De vondeling kon zomaar Middernacht gaan heten

Unicef Nederland vindt dat de regering babyluikjes, waar ouders hun pasgeboren baby te vondeling kunnen leggen, moet verbieden. Bestonden er vroeger eigenlijk al van dit soort voorzieningen en hoe ging men met deze achtergelaten kinderen om?

Vondelingen een naam geven deed de burgemeester in sommige Nederlandse plaatsen vroeger zelf. Op andere plekken mocht bijvoorbeeld de leiding van het weeshuis dat zich over de kinderen ontfermde zijn fantasie gebruiken.

Het verzinnen moet soms aan de dis zijn gebeurd. Dat verklaart achternamen die verwijzen naar lekkernijen: Sinasappel of Ansjovis. Vogels waren ook een bron van inspiratie. Dan heette je voor de rest van je leven Willem Patrijs of Jacob Kanarie.

Gegevens over familie, de exacte geboortedatum of -plaats ontbraken vaak, maar er was wel een moment van vinden dat houvast bood. Een kind kon dan zomaar de achternaam Vrijdag of Middernacht krijgen. Ene Cornelia Heksluiter werd op Oudejaarsdag op straat aangetroffen.

De plek waar de vondeling was neergelegd, kon ook aanleiding zijn voor een naam. Het kind heette voortaan Kerkstoel of Toorn, omdat het voor de torendeur was neergelegd. Veel vaker nog werden ze echter voor of vlakbij een weeshuis achtergelaten. Soms hadden die ook een speciaal luik. Een daarvan is vandaag de dag nog te zien in Huize Matthijs-Marijke in Gorinchem, een in de zestiende eeuw gesticht tehuis voor weeskinderen en vondelingen. Er was al rekening mee gehouden dat de ouders in kwestie niet trots waren op het afstand doen van hun kinderen. Het luik zat niet aan de in het oog lopende straatkant, maar opzij in een steegje.

In Amsterdam kwamen de meeste vondelingen uiteindelijk terecht in het Aalmoezeniersweeshuis aan de Prinsengracht. Het lag op de plek van het daarna gebouwde Paleis van Justitie, dat nu is voorbestemd om dienst te gaan doen als vijfsterrenhotel.

Van luxe was in het Aalmoezeniersweeshuis, het meest armoedige weeshuis van Amsterdam, geen sprake. Bij de opening in 1666 zaten er zo'n achthonderd kinderen. In 1680 kregen er al rond de 1300 kinderen onderdak. In 1807 puilde het tehuis uit met 2554 kinderen. Bijna eenzelfde aantal was ook nog eens uitbesteed aan mensen elders in het land. De verpaupering tijdens de Napoleonistische tijd leidde ook tot een forse toename van het aantal vondelingen. Eind zeventiende eeuw werden er in Amsterdam gemiddeld zestien kinderen per jaar achtergelaten. Tussen 1771 en 1775 ging het om zo'n zestig vondelingen per jaar. In het eerste decennium van de negentiende eeuw ging het in de hoofdstad (destijds goed voor tweehonderdduizend inwoners) alleen al om gemiddeld tussen de vier- en de vijfhonderd kinderen per jaar.

In de Middeleeuwen werd vaak hard opgetreden tegen de ouders die zich zo aan de zorg onttrokken. Ze werden aan de schandpaal te kijk gezet en daarna verbannen. In later eeuwen toonden rechters in de meeste gevallen meer clementie met dit soort gevallen. Vrouwen waren ongewenst zwanger geraakt, vaders nergens te bekennen. Naarmate de armoede verder toesloeg, ging het ook steeds meer om intacte gezinnen die het voeden van een extra mond financieel niet aankonden.

In veel gevallen waren de vondelingen al wat zwakjes als ze een plek kregen in tehuizen. De dikwijls abominabel slechte omstandigheden daar verhoogden de kans op vervroegde sterfte alleen maar. Een rapport uit 1820 meldde dat de kinderen in de instelling veel kleiner dan gemiddeld waren, bleek zagen, een zwakke maag bezaten en last hadden van huidziektes en hoofdzeer.

Vondelingen die wel in redelijke gezondheid wisten op te groeien, stonden in de standenmaatschappij al bij voorbaat op achterstand. Te kiezen viel er niets. Er werd voor hen bepaald. In het Aalmoezeniersweeshuis in Amsterdam vertrokken jongens op hun vijftiende om bij een baas in de leer te gaan. Meisjes mochten blijven tot hun achttiende, in hun laatste jaren naaiden ze de kleren voor de andere wezen en vondelingen, en voor de verkoop.

Zelfs met de opbrengsten daarvan redde het Aalmoezeniersweeshuis het niet; het werd in 1824 opgeheven. Het uitgeleefde gebouw ging tegen de grond.

De kinderen werden naar de veenkoloniën in Drenthe gestuurd. Voeding, onderwijs en huisvesting waren daar nog slechter dan ze gewend waren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden