De vleugel-hoorn contra het donkere monster

Collega's Theo Loevendie en Geert van Keulen gingen hem bij het Amsterdamse Concertgebouworkest met hun concerten voor blazer en orkest reeds voor. Maar nu is het de beurt aan componist Willem Jeths (1959), die met zijn Flügelhorn Concerto een onalledaagse telg aan de reeks opdrachtwerken toevoegt. Een lijfelijk stuk, waarbij de grote zaal van het Concertgebouw zal schudden en trillen.

Het is niet niks om als componist een opdracht te krijgen van het wereldberoemde Concertgebouworkest. En als ze dan ook nog eens aan je vragen een concert voor een blazer te schrijven, dan hoef je niet lang na te denken over het solo-instrument. Wat dacht je van de klarinet? Kan niet, want die gebruikte Theo Loevendie al in dezelfde serie met opdrachten aan Nederlandse componisten. De hoorn dan? Die was al vergeven aan Geert van Keulen, die er twee jaar geleden een werk voor schreef.

Hoewel er zelfs dan nog voldoende toeters overblijven (van de fluit en de hobo tot de trombone), vond Willem Jeths het in eerste instantie erg moeilijk om een geschikte kandidaat te kiezen waarmee hij zijn taal kon profileren. Als voormalig leerling van Hans Kox en Tristan Keuris kan Jeths namelijk geen epigoon van één van beide expressionisten worden genoemd, maar is hij ook geen academicus of getallencomponist geworden. Jeths: ,,Ik ga mijn eigen gang. Ik ben als componist op zoek naar rafeltjes en gekke dingen. Dat vind ik verder bij geen enkele Nederlandse componist.''

Groot voorbeeld is de Hongaar György Ligeti, een collega-componist die net zoals Jeths de kleur als belangrijk handelskenmerk heeft. ,,Ligeti kan één klein dingetje opblazen tot een enorme vorm. Dat hysterische fascineert me. Ik vind een toon op zich prachtig, maar ik vind het leuk om hem in perspectief te plaatsen, door er bijvoorbeeld met een kwarttoon tegenaan te gaan zitten of er net een andere klankkleur overheen te plaatsen. Daardoor krijgt zo'n noot een andere dimensie. Ik denk dat dat een terrein is dat nog braak ligt in de muziek. Ik probeer dat kleuraspect uit te buiten: dat is echt een onderwerp in mijn muziek geworden.''

Jeths' grote doorbraak was in 1995, toen hij in een Weens concours met maar liefst twee orkestwerken in de prijzen viel. Dat genereerde een grote hoeveelheid opdrachten. Ook de komende jaren is Jeths weer volgeboekt en schrijft hij grote werken voor onder andere het Kronos Quartet en de Matinee op de vrije zaterdag. En nu dus voor het Concertgebouworkest.

Het idee om de in de orkestmuziek ongebruikelijke flügelhorn als solist in te zetten, kwam van Jeths' vader, een verstokte jazzliefhebber. Het instrument (behalve flügelhorn ook wel bügel genoemd) komt oorspronkelijk uit de Duitse militaire blaasmuziek, waar het als een kruising tussen de schelle trompet en de warmere hoorn werd ingezet. Zijn plek aan de flanken zou een verklaring zijn voor de naam 'vleugel-hoorn'. Daarnaast maakte het instrument een carrière in de jazz. Jeths: ,,Mijn vader liet me opnames horen van Ack van Rooyen en Jarmo Hoogendijk. Ik kende het instrument nauwelijks, maar ik vond het meteen een waanzinnig mooi geluid: heel mooi laag, donkerfluwelig en mellow.''

Jeths' ongebruikelijke instrumentkeuze viel goed bij het Concertgebouworkest. Jeths werd meteen aan Peter Masseurs gekoppeld, van huis uit een trompettist die bekend staat om zijn indrukwekkende interpretaties van hedendaagse muziek. Het 'Flügelhorn Concerto' is dan ook op de huid van Masseurs geschreven. Dat moest ook wel, want erg veel voorbeelden van de flügelhorn als klassiek solo-instrument kent de muziekgeschiedenis niet.

Jeths: ,,Het was heerlijk om met een musicus als Peter Masseurs te kunnen werken. We hebben veel geëxperimenteerd en uitgeprobeerd, zoals hele lage tonen die op het instrument mogelijk zijn. Masseurs heeft me zo veel kunnen laten horen, door zijn geweldige speeltechniek. Vanmiddag had ik hem nog aan de telefoon. Toen speelde hij zijn cadens even voor. Dat klonk zó mooi en ritmisch, die man is echt ongelooflijk.''

Zoals Jeths ook in zijn andere concerten de solist niet in de klassieke zin des woords laat 'wedijveren' met het orkest, zo omgaf hij dit keer de flügelhorn met een aantal andere protagonisten. ,,In dit werk is de flügelhorn meer een aanjager van de klank dan een echt soloinstrument'', aldus Jeths. ,,Ik heb me erg gericht op de lage instrumenten in het orkest. Het leek me interessant om niet alleen een stuk te maken dat je kon horen, maar ook in je middenrif kon voelen. Door steeds een synthesizer in nog lagere tonen met de solist mee te laten spelen (een oktaaf onder de contrabassen, je weet niet wat je hoort), ontstaat een soort trompe l'oreille. De lage synthesizerklanken tillen de flügelhorn als het ware omhoog. Door het verdiepen van de onderkant maak je alles wat daarboven speelt ineens schitterender. Het lijkt alsof de flügelhorn hoger klinkt dan hij in werkelijkheid doet. Dat effect wordt nog versterkt doordat ik ook andere basinstrumenten in het orkest uitlicht.''

Dat donkere komt terug in de ondertitel die het werk kreeg, een zinsnede uit Dante's 'Divina Commedia': Al fondo per l'oscuro, wat zoiets betekent als 'naar de bodem door de duisternis'. Volledig luidt de zin bij Dante: 'maar levende ogen konden niet naar de bodem gaan door de duisternis'. ,,Die levende ogen zijn een metafoor voor de solist'', zegt Jeths terwijl hij de partituur openslaat. ,,Hij probeert wel tot de bodem te komen, maar hij haalt het niet. Het individu is uiteindelijk niet opgewassen tegen de groep. Die strijd tegen het donkere monster (dat wordt vertegenwoordigd door de lage instrumenten), zou je een autobiografisch element kunnen noemen.''

Jeths wijst de plekken aan in zijn uitgebreide orkestpartituur, waarin bijvoorbeeld voor het slagwerk alleen al tien personen nodig zijn. Op het eind komt het stuk in een soort trechter terecht en zorgt een zeer diep grommend orgel als deus ex machina voor de uiteindelijke katharsis. Bij het experimenteren met de laagste tonen van het orgel, kwam Jeths erachter dat de grote zaal van het Concertgebouw het heftigst reageert op de toon 'f'. ,,We hebben heel veel geprobeerd, maar bij die toon voelde je echt de golven gaan en leek het alsof het dak naar beneden kwam. Het orgel was dan net een soort jumbojet: een aangrijpende fysieke ervaring die ik voor het laatst wilde bewaren.''

Op papier ziet het er in ieder geval indrukwekkend uit. Jeths wisselt vloeiende gedeeltes af met gescandeerde passages, bouwt mahleriaanse akkoorden als donderwolken op en schreef zelfs (,,om de benen even los te gooien'') een wilde dansante passage. Is hij een beetje tevreden met het resultaat? ,,Dat durf ik nooit te zeggen als ik het nog niet heb gehoord. Van het orkest vernam ik dat het wel lastig te spelen is, maar dat ze het de moeite waard vinden. Ze maken er echt veel werk van, dat vind ik goed. Soms speel ik de partituur nog eens door en dan denk ik: best spannend. Ik denk dat het de luisteraar wel aangrijpt. Juist door dat fysieke element. Met dat orgel op het laatst gebeurt er echt iets dat je bij de kladden grijpt.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden