COLUMN

De vijandige tegenstelling tussen elite en volk is grotendeels kunstmatig

Nelleke NoordervlietBeeld *

Wie worden tot de elite gerekend, en wie tot het volk? Veel stof tot nadenken, dezer dagen. Woorden als elite en volk spatten zo vaak van de schermen, dat ze betekenisloos raken. Iedereen bedoelt er iets ­anders mee. 

Het populisme gaat uit van een vijandige tegenstelling tussen die twee, en kiest de kant van het volk tegen de elite. Een elite was altijd een zeer kleine groep met macht en privileges. Een groep waarin alle voorrechten samenkwamen: geld, politieke invloed, culturele bagage, opleiding en dit al generaties lang. Het volk was de buitengesloten massa zonder stem en zonder invloed. Of die indeling nog altijd opgaat is zeer de vraag.

Het populistische verhaal sluit ten dele aan bij de van veel kanten gehoorde waarschuwing voor de kloof tussen hoogopgeleid en laagopgeleid. Ben je hoogopgeleid, dan heb je kansen en zekerheid, ben je laagopgeleid, dan hoor je bij de losers. Aangezien in Nederland bijna de helft van de bevolking hoogopgeleid is, wordt de kloof pijnlijker. Een handjevol geluksvogels kun je nog wel hebben, maar zijn het er heel veel meer, dan wordt je positie als pechvogel ­precair. Leve dus degene die zich jouw lot aantrekt. Die de kloof dicht. Die je zekerheid geeft.

Kijk ik om me heen, dan zie ik een zeer gedifferentieerde groep mensen aan de kant van de kloof staan waarop het woord elite is geplakt en een net zo gedifferentieerde groep aan de overkant met het woord volk op het voorhoofd. Staan ze vijandig tegenover elkaar? Zo simpel is het niet. Zonder stem of invloed is het volk al heel lang niet meer. De politiek zoekt ze op. ­Zowel de traditionele als de moderne media laten permanent de vox populi horen en zien.

Bovendien zijn de bruggen over de kloof begaanbaar. Ikzelf kom voort uit het volk, ben door mijn ouders aangemoedigd om door te leren en de kloof over te steken, maar heb nooit het contact met waar ik vandaan kwam verloren. En ik ben niet de enige. Over het algemeen weten de groepen aan beide zijden van de opleidingskloof vrij veel van elkaars levensomstandigheden. Dat de hoogopgeleiden en kansrijken de plicht hebben zich om de mensen aan de andere kant te bekommeren, is duidelijk. Gebeurt dat ook? Ja, maar het kan beter. Er is nog altijd een sociale kwestie. Die wordt niet opgelost door een vijandige tegenstelling voor te spiegelen.Op zoek naar een elite die het volk arrogant buitensluit kom ik in ons door en door democratische Nederland hooguit wat CEO’s tegen die krankzinnig veel meer verdienen dan de mensen op de werkvloer, maar daar wordt openlijk schande over gesproken. Nederlanders zijn van oudsher weinig autoriteitsgevoelig. Een aristocratie bezaten we eigenlijk niet. Onze elite was bovendien een betrekkelijk sobere elite. En is dat volgens verschillende berekeningen nog steeds. Al kan het altijd beter.

Conclusie is dat de vijandige tegenstelling tussen elite en volk grotendeels kunstmatig is. Maar die tegenstelling is het uitgangspunt, het bestaansrecht én het doel van het populisme. In het verhaal van iedere populistische beweging wordt een nieuwe, betere elite aangekondigd van de getrouwen die de charismatische leider op zijn avontuurlijke pad volgen. En als ze niet wordt aangekondigd, dan komt ze tot ieders verrassing toch tot stand. Daarbij hoeven we maar even te kijken naar de privileges van de communistische partijbonzen, die zichzelf riante datsja’s toestonden terwijl het volk verkommerde in aftandse flatgebouwen. Of naar de absurde voordelen die volkse autocraten van rechtse signatuur zichzelf en hun vrienden bezorgen.

Onder het mom van zorg voor het volk, voor erkenning van zijn authentieke ziel, wordt een hoopvol populistisch verhaal verteld. Het is een verhaal van ondergang en wederopstanding. Een verhaal dat in tijden van verandering de onlust en het heimwee verklaart en een toekomst schetst waarin een nieuw thuis voor het historisch eigene wordt gebouwd, waarin het volk zichzelf kan zijn onder de hoede van een nieuwe elite. Een verlossingsverhaal.

Als schrijver ken ik de kracht en de verleiding van de verbeelding, maar evenzeer het gevaar van de leugen.

Nelleke Noordervliet (Rotterdam, 1945) schreef meerdere romans, novelle’s en theaterstukken. In 2018 won ze de Constantijn Huygens-prijs voor haar gehele oeuvre. In haar column in Trouw bespiegelt ze tweewekelijks op de actualiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden