdrietig gevoeld. De band met haar ouders en jongere broer was er niet anders door geworden. Ze besloot het niet te vertellen aan haar vriendinnen. Pas later in haar leven, toen ze als stewardess werkte voor KLM en ze tijdens de lange trans-Atlantische vluchten in de pantry zat - de cabineverlichting gedimd, passagiers in slaap - en met collega's praatte, voelde ze de behoefte om haar verhaal te delen, maar het was nooit dramatisch.

Ze had David leren kennen op een vlucht van Amsterdam naar San Francisco. Hij was op een conferentie geweest en zat op stoel 33C, aan het gangpad. Joan had hem zien lachen, maar ze had er weinig aandacht aan besteed. Er lachten wel meer mannen naar haar tijdens haar werk. Maar een maand later zag ze hem weer, ditmaal op John F. Kennedy Airport. Hij zat op een barkruk en dronk een glas wijn. Ze wist niet meteen waarvan ze hem kende, maar hij herkende haar direct. Een andere man had waarschijnlijk gezegd dat het een wonder was om haar terug te zien op de drukste luchthaven van Amerika. David noemde het een onwaarschijnlijk voorval, maar statistisch gezien niet heel bijzonder. Tenminste, zo beschreef hij de gebeurtenis als vrienden naar het verhaal van hun ontmoeting vroegen.

Joans aandacht werd getrokken door het boek dat op de bar lag, een nieuwe studie naar het Bayesiaanse model. Toen zag ze ook zijn stralende glimlach. Het is een vooroordeel dat statistici wereldvreemd zijn. Ze beschikken juist over goede sociale vaardigheden om onderzoeksresultaten uit te kunnen leggen. David was ook heel charmant. Nog geen drie weken later zagen ze elkaar in Parijs, niet toevallig, wel wonderlijk.

Joan was voor hem naar Californië verhuisd. Ze had ontslag genomen bij KLM en vond werk bij een bloemist in Mountain View. Hun liefde werd groter. Na zijn werk racete David op zijn fiets naar huis, zij had de tafel gedekt in de tuin. Ze dronken chardonnay uit een wijngaard met donkerrode bladeren. Het was herfst, maar nog altijd zomers.

Ze had David verteld dat ze als baby te vondeling was gelegd. Hij wilde er alles over weten, maar ze kon niet meer vertellen dan dat. Het was wat haar ouders haar hadden verteld. Er was niet bekend wie haar biologische vader en moeder waren. Het had geen zin om te zoeken.

Joan had nooit de behoefte gehad om meer te willen weten, maar toen ze Elizabeth had gekregen, veranderde er iets. Ooit moest ze ook zo'n zuiver meisje zijn geweest. Tien weken oud, handen als zeesterren. Neergelegd, achtergelaten.

Ze vond op internet het verhaal van een Nederlandse baby die in een vuilniscontainer was gelegd. Het was absurd, maar het jaar waarin de baby was gevonden, was haar geboortejaar. Ze voelde hoe haar hart bonkte toen ze las dat de vondeling een afwijking aan haar ringvingers had. Joan bekeek de foto's van de kleertjes die de baby aanhad: een wit rompertje, een grijze trui met daarop de tekst 'Nice to meet you'.

Toen David die avond thuiskwam, vertelde ze het hem meteen. Ze liet haar vingers zien, de gekromde vinger waar een verlovingsring omheen zat en die waar in april een trouwring omheen zou worden geschoven. "Ze had net als ik een getinte huidskleur", zei ze. Er was één verschil: Joan had geen pigmentvlek op haar billen, zoals de gevonden baby wel had gehad.

David omarmde haar, maar ze wilde een antwoord. Hoe groot de kans was dat zij de vondeling was geweest? "Hier is een ongelofelijk dapper, lief, klein meisje aan de rest van haar bestaan begonnen", had iemand bij de vuilniscontainer geschreven. David wist het zeker. Het was als het winnende lot hebben, als goud vinden op de vuilnisbelt. Hij keek naar zijn dochter die op het kleed in de woonkamer lag en glimlachte.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden