De volgende ambitie: nóg minder voortijdige schoolverlaters

Het is minister Bussemaker van onderwijs gelukt om het aantal voortijdige schoolverlaters op het mbo en de middelbare school onder de 25.000 te krijgen. Vijf jaar geleden waren dat er nog 71.000. Die daling komt door betere samenwerking tussen scholen, gemeenten, de zorg en bedrijven. Bussemaker wil het aantal uitvallers vóór 2021 onder de 20.000 brengen.

Meer aandacht helpt, zegt de directeur

"Onze studenten mogen geen nummer zijn. Het is belangrijk dat wij ze kennen en een band met ze opbouwen", zegt directeur Ad Blonk van het Hoornbeeck College in Amersfoort over zijn aanpak van vroegtijdige schoolverlaters.

Zijn mbo-scholengemeenschap had het afgelopen jaar met 37 procent (50 leerlingen) de grootste daling in het aantal vroegtijdige schoolverlaters.

"Op onze scholen hebben wij zogenoemde studiebegeleiders die de leerlingen in de gaten houden en hen minstens iedere vijf weken spreken. We hebben ook speciale 'verzuimcoördinatoren'. Zij bespreken de afwezigheid met de studenten. We willen de leerlingen niet met het opgeheven vingertje benaderen, maar echt een band met ze kunnen opbouwen."

Naast het investeren in de relatie met haar leerlingen, besteedt de school ook aandacht aan een 'warme overdracht'. "We onderhouden goede relaties met de middelbare scholen waar de meeste nieuwe studenten vandaan komen. Op die manier zijn de meeste jongeren van tevoren al met ons bekend. Tijdens het intakegesprek ontmoet de aanstaande student zijn studiebegeleider al. Zo is de leerling meteen al een beetje gehecht aan de school." Dat de school in 2015 zo'n uitgesproken succes heeft geboekt met haar formule, schrijft Blonk toe aan ervaring met de methode. Ze hadden deze aanpak al, maar zijn er nu goed aan gewend.

undefined

Aanspreken ook, zegt de student

Zodra hij achttien was, kon Mark Boogaard zelf zijn afwezigheid doorgeven aan de school. De eerstejaarsstudent Sociaal Agogisch Werk aan het Hoornbeeck College in Amersfoort maakte daar alleen wel erg enthousiast gebruik van.

"Als ik me 's ochtends niet zo lekker voelde, meldde ik me gewoon ziek. 'Het heeft toch geen zin meer om nu nog naar school te gaan', dacht ik als ik me weer eens had verslapen. Ik vond de lessen wel interessant, maar het telefonisch afmelden was gewoon zo makkelijk. De grens vervaagde steeds meer. Als ik me weer eens had afgemeld, hing ik de rest van de dag met vrienden in de stad. De volgende dag moest ik me dan wel verantwoorden bij de verzuimcoördinator. Ik zei dan meestal dat ik last had van buikpijn."

Zoals iedere student aan het Hoornbeeck College, spreekt Mark zijn studiebegeleider iedere vijf weken. Toen het spijbelen op zijn hoogtepunt was, miste Mark een kwart van de lessen. Ongeveer een maand geleden trok zijn studiebegeleider aan de bel: het afwezigheidspercentage van Mark was veel te hoog. "Mijn studiebegeleider sprak me aan op de gang en nam me mee naar een kantoortje. Daar hadden we het over mijn spijbelgedrag. Hij vertelde dat als het zo door zou gaan, ik niet over kan naar het tweede jaar. Dat vind ik best wel belangrijk. Samen spraken we af dat ik zou stoppen met spijbelen. Sinds de kerstvakantie gaat het veel beter. Ik volg nu bijna alle lessen."

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden