Interview

De vluchteling is nog even slecht af als in 1938

Linda Polman Beeld Patrick Post

In haar boek ‘Niemand wil ze hebben’ schetst Linda Polman een onthutsend beeld van Europa’s omgang met vluchtelingen. ‘Ik schrijf niet om de lezer zich goed te laten voelen.’

Linda Polman fileert het Europees vluchtelingenbeleid sinds 1938. Dat heeft volgens de onderzoeksjournalist weinig goeds opgeleverd. Volgens haar is maar één conclusie mogelijk - die ze dan ook als titel van haar boek koos: ‘Niemand wil ze hebben’.

Surrealistisch

Toen Polman in 2015 op het Griekse eiland Lesbos migranten en vluchtelingen uit rubberboten zag springen, stond ze helemaal alleen in de dorpsstraat met duizenden vluchtelingen om zich heen. “Die mensen waren net aangespoeld. Het zeezout zat in hun baarden en in hun haar, hun rugzakken dropen van het water. Moeders waren op zoek naar een plek waar hun kinderen konden poepen. Ik stond daar in mijn eentje en mensen gingen ervan uit dat ik wel zou weten waar ze naartoe moesten. Het was aangrijpend, maar ook surrealistisch. Ik vond het zo intens onnodig. Bij een vluchtelingenkamp in Afrika kan ik mij wat voorstellen. Maar dit was Europa, het hele eiland zat tjokvol toeristen. Waarom zaten die mensen daar op die stoeprand en letterlijk twintig meter verderop zaten toeristen pizza te eten en zich in te smeren met zonnebrandolie. Ik wilde snappen waar ik naar keek, begrijpen hoe dit in Europa gebeurd was.”

Dus dook Polman de archieven in en belandde bij de jaren dertig. Toen het aantal Joden dat nazi-Duitsland en Oostenrijk ontvluchtte explodeerde, en de Europese leiders bij elkaar kwamen om over de ‘vluchtelingencrisis’ te praten.

U begint uw boek bij deze bijeenkomst van Europese leiders in 1938 in het Franse Evian. Waarom?

“Dat was de allereerste ‘vluchtelingentop’ waarin wat mij betreft het Europese vluchtelingenbeleid contouren heeft gekregen. De Europese leiders spraken zich daar voor het eerst gezamenlijk over uit. De notulen hadden van een huidige Europese top kunnen zijn, verbijsterend gewoon. De leiders gebruikten dezelfde argumenten als nu om vluchtelingen te weren. De Joodse vluchtelingen werden bijvoorbeeld ‘migranten’ genoemd. Ze werden gezien als gevaar voor de cohesie in de samenleving, een gevaar voor de Europese normen en waarden, ze kwamen uit de ruif eten. Aanzuigende werking moest voorkomen worden. Het was diezelfde Europese bodem als nu waar duizenden mensen geen kant op konden. Ze werden overal opgejaagd en weggeduwd.”

Hitler maakte dankbaar gebruik van het feit dat ‘niemand ze wilde hebben’, schrijft u. Landen die kritiek hadden op de Jodenvervolging waren zelf niet bereid de Joden te redden, zei hij.

“Tja, geef daar maar eens antwoord op. Nu legt de Hongaarse premier Victor Orban de vinger op dezelfde zere plek van de hypocrisie van de westerse leiders: Jullie willen de vluchtelingen niet, waarom moeten wij ze dan wel willen?”

Niet iedereen zal de vergelijking met de Jodenvervolging waarderen.

“U bent allemaal van harte welkom de notulen van toen te leggen naast de retoriek van vandaag. Ik hoop dat mensen daarvan schrikken. Ik ben met de gedachte opgevoed – en waarschijnlijk velen met mij – dat dit nooit meer mocht gebeuren. De Holocaust, de genocide op een volk, de onmenselijkheid ervan. Maar sinds 1938 hebben we elders vluchtelingen weggeduwd, weggestopt en opgesloten. Terwijl we de Verenigde Naties hebben opgericht, mensenrechten aangenomen, een vluchtelingenverdrag afgesloten om dat te voorkomen. Ik ging er altijd van uit dat dit verdrag was afgesloten om vluchtelingen wereldwijd te helpen, dat het uit idealen was ontsproten. Zo is het de geschiedenis ingegaan.”

Was dat dan niet het geval?

“Het vluchtelingenverdrag is nooit een moreel baken geweest. Het was een schaamlap, en vooral een manier om een Europees probleem op te lossen. Europa zat na de Tweede Wereldoorlog met een enorme hoeveelheid Joodse vluchtelingen waar iets mee moest. Ja, wéér Joodse.”

Linda Polman Beeld Patrick Post

De Europese leiders waren het bij het opstellen van het vluchtelingenverdrag eind jaren veertig al snel over voorwaarden eens. Een vluchtelingenstatus moest voorbehouden worden aan een zeer beperkte groep die men politieke vluchtelingen noemde, mensen op de vlucht vanwege gegronde vrees voor vervolging in hun land, bijvoorbeeld om raciale of religieuze redenen. Daartegenover stonden de onechte vluchtelingen, gelukszoekers die probeerden te ontkomen aan algemeen geweld, honger en armoede.

In tachtig jaar vluchtelingenbeleid is die houding volgens Polman niet veranderd. Het Europese beleid beoogt vluchtelingen buiten de deur te houden, of dat nou in veilige enclaves in Afghanistan of in UNHCR-kampen in Afrika is. Met als uitzondering de vluchtelingen die op het hoogtepunt van de Koude Oorlog vanachter het IJzeren Gordijn tevoorschijn kwamen. Zij werden als anticommunisten en dus als helden binnengehaald. Ook de mensen die de Balkanoorlogen ontvluchtten konden vaak in Europa terecht. “Zij waren herkenbaar, zagen eruit als wij, de kinderen waren gewassen en hadden schoenen aan.” Voor de meeste andere vluchtelingen bleef de deur dicht.

Op alle mogelijke manieren probeert Europa al decennia vluchtelingen elders onder te brengen. Door ze bijvoorbeeld ‘in te kapselen’, schrijft u. Wat bedoelt u daarmee?

“Dat is mijn vertaling van containment, beleid dat in de jaren tachtig opgang deed. Je stopt het probleem in een container en doet er een deksel op. Vluchtelingen worden in een kamp gezet met een hek eromheen, dan blijft het probleem daar. Zo heb je enorme kampen met honderdduizenden mensen, bijvoorbeeld in Kenia, Oeganda of Jordanië. Die levens zijn verschrikkelijk. Mensen kunnen daar generaties zitten zonder perspectief op wat dan ook, ze komen nooit in aanmerking voor asiel, en mogen vaak de kampen niet eens verlaten. De UNHCR is er, dus zal het wel in orde zijn, ze hebben allemaal een dekentje en wij kunnen achteroverleunen. Die mensen zitten vast en wij denken nooit meer aan ze. Zulke kampen zijn echte vergeetgaten.”

U heeft zulke ‘vergeetgaten’ bezocht. Wat trof u daar aan?

“Dat zijn beelden en geuren die altijd bij mij zullen blijven. Er hangt een heel doordringende mensengeur, het is zweet, pis, poep, vies water. Het zijn latrines die overstromen, vieze kinderen met aangekoekt snot die niet gewassen kunnen worden. In dit soort kampen worden mensen ontmenselijkt. Wij zijn er medeverantwoordelijk voor dat mensen in dit soort kampen terechtkomen. Wij zijn bij een groot deel van die oorlogen betrokken. Wij betalen ervoor, sturen er wapens naartoe, houden dictators in het zadel, we vechten letterlijk mee.”

Deals sluiten met andere landen is volgens u nog zo’n manier om vluchtelingen een halt toe te roepen. ‘Dialogen’, ‘migration compacts’, ‘samenwerkingsinstrumenten’, worden ze in Europees jargon genoemd. U heeft het liever over ‘bungabunga met de bondgenoten’.

“We realiseren ons niet dat we met alle dictators van landen die in een ring om Europa heen liggen dealtjes aan het sluiten zijn. En dan is Libië nog maar een klein onderdeeltje, het grotere verband zien we nog niet. Jullie houden ze tegen en dan krijgen jullie wat van ons. Af en toe realiseer je je met een schok hoezeer het al gewoon is dat we dit doen, deals sluiten, mensenrechten totaal uitgummen. Alleen maar bezig om onszelf ‘te beschermen’.”

U heeft het over een ‘war on migration’. Ziet u het Europese vluchtelingenbeleid echt als een oorlog?

“Ja. In een oorlog mag je militairen inzetten en genadeloos zijn. Alles is geoorloofd. Na de oprichting van de Europese Unie in 1993 zijn we begonnen met het militariseren van de buitengrenzen. We sturen onze legers om vluchtelingen weg te meppen. We steunen buitenlandse legers en veiligheidsdiensten om het werk voor ons daar in Noord-Afrika op te knappen. En we stoppen miljoenen euro’s in het tegenhouden van vluchtelingen. Ik zie niet idioot veel verschil met een echte oorlog.”

Hoe loopt die oorlog af?

“Ik ben bang dat het nog veel harder gaat worden, dat we nog meer militaire middelen gaan inzetten, detentiekampen openen, zoals een aantal Europese leiders wil. Ik ben er helemaal niet gerust op. Maar uiteindelijk gaan we die oorlog verliezen. Je kunt mensen niet tegenhouden, al probeer je dat met miljarden euro’s.

“Wij zitten nou eenmaal op een paradijselijk eiland waar alles is, in een wereld die in brand staat waar weinig is. Zo’n eiland kun je niet verdedigen. Je kunt er schrikdraad omheen spannen, nog meer patrouilleschepen laten varen met kernkoppen erop, uiteindelijk moet je gaan delen. Daar helpt geen moedertje-lief aan. Maar misschien ben ik wel gewoon een oude hippie hoor, als ik denk dat de enige echte oplossing in redelijke en menselijke politiek ligt. We moeten bij zinnen komen.”

Hoe dan?

“We denken oprecht dat we bestormd worden door miljoenen vluchtelingen, vandaag of morgen. Dat is echt nergens op gebaseerd. Sinds mensenheugenis komen er elk jaar tussen de 100.000 en 150.000 mensen zonder visum naar Europa per boot of vliegtuig.

“In 2015 hadden we dan een jaar waarin er 1,3 miljoen mensen kwamen. Daar hadden we ons op kunnen voorbereiden. Er was een mega-oorlog -–en nog steeds – in Syrië aan de gang. 4 miljoen vluchtelingen zaten al in buurlanden. Die slagbomen zijn gebroken, en we hebben geprobeerd daar geen verantwoordelijkheid voor te nemen. Daar komen we niet mee weg.”

Lezers zullen weinig lichtpuntjes in uw boek aantreffen.

“Ik kan mij voorstellen dat mensen het niet leuk vinden om te lezen, omdat ze een ander beeld hebben van zichzelf, bijvoorbeeld omdat ze een tientje aan Unicef geven. Nou, pech voor die mensen.

“Ik zet de feiten achter elkaar en ik rangschik ze. Dit is het beeld dat eruit tevoorschijn komt. Ik heb dit boek niet geschreven om Europeanen zich goed te laten voelen.”

Wat hoopt u wel teweeg te brengen?

“Ik hoop dat de mensen die zoeken naar kennis en context over migratie en vluchtelingen er iets aan hebben. De discussie over vluchtelingen is sterk gepolariseerd. Aan de ene kant heb je de vluchtelingenknuffelaars die de grenzen helemaal open willen stellen, aan de andere kant heb je mensen die faliekant tegen de komst van vluchtelingen zijn. Deze groepen hebben hun mening allang bepaald, daar gaat dit boek niets aan veranderen.

“Daartussen zit een enorme groep mensen die vluchtelingen geen kwaad hart toedragen, maar ook niet de barricaden op willen, wel nadenken, maar niet zeker weten wat ze moeten vinden. Zitten er nu wel of geen jihadisten tussen de vluchtelingen? Staan er echt een miljoen vluchtelingen in Libië klaar om deze kant op te komen?

“Ik heb geprobeerd te beschrijven hoe die heksenketel in elkaar zit, voor wie de geschiedenis van het Europese beleid wil begrijpen. Zodat ze beter snappen waar ze nou naar kijken. En misschien eens een vluchteling taalles gaan geven of op een andere partij gaan stemmen.

“Die tussengroep is belangrijk, want die kan het debat hierover de goede kant op doen kantelen. Kijk, toch nog een lichtpuntje!”

Linda Polman
Niemand wil ze hebben. Europa en zijn vluchtelingen
Jurgen Maas; 230 blz. € 19,95

Lees ook:

Gemeenten helpen vluchtelingen te weinig aan woning

Vluchtelingen moeten langer in een azc wonen, omdat gemeenten er niet goed in slagen een huis voor hen te vinden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden