De volmaakte mens

Ze leven in gescheiden werelden, de fietser en de wandelaar. De een is uitbundig en innovatief, de ander behoudend en introvert. Een huwelijk zou heel mooi zijn.

BERT WAGENDORPILLUSTRATIE LEONIE BOS

Toen in de tweede helft van de 19de eeuw de fiets werd uitgevonden en geperfectioneerd, voltrok zich een dramatische tweedeling in de mensheid, namelijk die tussen wandelaars en fietsers. Het was een tweedeling zoals de wereld die sinds de uitvinding van het geld, die immers leidde tot de verdeling arm-rijk, niet meer had gezien.

Zelf ben ik een fietser. Ik wandel ook wel eens, maar na een kilometer of 5 overvalt mij steevast de vraag: waar is mijn fiets? Na 10 kilometer geef ik mijn koninkrijk voor een rijwiel. Dan ben je dus geen echte wandelaar. Ik begrijp mensen die in twee weken naar Rome fietsen, maar de wandelaars op het Pieterpad zie ik hoofdschuddend passeren.

We moeten hier voor alle duidelijkheid een onderscheid aanbrengen tussen wandelaars en hardlopers, en tussen fietsers en hardfietsers. De kloof tussen wandelaar en hardloper is minstens even groot als die tussen fietser en wandelaar, en hetzelfde geldt voor de afstand tussen fietser en hardfietser.

De kloof tussen hardlopers en hardfietsers is bijna onoverbrugbaar. De gapende afgrond is hoogstwaarschijnlijk terug te voeren op de geschiedenis van beide vormen van voortbewegen. Het hardlopen ontstond toen de eerste mens zich op de savanne uit de voeten moest maken voor een roofdier. Of voor een krijger van een concurrerende stam wiens vrouw hij een geheim rooksignaal had gestuurd. Hardlopen en de vlucht horen al tienduizenden jaren bij elkaar. Voor de vroege mens en zijn evolutionaire voorgangers waren hardlopen en angst onlosmakelijk met elkaar verbonden. De meeste wezens in de natuur die het op hem hadden gemunt, waren immers sneller dan de mens, die weinig meer kon doen dan een wanhopig sprintje trekken naar de dichtstbijzijnde boom of, toen hij die eenmaal had uitgevonden, de achtervolger trachten uit te schakelen met een speer, pijl en boog of katapult.

Iets van de hardlopende cro-magnon (43 duizend jaar geleden) vinden we nog altijd terug in de mannen en vrouwen die in onze tijd het hardlopen beoefenen. Er is geen praktische reden meer om hard te lopen, anders dan het halen van de trein. De hardloper loopt nu hard voor zijn gezondheid, of omdat hij wil deelnemen aan een marathon in een verre stad. Maar het reptielenbrein is zover nog lang niet. Dat registreert dat er wordt hardgelopen en schakelt onmiddellijk over naar alarmfase drie. Er dreigt kennelijk direct levensgevaar. Dat verklaart de angst die je vaak ziet in de ogen van de hardloper - het is doodsangst.

De fiets dateert uit de tweede helft van de 19de eeuw. De uitvinding was een grote stap voorwaarts voor de mensheid, die opeens niet meer hoefde hard te lopen om zich op eigen kracht snel te verplaatsen. Terwijl de mensheid tot dan louter bestond uit wandelaars en hardlopers, voltrok zich nu de scheiding. Die tussen de omarmers van de vooruitgang en de meer behoudende types. Tussen degenen die onmiddellijk het hogere rendement van de inspanning op de fiets herkenden en verdedigers van de oude zekerheden van het hollen. Tussen hen die zoveel snelheid tegen zulke lage inspanningen afkeurenswaardig vonden, en de geesten die onmiddellijk inzagen dat er een nieuw inspanningstijdperk was begonnen, waarin het lijden niet onvermijdelijk meer was, maar een keuze. Tegenover de dwang van het hardlopen stond plotseling de vrijheid van de fiets.

De ernst van het harlopen versus de frivoliteit van de fiets, zwart-wit versus kleur, calvinisme versus katholicisme, zweet versus transpiratie, ingetogen versus uitbundig, natuur versus techniek, beperking versus ruimte, introvert versus extravert, angst versus zorgeloosheid.

Ergens op de schaal tussen de twee uitersten hardloper en hardfietser bevinden zich de fietser en de wandelaar, beiden de gematigde, zachtmoedige uitvoeringen van hun soort. Het kenmerkende verschil is de snelheid waarmee zij zich door de dreven spoeden: die van de fietser ligt ongeveer drie tot vier keer zo hoog.

Iets van het onderscheid tussen hardloper en hardfietser is ook bij hun milde broeders en zusters herkenbaar. De wandelaar is meer tot bespiegeling geneigd, de fietser legt doorgaans een wat grotere uitbundigheid aan de dag. De wandelaar weet zich overgeleverd aan de ontembare grillen der natuur en ontleent daaraan een stoïcijnse houding. De fietser is afhankelijk van de techniek, maar er niet willoos aan overgeleverd. Hij heeft altijd plakspullen bij zich.

Vooruitgang en verandering komen van fietsers. Albert Einstein bedacht de relativiteitstheorie tijdens een fietstocht. Beschouwing en inzicht komen van de lopende mens. Boeddha was wandelaar - hij zou de fiets zeker hebben laten staan.

De wandelaar is, de fietser streeft. De wandelaar accepteert, de fietser grijpt in. Voor beide levenshoudingen valt iets te zeggen en het mooist is het, wanneer zich een mengvorm ontwikkelt: de volmaakte mens is de fietser-wandelaar.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden