De Vogelwet

JAFFE VINK

'Steek 10 vinken aan een spitje, zout ze en braad ze met stukjes spek, of bak ze in eene koekepan met ruim boter. Zij moeten zeer croquant gebakken of gebraden worden op een fel vuur." Het is een eenvoudig recept uit 'Moderne kookkunst' (1893). Volgens de 'Recepten van de Haagsche kookschool' (38ste druk, 1923) moeten vinken 'zoo croquant gebraden zijn, dat het skelet zonder bezwaar kan worden gegeten'.

Ik beken: ik heb ook zangvogels gegeten. In mijn studententijd logeerde ik geregeld bij een Italiaanse neef die woonde in een dorp in het dal van de Arno, vlakbij Florence. Het was herfst. De gevederde exemplaren arriveerden in een kartonnen doos, verzonden door zijn vader vanuit het zuidelijke Calabrië. Mijn neef plukte en braadde ze alsof het de gewoonste zaak van de wereld was en dan zaten we op het balkon, met uitzicht over het vredige dal: zangvogel & wijn.

In Holland werden eeuwenlang zangvogels gegeten. Vinken, leeuweriken, lijsters, spreeuwen, mussen, mezen, kraaien. Maar de gewoonte om vinken de ogen uit te steken of uit te branden met een gloeiende draad of hun oogleden aan elkaar te naaien, zodat ze als zingende lokvogel op de vinkenbaan niet werden afgeleid door het zien van soortgenoten die in de netten vlogen, begon in de tweede helft van de negentiende eeuw weerstand op te roepen. Ook de rage in de Belle Epoque - het mooie tijdperk - om dameshoeden te versieren met veren, vleugels en vogellijven van de stern, geschoten in de broedtijd wanneer het verenkleed het mooist is, werd met toenemend afgrijzen bekeken. De publieke opinie keerde zich tegen deze 'sterntjesmoord'. En dan was er nog de ruige vogelhandel. Zestig procent van de vogels stierf al voor de verkoop: ze verhongerden of stikten tijdens het transport of - zoals te zien was op het Amstelveld in Amsterdam - "ze verdrongen, vertrapten, pikten en bevuilden elkaar in een angstig drijven naar vrijheid in die lage, vunsige kooien."

Het duurde vijftig jaar voordat de gevoeligheid voor het dierenleed resulteerde in de Vogelwet van 1912. De wet verbood het vangen en doden van beschermde vogels voor consumptie, beperkte de vangtijd voor andere vogels en verbood het blind maken van vinken. Er bleef veel geharrewar, het liep uit op een nieuwe vogelwet in 1936, tot in onze tijd de Flora- en faunawet kwam over de bescherming van planten- en diersoorten.

Tegenstanders noemden het destijds 'misplaatste sentimentaliteit'. Er bleven na de vangst voldoende vogels over. Het zou volgens hen nooit zover komen dat 'de heeren van de natuurmonumenten moeten gaan jammeren op het graf van de laatste kraai'. En de minister kon niet 'meegaan met het toekennen van menschelijke gevoelens aan vogels'. Maar de eerste echte vogelwet kwam er.

Voor het verbod van het uitsteken van de ogen vonden de eigenaren van wedstrijdvinken die meededen aan concoursen, een oplossing door hun zangers in het voorjaar en de zomer op te sluiten in kooien met een gordijn.

Het is een vooruitgang dat de Vereeniging tot Bescherming van Vogels in 1899 is opgericht en dat we oog hebben gekregen voor het dierenleed. Ignaz Matthey: Vincken moeten vincken locken. Vijf eeuwen vangst van zangvogels en kwartels in Holland (2002)

Van het moderne leven konden onze grootouders alleen maar dromen. Deze rubriek belicht de slimme vindingen die ons leven hebben verrijkt.

Kinderen gaan uit spelen met hun 'krukvogel', een 'musjen aen een draet', dichtte Jacob Cats.

Ver komt de mus niet,

want de jonge eigenaar 'rucktse met het toutje neêr'.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden