De vis gaat rotten bij de kop

Hij zag het in Amerika, en hij zag het in Nederland. Volgens Geert Mak verdringt wantrouwen in toenemende mate het vertrouwen in de relaties tussen mensen. Een symptoom is de oprukkende afrekencultuur in bedrijven en overheidsorganisaties. Daar moeten we als eerste vanaf, zegt Mak.

Geert Mak reisde de afgelopen maanden door de Verenigde Staten. Hij deed het rustig aan, om bij te komen van de jaren van intensief werken aan het boek In Europa, maar gretig waarnemer als hij is, voelde zijn journalistieke geest zich toch geprikkeld door zijn indrukken van het land waarmee zoveel Europeanen een haatliefdeverhouding hebben. In zijn koffer zat het boek met de reisverslagen van Ernie Pyle, een vakgenoot die in de jaren dertig door Amerika trok en daar dagelijks over schreef in een krantencolumn. Tot zijn genoegen zag Mak overal nog de resten van het Amerika van Pyle, een samenleving die is doortrokken van een groot onderling vertrouwen tussen de mensen. Niet alleen persoonlijke, ook commerciële en maatschappelijke relaties rusten op dat vertrouwen, waarmee het een sociaal kapitaal van onschatbare waarde is. Maar Mak zag ook hoe in Amerika het vertrouwen wegsijpelt en plaatsmaakt voor wantrouwen, een proces dat in alle sferen van het dagelijks leven zijn sporen trekt.

Vlak voor zijn vertrek naar de VS, in het voorjaar, had hij over dat fenomeen nog gesproken in de jaarlijkse Raiffeisenlezing, een initiatief van de Rabobank en Het Financieele Dagblad. Hij vertelde daarin van Misja Borzykin, een Russische popzanger, die tijdens de onttakeling van de Sovjet-Unie woedend uitschreeuwde: ,,De vis gaat rotten bij de kop, ze liegen allemaal, de vis gaat rotten bij de kop.” Mak zag die rot nu ook landen binnendringen die nog te boek staan als 'vertrouwenssamenlevingen', zoals Nederland. ,,Ik zeg het hier wat plechtiger dan Borzykin, maar het komt op hetzelfde neer”, zei Mak. ,,We zien, voor onze ogen, zich een historische cultuurbreuk voltrekken, van samenlevingen met een hoog vertrouwen die in snel tempo bezig zijn te veranderen in wantrouwenssamenlevingen.”

We spreken Mak enkele dagen na zijn terugkomst uit Amerika. Vanuit zijn werkkamer, op de derde verdieping van zijn grachtenwoning in Amsterdamcentrum, kijken we uit over de stad, waar de gevolgen van de metamorfose die Mak vreest, her en der al zichtbaar zijn. ,,Toen ik in Amsterdam studeerde, in de jaren zeventig, hadden we geen Lipsslot, we hadden allemaal een loper op zak. Konden we op de kamers van onze vriendjes komen, als ze er niet waren. De stad van de grachten van Wim Sonneveld, dat is een Amsterdam dat veertig jaar geleden nog bestond. Die stad is verdwenen. Amsterdam oogde toen op veel plekken vervallen, mensen waren arm, maar het was er ook ongelooflijk gezellig. Zoals in de films van Ed van der Elsken. De stad had een eigen beslotenheid, vertrouwdheid. Ik stond laatst bij de slager, en opeens werd er tussen de mensen in de winkel weer eens ouderwets gegeind en gedold. Ik dacht: verdorie, dat heb ik in geen twintig jaar meer meegemaakt. Mensen hebben heimwee naar dat ons-kent-ons, naar die veiligheid, en ze rouwen omdat het verdwenen is. Dat heb ik zelf ook. Dat is geen oudemannengezeur, het is een reëel verlies. Een verlies aan kwaliteit in een samenleving.”

,,Zo'n vertrouwenssamenleving kan alleen functioneren als een land stabiel is. Maar een land dat open is, waar veel nieuwkomers zijn, en dat onder invloed van de mondialisering almaar internationaler wordt, dat is niet zo'n stabiel land. Het wint aan andere kwaliteiten. Het gaat met z'n tijd mee, het is dynamisch, de burgers kunnen overal naar toe reizen, van heinde en verre stroomt de informatie binnen, het maakt deel uit van de moderne wereld. Maar daarvoor wordt wel een prijs betaald.”

Mak ontleent het onderscheid tussen samenlevingen met een hoog en met een laag onderling vertrouwen mede aan het boek Trust, van de Amerikaanse politiek filosoof Francis Fukuyama. ,,Italië is een typische wantrouwenssamenleving. In dit land is de staat lang onderdrukker geweest. In zulke landen zie je dat familiebanden het belangrijkste zijn, en geldt de overheid als een vreemde indringer. Marokko is ook zo'n land. De vertrouwenssamenlevingen in Europa vind je in de landen waar de overheid geen vijand is, maar een bondgenoot, die redelijk voor de burgers zorgt, of waar men trots is op de staat. Duitsland, Nederland.”

,,Amerika heeft andere trekken van de vertrouwenssamenleving. Amerikanen hebben weliswaar een gecompliceerde verhouding met staat en overheid, maar ze koesteren ook een sterk gevoel van burgerschap. Op allerlei plekken zie je nog de vertrouwenssamenleving die Ernie Pyle beschreef. Over Montana schreef hij dat je daar rustig de deur kon openlaten en een fles whisky op tafel laten staan, met een zak tabak en duizend dollar. Als je na een maand terugkwam, was de whisky misschien verdwenen, de tabak kon zijn opgerookt. Maar die duizend dollar lag er gegarandeerd nog. Dat soort typerende verschijnselen van de vertrouwenssamenleving had je in Nederland ook. In Jorwerd heb ik nog net meegemaakt dat de voordeuren niet op slot gingen. Men begon de deur op slot te doen in de tijd dat ik met het boek bezig was.”

,,En in de commerciële relaties gaat zakelijk belang steeds meer voor trouw. Op korte termijn heeft dat voordelen, op lange termijn niet. De smid in Jorwerd hield ermee op omdat iedereen zijn spullen ging kopen in Leeuwarden. Op korte termijn had dat het voordeel dat je je spullen voor, zeg, vijftig gulden minder kreeg. Maar later bleek dat als je kachel 's avonds kapotging, er niemand meer kwam om hem even snel te repareren, zoals vroeger de smid, die dat deed omdat je hem kende en hij de kachel geleverd had.”

,,De zakelijkheid maakt dat anders. De internationalisering ook. Dat is een van de grote veranderingen waarop Nederland moet reageren. We staan niet meer aan de zijlijn van Europa, zoals vroeger, maar midden in de wereld, met al het goede en kwade dat daarbij hoort. De natiestaat, het internationale organisatiemodel sinds de achttiende eeuw, kan de problemen van de 21ste eeuw niet meer aan en maakt plaats voor nieuwe vormen, die nog volop in ontwikkeling zijn. Wat verdwijnt is de geslotenheid waarvan een vertrouwenssamenleving het moet hebben. Ondanks het internationale karakter was Nederland lange tijd een ons-kent-ons-land. Het gedogen, waarover nu zo honend over wordt gesproken, kon in zo'n besloten land prima functioneren. Het was, in wezen, een fantastisch, verfijnd en praktisch systeem om het recht te regelen, zonder de bureaucratische excessen die je in andere landen ziet.”

,,Maar gedogen functioneert alleen in een samenleving waarin iedereen ongeveer weet hoe het hoort. Het doet een appèl op een rechtsgevoel dat onder de wettelijke jurisprudentie ligt. Een commonsensegevoel. Maar zo'n appèl wordt steeds lastiger naarmate een land zich sterker opent naar de rest van de wereld, en zich er steeds meer nieuwkomers vestigen.”

,,In Amsterdam, maar ook andere steden, moet je de realiteit onder ogen zien. Van een prettige, kleine, vrij provinciale Europese hoofdstad zijn wij de laatste decennia veranderd in een internationale immigrantenstad. Dat is een proces dat op dit moment in alle grotere steden, over de hele wereld, plaatsvindt. In de praktijk betekent dat bijvoorbeeld dat je de wetshandhaving moet aanpassen. Kijk naar New York. Het moet simpel. Hard maar helder. Het moet duidelijk zijn.”

,,Ik had een collega aan de Universiteit van Amsterdam die bezig was met een buitengewoon interessant onderzoek in een paar Marokkaanse dorpen. Hij was ervan overtuigd, vertelde hij me, dat als de migrantenstroom uit Marokko naar Nederland vijfentwintig jaar eerder zou hebben plaatsgevonden, begin jaren vijftig, we nu maar een fractie van de problemen met Marokkaanse jongeren zouden hebben. Waarom? Omdat de Nederlandse samenleving toen nog overzichtelijk was. Als je een tasje jatte kreeg je gewoon veertien dagen. En als je het weer deed twee maanden. De meester kwam bij je langs als jij niet op school was verschenen. Die toenmalige samenleving had een helderheid die voor iedereen duidelijk was, zelfs als je uit Alaska kwam.”

,,Nederland is na de jaren zestig een buitengewoon ingewikkelde samenleving geworden om in te integreren. Dat hoor ik van Amerikaanse collega's, van Italiaanse vrienden, van mijn Baskische schoondochter, van alle buitenlanders die ik ken. Het is een gelaagd land. Ik vergelijk het wel eens met het Windowsprogramma. Het ene moment denk je het begrepen te hebben, en dan zit er weer een laag onder dat programma, en dan weer een laag, en weer. Nederland in de jaren vijftig was MS Dos eerste versie. Iedereen kon het begrijpen. Dat is het. Nu is het echt ingewikkeld. Een land met veel onuitgesproken verboden en geboden.”

Hij heeft in Amerika gezien hoe dat land, van oorsprong al immigratieland, soepel de nieuwkomers in de samenleving opneemt. ,,De VS zijn helemaal gericht op het snel integreren en inburgeren van immigranten. Aan de ene kant ben je volledig verantwoordelijk voor jezelf, dus als je naar de bliksem gaat is het tabee. Aan de andere kant ken ik weinig andere landen met een sterker gevoel voor burgerlijke saamhorigheid. Een kerk binnengaan is het eerste wat een arme Mexicaan doet als hij Amerika binnenkomt. Dan is hij binnen twee, drie weken al ergens in een netwerk opgenomen. Als je een brave burger bent en je bent bereid hard te werken, dan vind je snel medestanders. De netwerken, de steunsystemen zijn heel flexibel. Als je als brave Nederlander een reis maakt door Amerika, word je door je Amerikaanse vrienden van het ene netwerk naar het andere overgeheveld. Je gaat naar Detroit? Een telefoontje en, ja, je kunt bij zijn vriend daar logeren.”

,,Amerika heeft een geweldige openheid. Het is aan de ene kant een ruig land. Gretig, gulzig, consumerend. Aan de andere kant heerst er een solide burgerlijkheid, die we in Nederland nog uit de jaren vijftig kennen. Als je buiten dat burgerlijke systeem valt, als je crimineel bent, terrorist, homo soms, dan heb je het vaak niet best. Maar binnen het systeem zit je wel in een vertrouwenssamenleving. Ik merkte dat op sommige campings. Je komt binnen, stopt tien dollar in een envelopje en je gaat er staan. Iedereen doet dat keurig netjes, hoewel er nauwelijks controle is. Het regelt zichzelf. In Nederland zou het, vrees ik, al snel een puinhoop worden.”

Vervolg op pagina 22

De vis gaat rotten bij de kop

De afrekencultuur is een permanente motie van wantrouwen

Vervolg van pagina 21 ,,Dat levendige burgerschap wordt verstevigd en instandgehouden door sterke symbolen. In God we trust, de Grondwet, de vlag, een stevig patriottisme. En ook door een strafrechtsysteem dat hard maar helder is. Elke immigratiesamenleving heeft dat nodig. In Nederland zullen we die omslag moeten maken, tot mijn grote verdriet, want ons rechtssysteem is met zijn flexibiliteit heel mooi. We zijn ons aan het ontwikkelen, zoals alle geïndustrialiseerde landen, en zeker stadslanden als Nederland, tot een land waar immigranten inen uitstromen. Waar enorme bewegingen in de bevolking zijn, waar mensen een jaar of vijf, tien wonen en weer verder trekken.”

,,Een stad als Amsterdam, daar stromen evenveel mensen uit als in. Het is een doorspoelmachine. Onderschat dat niet. Het beeld van de immigrant is op dit moment vooral dat van een man met een rare Marokkaanse rok, die geen woord Nederlands spreekt en zijn tijd voornamelijk doorbrengt in de moskee. Die immigranten zijn er inderdaad, alleen vormen ze vormen minderheid. In werkelijkheid bestaan de echte immigratiebewegingen in deze stad grotendeels uit Amerikanen, Japanners, Britten, Aziaten, mensen uit de hele wereld die komen en ook weer vertrekken. Dat gaat om flinke delen van de bevolking. Amsterdamcentrum wordt voor een kwart bewoond door expats. Vijfentwintig procent! Dat is niet mis, hoor, en het wordt alleen maar meer. Dat zie je in alle wereldsteden gebeuren. Dat verandert het karakter van Amsterdam, en dat is niet altijd leuk. Maar Amsterdam zou ook een groot probleem hebben als dit soort immigratie niet zou plaatsvinden. Dan zouden we echt buiten de boot vallen.” Het waardenen normendebat dat het kabinetBalkenende heeft geëntameerd om een nieuwe grondslag te vinden voor vreedzaam samenleven in ons immigratieland, schiet volgens hem zijn doel voorbij. Het is te theoretisch, niet op het werkelijke probleem gericht. ,,We weten wel hoe het moet. Het is niet zozeer een kwestie van normverval, als wel van een gebrek aan handhaving van de normen. Het gaat meer om doen dan om praten, en daarin gaat de overheid zelf voorop. Waardoor is in New York de criminaliteit zo afgenomen? Inderdaad, onder andere door zero tolerance. Dat begon met het grondig schoonmaken van de metro. Zero tolerance ging over het heroveren van de publieke ruimte, om het scheppen van een omgeving. Niet over waarden en normen.”

,,Een heel simpel voorbeeld uit Nederland hoe het niet moet. Het taxibedrijf in Amsterdam is één groot exces van kleine criminaliteit. Een taxichauffeur kan niet overleven in Amsterdam als hij niet minstens twee keer per dag iemand oplicht.

De taxiwereld is wild, de passagier is kwetsbaar, dus elk grotemensenland heeft die branche goed geregeld. Tarieven op de deur, telefoonnummers waarheen je met klachten kunt bellen. In Nederland hebben ze de taxi's puur op theoretische gronden vrijgegeven en ze noemden dat een succes. Wat je in werkelijkheid meemaakt is een jungle, een exces dat al jaren doorrot. Nergens anders gebeurt het zo. De politici en bestuurders die dit hebben uitgedacht, zitten nooit in een taxi. Te deftig, of te arm. Anders hadden ze dit nooit verzonnen. Dus terwijl wij praten over waarden en normen, doet zich zoiets onder onze neus voor.”

,,Een ander voorbeeld. Het steekt als je zelf een bon krijgt, maar over het algemeen is het geven van bekeuringen een verstandige vorm van normhandhaving. In Amsterdam werd jarenlang nauwelijks bekeurd, waardoor allerlei kleine ontsporingen plaatsgrepen. Onlangs hadden we hier een actie waarbij de politie consequent bekeurde voor rijden zonder achterlicht. Hoewel alle Amsterdammers vloekten en scholden, had binnen een maand iedereen een werkend achterlicht. Iedereen begreep ook dat zoiets nodig was. Rijden zonder licht is gewoon bloedlink.”

,,Uitstekende actie. Alleen hield het hele circus na twee maanden weer op. Want als er veel wordt bekeurd in deze stad, is het omdat het aantal bekeuringen statistisch te laag is. Dan gaan ze opeens alles en iedereen opschrijven. Dat is niet omdat Vrouwe Justitia dat eist, nee, dat is omdat meneer Zalm dat wil. De Zalmbon. Zoals ze in de DDR vroeger op de snelweg naar Berlijn, waar je 100 kilometer mocht rijden, op de meest onverwachte plekken opeens een bord met 50 km erop neerzetten, om met de boetes meer deviezen te krijgen. Dat gebeurt nu ook in Nederland. Dan ben je op een groteske manier bezig de normhandhaving te ondermijnen. Want iedereen ziet het. Als je een bon krijgt, moet dat corresponderen met je rechtsgevoel. Je kunt kwaad worden, of treurig, maar je moet ook ergens de gedachte hebben: 'Hij heeft gelijk'. Als een bon alleen nog maar is om de overheidskas te vullen, dan ben je ongelooflijk fout bezig.”

,,Deze afrekencultuur dringt dus ook het justitieel terrein binnen. Ook dat afrekenen heeft alles te maken met het wegsiepelen van vertrouwen. Een vakman herkent het werk van een andere vakman en durft daarom te delegeren, een dilettant heeft alleen cijfers om zich een houvast te geven. De afrekencultuur is een permanente motie van wantrouwen. Het gaat ervan uit dat iemand niets doet tenzij een baas boven zit te tellen. Waardoor hij ongemerkt dat gedrag in de hand werkt. Nog kwalijker is dat de afrekencultuur ook een enorme vervalsing van de werkelijkheid in de hand werkt. Je kneedt de werkelijkheid zo namelijk in hanteerbare eenheden, in cijfers, in punten, terwijl alles wat niet meetbaar is daarbuiten valt. Zo ontstaat een wereldbeeld dat voornamelijk uit ficties bestaat. Als het hier druk is op de Wallen, bijvoorbeeld op oudejaarsavond, dan zie je daar twee, drie, vijf agenten voortdurend rondlopen. Alleen al hun aanwezigheid is een symbool van orde. Maar die prestatie kun je bij gebrek aan meetbaarheid nooit afrekenen.”

,,Op school heeft een lerares een Marokkaans meisje in de klas dat uitgehuwelijkt dreigt te worden. Een vaak voorkomend probleem. Dan spreekt zo'n lerares een paar uur met dat meisje. Een heel normale, goede rol van een docente. Maar ik zou niet weten hoe je deze prestatie telt.”

,,Het is een motie van wantrouwen tegen de inhoudelijkheid van het vak. Als je mensen hun verantwoordelijkheid afpakt, dan verliezen ze het plezier in hun werk, hun beroepstrots. Het grote probleem is dat de laag daarboven, degenen die willen afrekenen, dat niet zelden doet omdat ze de inhoud van het vak niet kent. Die hele ontwikkeling is nauw verbonden met een ander exces, dat van de komende en gaande adviseurs, de interimmanagers, die hele laag van vluchtigheid die zich ertussen heeft gewrongen. Veel van die mensen hebben belang bij afrekenen, want ze kunnen niet anders. Het onderwijs is heel ontvankelijk geweest voor dit verschijnsel, waarbij alle vakmatige intuïtie eruit is getimmerd. De vakmensen in het onderwijs hebben, bijvoorbeeld, dag in, dag uit gewaarschuwd voor de gevolgen van de schaalvergroting. Scholen die groeien van 500 leerlingen, tot 1000, 2000. Mensen die dat bedenken hebben nooit zo'n school meegemaakt. Ze weten niet dat op een school met zoveel leerlingen de totale anonimiteit heerst. Als mijn vrouw, die jarenlang docente was, een meisje met een bepaald probleem wilde spreken moest ze met een pasfoto in de gang gaan staan om haar te vinden.” ,,Op zo'n massaschool verdwijnt met de intimiteit ook het vertrouwen. Je ziet hoe leerlingen soms zelfs door allerlei poortjes moeten, identiteitscontrole, wapencontrole, weet ik veel. Terwijl een veilige, vertrouwde, overzichtelijke school van levensbelang kan zijn voor een kind, een baken, zeker in moeilijke, chaotische tijden. Men heeft niet willen luisteren naar de vakmensen. Dat de PvdA, met name de PvdA, in 2002 zo verschrikkelijk op haar falie heeft gehad is volstrekt terecht. De Tineke Netelenbossen en de Jacques Wallages hebben deze fusies gewild. Dat slag bestuurders leefde in een wereld die niets met de realiteit te maken had. Een arrogant maakbaarheidsidee heeft daar geheerst, een idee dat onvoorstelbaar veel slachtoffers heeft gemaakt. Wat ken ik een boel mensen uit het onderwijs, prima mensen, die verzuurd zijn, gek zijn geworden, hun eigenwaarde kwijt zijn geraakt, het onderwijs voorgoed de rug toe hebben gekeerd.”

Mak denkt dat de reactie tegen de rot van het wantrouwen kan beginnen met het scheppen van 'bastions van vertrouwen' binnen overheidsorganisaties en bedrijven. ,,Dat betekent als eerste dat je binnen je organisatie de afrekencultuur afschaft en mensen de vrijheid geeft naar eigen inzicht hun vak uit te oefenen. Natuurlijk geeft dat risico's. Er zal wel eens wat misgaan. Maar over het algemeen is de prijs van wantrouwen veel hoger dan van vertrouwen. Met die oude christendemocratische ideeën over subsidiariteit en soevereiniteit in eigen kring komen we daarmee, grappig genoeg, nog steeds een heel eind. Soevereiniteit in eigen kring, binnen het eigen vakgebied grotendeels zelfstandig werken, daar zou de wereld een stuk vrolijker van worden. Geef iedereen zijn eigen specialisatie terug, zijn eigen vak, zijn eigen waarde. Dat kan variëren van de conciërge tot de schooldirecteur. Dat betekent oorlog aan de tussenlaag. Breng die groep terug tot normale proporties. Stel de nee, tenzijregel in. Stel een doel, op dezelfde manier waarop zij dat doen. Binnen twee jaar moeten de overheidsuitgaven aan deze groep zijn gehalveerd, en binnen vijf jaar mag er niet meer dan twintig procent van over zijn.”

,,Voor politici is die afrekencultuur helaas ook erg verleidelijk. Zij kunnen resultaten laten zien. Het probleem daarbij is dat politici tegenwoordig vooral professionals zijn. Het zijn niet meer de oudbedrijfsleiders en dokters die wisten wat er te koop was. Als je dat niet meer weet en je moet er toch over oordelen, is het heerlijk instrumenten te hebben die de werkelijkheid voor jou controleerbaar maken. Er is dus moed voor nodig, echte, eerlijke politieke moed om daar verandering in te brengen.”

,,Ja, dat heeft te maken met het instorten van het zuilenstelsel. Die zuilen, hoe hiërarchisch ook, werkten ook als schoorstenen die talent van beneden naar boven trokken. Mensen uit het vak zelf kwamen in besturen. Dat is nu volstrekt verstoord.” ,,Bij de politie zijn bijvoorbeeld de zedenpolitie, de wijkagent en de kinderpolitie weggevaagd. Alleen een dogmatische gek die nog nooit in een politiebureau is geweest, komt op het idee van een reorganisatie waarbij de zedenpolitie wordt opgeheven. De resultaten van het onderwijsbeleid kennen we. Op de universiteit kwam ik studenten tegen die niet wisten wie Churchill was, of die dachten dat Stalin na de Tweede Wereldoorlog was geboren. Er zaten uitstekende mensen tussen, maar ik zag ook scripties waarbij ik alleen maar kon denken: over twee jaar zijn jullie afgestudeerd en dan gaan jullie de gemeente Steenwijk of Diemen adviseren. Wee Steenwijk! Wee Diemen!”

,,Financiële belangen en verworven machtsposities zullen de ontmanteling van de tussenlaag sterk bemoeilijken. We hebben hier een wethouder van cultuur die heeft bewezen dat ze heel veel kan, op allerlei terreinen. Maar van één ding heeft ze absoluut geen verstand. Kunst. Toevallig heeft Amsterdam een geschiedenis van minstens vijfhonderd jaar topcultuur. Dat is nogal wat. Haar wethouder van kunst maken is hetzelfde als mij benoemen tot wethouder van sport. Niet doen. Toch is dat gebeurd. Zo'n politicus durft zelden iets zelf te beslissen, zonder advies van 'onafhankelijke raadgevers'. Ik weet niet of de kunsten nog bloeien in Amsterdam. Maar de Adviesbureaus beleven grootse tijden. En ondertussen is de sfeer van vertrouwen binnen en rond die sector volledig weggeëbd.”

,,Het ernstige is dat dit geen uitzonderlijk geval is. Overal in Nederland wordt op dit moment op grote schaal het sociale kapitaal vernietigd dat vertrouwen heet. Dat is pas echt een normenen waardenprobleem: het verdwenen respect voor ieders persoonlijke, innerlijke waarde.”

,,Als mensen niet kunnen voldoen aan de waarden van anderen, voelen ze schaamte, schrijft Frances Fukuyama. Als hun waarde permanent wordt ontkend worden ze woedend. Maar als ze worden erkend in hun verantwoordelijkheid, hun vakmanschap en, zeker bij immigranten, hun eigen waarde, groeit hun trots. Daar ligt het begin van het herstel.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden