DE VOEDENDE RAAF

“En de raven brachten hem des morgens brood en vlees, desgelijks brood en vlees des avonds, en hij dronk uit de beek” (1 Koningen 17, vers 6)

Al in Genesis is sprake van een raaf. Noach laat een raaf uitvliegen om te weten of het water van de zondvloed is gezakt. Wanneer God de geteisterde Job met vragen bestookt, luidt een daarvan: 'Wie bereidt der raaf haren kost, als hare jongen tot God schreeuwen, als zij dwalen omdat er geen eten is?' (Job 39, vers 3).

Mijn editie van de Statenvertaling voegt aan de tekst uit Job toe: Psalm 147 : 9. Daar is het antwoord te vinden. Die Psalm prijst God als voeder van de jonge raven. Ook de raven zelf kunnen die taak namens God op zich nemen. In de tekst bovenaan deze kolom zijn de raven de dienaren van God die de profeet Elia van voedsel voorzien.

De raaf en het vertrouwen dat God zijn schepselen van voedsel zal voorzien, vormen ook in het Evangelie van Lukas een vaste associatie: 'Aanmerkt de raven, dat zij niet zaaien noch maaien, welke geene spijskamer noch schuur hebben, en God voedt dezelve: hoeveel gaat gij de vogelen te boven!'

De schrijver Jean Dulieu heeft de tekenen van de Bijbel uitstekend begrepen. In zijn verhalen over Paulus de Boskabouter en zijn bosgenoten laat hij de raaf Salomo een zeer positieve rol spelen. Het kwaad daarentegen is geincarneerd in de heks Eucalypta.

In de volkscultuur van Europa heeft de raaf vaak een veel geringere status. Door zijn krassende roep en zijn vrijpostigheid gold de raaf als slecht voorteken van ziekte, oorlog en dood. De Duitse schrijver Wilhelm Raabe (!) heeft dit gegeven op prachtige wijze in zijn oorlogsroman Das Odfeld verwerkt. Niet alleen de mensen, ook de raven zelf voeren hierin oorlog.

Anderzijds is de raaf in de Japanse mythologie een bode van God en een symbool van de zon. En in de Noorse mythologie wordt de God Odin door twee alwetende raven begeleid, Hugin (gedachte) en Munin (herinnering). In onze taal komen zelfs witte raven voor. In hun aardige boek 'Wat van eksters komt, huppelt graag' citeren W. Postema en E. Scheepmaker de schrijfster Anna Bijns (1494-1575):

Maar al sijn de goey kooplieden schier witte raven,

't Sal nog eens beteren, als 't God sal ghelieven.''

Al de genoemde culturele invloeden hebben niet kunnen verhinderen dat de raaf in Nederland thans geen goede naam heeft, dat hij als ongeluksvogel geldt en zijn kleinere neefjes als de bonte kraai, de kauw en de ekster in zijn val meesleept.

Nu de raaf opnieuw in Nederland probeert thuis te raken, wordt het tijd dat we ons opnieuw op de bijbelse beelden orienteren. Anders heeft het dier hier straks geen leven.

P.S. Het kostelijke blad Vogels bevatte onlangs het plezierige nieuws dat het aantal raven in Nederland zich ondanks alle tegenslagen heeft uitgebreid tot vierhonderd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden