De vogel die 'creatie' heet pikt door, ook in de kerk

AMSTELVEEN - De dichter Willem Barnard had zaterdagmiddag in de Pauluskerk heel wat meer om bij stil te staan dan alleen maar het feit dat 25 jaar geleden het Liedboek voor de kerken werd geintroduceerd. Zo herinnerde Barnard in een geïmproviseerde toespraak zijn gehoor er aan dat zestig jaar geleden de hervormde zangbundel tot stand kwam.

FRANZ STRAATMAN

Persoonlijker werd zijn lijstje toen hij memoreerde dat hij er vijftig jaar geleden als jong dichter van overtuigd was nooit en te nimmer een lied voor de liturgie te zullen maken. En veertig jaar was het geleden dat hij voor het eerst een van zijn liederen gedrukt zag. Onbedoeld gaf deze laatste herinnering de sfeer weer van de bijeenkomst opgezet door de Interkerkelijke stichting voor het kerklied. Het was een sfeer van (vooral) oude bekenden (predikanten, dichters, muziekmakers), die op het symposium onder de titel 'De toekomst van het kerklied' eigenlijk de oogst bezagen van wat ze veertig tot vijfentwintig jaar geleden zaaiden.

Veel van de zaaiers die uitgingen, zijn gestorven, zoals Jan Wit, Klaas Heeroma, Jan Willem Schulte Nordholt en Frits Mehrtens. Een paar zijn er echter nog over, 'en we werken door' sprak Barnard (77 jaar) strijdvaardig, verwijzend naar onder anderen dichter Ad den Besten (75 jaar) en componist Willem Vogel (78). Hij omschreef dat als de 'creatieve drift' die net als een vogel die zich pikkend uit het ei breekt, 'ons in de oren pikt'.

Geen wonder dat Barnard blij zou zijn met een nieuw liedboek met duizend liederen er in, mèt alle 491 gezangen van het huidige Liedboek “want je weet niet of ze je nog eens van pas komen”. Hier haakte Barnard in bij het gespreksthema 'De toekomst van het kerklied'. Het had zo'n tachtig geïnteresseerden naar Amstelveen gevoerd, ongeveer de helft van het aantal aanmeldingen. De wegblijvers hadden het refrein van het 'Jubileumlied' letterlijk opgevat: 'Laten wij zingend dan het zonlicht zoeken met opgeheven hoofd'.

Dat lied met de beginregel 'Ons lied put uit de bronnen waaruit het levend water springt!' was van een nieuwe generatie 'zaaiers': Sytze de Vries (tekst) en Toon Hagen (muziek). Laatstgenoemde begeleidde ook de liederen die Dirk Monshouwer ('Het lied van de Torah') en Pieter Endedijk ('Het nieuwe lied als bouwsteen voor gemeenteopbouw') in hun lezingen hadden vervlochten.

Endedijk kwam tot een suggestie over het liedboek voor de volgende eeuw vanuit de stelling: 'Liturgie draagt bij aan gemeenteopbouw door de gelovigen te bepalen bij een 'identiteit': het hart van het christelijk geloof'. Dan zit je meteen in de problemen want er worden verschillende antwoorden gegeven op 'hart van het geloof'. Vele kerkelijke stromingen hebben hun eigen verlanglijstje als het gaat om identiteit-uitdrukkende liederen. Endedijk wees er op dat de Raad van Kerken in 1994 een lijst uitbracht met 150 gezangen die kerken min of meer gemeenschappelijk hebben. Dat bracht hem tot de uitspraak “om in een toekomstig liedboek, naast de 150 psalmen, een basisbestand van 150 gezangen op te nemen dat recht doet aan de verschillende tradities in de oecumene”.

Honderdvijftig gezangen of duizend gezangen (Barnard), daar tussen zweefden de meningen tijdens de pauze, met als alternatief: kopiëren wat een gemeente past. In de Kruiskerk klonk in het goed bezochte avondconcert een selectie uit de meest kunstzinnige vocale en instrumentale scheppingen onder al die kerkliederen, door de uitstekend zingende Matinencantorij van Wim Kloppenburg in afwisseling en ook insamenspel met fraaie orgelbijdragen door Toon Hagen. Want de vogel die creatie heet, pikt door.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden