De vijanden van onze vijanden, dat moeten wel onze vrienden zijn

Na de val van de muur kwam aan het licht dat de voormalige DDR thuishaven was voor Rafterroristen. Zij woonden er niet alleen, de Oostduitse geheime dienst Stasi trainde hen zelfs. Twee recent verschenen boeken lichten een tipje van de sluier op over deze onwaarschijnlijke verbintenis. Toch resteren nog enige vraagtekens. Michael Muller en Andreas Kanonenberg, 'Die RafStasiConnection', uitg. Rowohlt, Berlijn 1992. 255 blz. DM 29.80. Butz Peters, 'Raf, Terrorismus in Deutschland', uitg. Deutsche VerlagsAnstalt, Stuttgart 1991. 480 blz. DM 39.80.

"De DDR is een heilzaam alternatief geweest. We moesten iedere morgen om half zeven naar het werk en kregen veel contact met de arbeidende klasse, voor wie we vroeger druben de revolutie wilden aanvoeren. Dat heeft ons tot de absolute werkelijkheid teruggebracht."

Als de grens tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de DDR op 9 november 1989 open gaat, volgt het jaar erna een arrestatie-golfje waarbij tien Raf-terroristen, die zich al meer dan tien jaar in het 'arbeidersparadijs' schuil houden, worden opgepakt. Met behulp van het Ministerium fur Staatssicherheit (de Stasi) en met instemming van partij- en staatshoofd Honecker heeft de DDR de Raf-leden een nieuw leven gegund. De staat betaalde de auto, een woning en zorgde voor een respectabele burgerbaan.

Maar daar bleef het niet bij. De Stasi trainde tenminste een keer, in 1981, de nog actieve leden van de Raf voor een aanslag. Het kwam allemaal uit toen de eerste DDRburgers in de Bondsrepubliek terecht kwamen en daar bij politiebureaus al vergeelde opsporingsbiljetten zagen (met forse beloning) van de terroristen. Opeens werd op grote schaal een aantal van de meest gevreesde Raf-leden herkend en kon het Bundeskriminalamt in korte tijd tien van hen, zonder al te veel moeite, inrekenen.

In Duitsland verscheen vorige week een boek van de twee journalisten Michael Muller en Andreas Kanonenberg die ieder detail over deze wrange connectie tussen Raf en Stasi uit de doeken doen aan de hand van getuigenverhoren die kwamen na de arrestaties van Raf-leden en Stasi-medewerkers. Muller en Kanonenberg deden meer dan dit liaison ontrafelen. Door te graven in de werkwijze van de Raf, maar ook van het Oostduitse staatsapparaat, vonden ze verklaringen voor de samenwerking en maken ze aannemelijk dat uiteindelijk de Stasi ook behulpzaam is geweest bij het inrekenen van Raf-sleutelfiguren, nog voor de muur werd afgebroken. Dit gebeurde in een tijd dat Oost-Duitsland, financieel al in een deplorabele toestand, de goodwill van de rijke broer nodig had. Het boek beschrijft verder de driehoeksverhouding tussen Raf, Stasi en Palestijns extremisme.

In het voorjaar van 1978 wordt Inge Viett, lid van de extreem linkse organisatie 'Bewegung 2. Juni' op het Oostberlijnse vliegveld Schonefeld aangehouden door de douane. Omdat ze in het bezit is van een geladen pistool wordt ze niet doorgelaten. Viett is - maar dat weten de Oostduitse douaniers niet - een van de meest gezochte leden van een Westduitse groep die zich een paar jaar later bij de Raf zal voegen.

De bewapende vrouw vraagt om een gesprek met een van de hooggeplaatste medewerkers van de Stasi. In korte tijd verschijnt Harry Dahl, hoofd van de belangrijke Afdeling XXII/Terreurbestrijding van de Stasi. Hij praat anderhalf uur met haar. Dahl vertelt Viett alles over terrorismebestrijding in de DDR en zij informeert hem over de acties van haar 'beweging'.

Hoewel het gesprek dus niet zo lang duurt, vraagt Viett - volgens haar eigen verklaring - hoe Dahl zou reageren als zij over een tijdje zich met enkele Bekannten meldt bij de Berlijnse grensovergang Friedrichstrasse. Of Dahl verbaasd heeft gereageerd, meldt de getuigenis niet, maar zeker is dat Viett na het gesprek haar wapen, zij het ongeladen, mocht behouden en dat het antwoord van de Stasi-baas 'bevredigend' was. Het eerste contact is gelegd, en Inge Viett zal snel een belangrijke medewerker van de Stasi worden. Alle contacten tussen Raf en de Oostduitse veiligheidsdienst verlopen via haar.

Soepel

Nog waarschijnlijker is het, volgens de schrijvers van het boek 'Die RafStasi-Connection' dat Viett al eerder contact had met de Stasi omdat de soepele houding van Dahl anders wel erg onwaarschijnlijk is. Haar Stasi-codenaam 'Maria' dook bovendien al in 1976 op. Inge Viett houdt echter vol dat de ontmoeting op Schonefeld het begin was van de samenwerking tussen linkse extremisten uit het westen en de 'Staatszekerheid' van Oost-Duitsland.

Op 27 mei van hetzelfde jaar maakt Inge Viett haar 'belofte' aan de Stasi waar: ze bevrijdt - met twee andere vrouwen vermomd als advocaten - haar groepsgenoot Till Meyer uit de Westberlijnse gevangenis aan AltMoabit. Ze rijden hooguit een kilometer of twee en melden zich bij de grensovergang Friedrichstrasse waar ze moeiteloos worden doorgelaten. De vlucht is dankzij de Stasi gelukt.

Grote vraag bij dit verbond tussen politieke uitersten is natuurlijk wat hen in elkaars armen dreef. Op die vraag geeft ook dit boek geen eenduidig antwoord en misschien bestaat dat ook niet. De schrijvers noteerden wel veel officiele verklaringen op dat punt, en trokken bovendien zelf nog een aantal voorzichtige conclusies uit het materiaal dat ze boven water haalden. Zeker is dat de Raf bij de Stasi hulp zocht toen een aantal aanslagen mislukte en de tweede generatie van de groep uit elkaar dreigde te vallen. Het eerste echte verzoek om hulp aan de Oostduitsers betrof dan ook het onderbrengen van acht leden die uit de organisatie wilden stappen en een veilig onderduikadres nodig hadden. Pas later zal de Stasi actievere diensten verlenen.

Maar wat bewoog de Oostduitsers tot het hoogste niveau en speciaal de Anti-terrorisme-afdeling XXII om de meest gevreesde exemplaren van wat ze geacht waren te bestrijden de helpende hand te bieden?

Op dat punt is ook het handboek 'Raf, Terrorismus in Deutschland' van belang dat vorig jaar verscheen. Auteur Butz Peters zet daarin nauwkeurig een aantal verklaringen van Stasi-medewerkers op een rij die naar de samenwerking is gevraagd. Volgens Peter-Michael Distel, DDRminister van binnenlandse zaken, was het een persoonlijke hobby van staatschef Honecker en Stasibaas Mielke onder het motto 'de vijanden van mijn vijanden zijn mijn vrienden'.

Maar het kon ook een poging zijn, volgens Peters, de extremistische Palestijnen tevreden te stellen met wie de DDR nauwe banden onderhield en die de Raf jarenlang vertroetelden (een aantal Raf-vrouwen trouwde zelfs met Palestijnse terroristen). Bovendien had het staatsapparaat een grote honger - dat blijkt nu de kolossale archieven zijn geopend - naar informatie. Het Ministerium fur Staatssicherheit had in de bloeiperiode tenminste honderdduizend mensen in vaste dienst. En door een aantal afvallige Raf-leden te huisvesten, kon een gigantisch dossier over de belangrijkste Westduitse terreurorganisatie worden aangelegd.

Een andere verklaring die verhoorde Stasi-medewerkers geven is dat de verregaande paranoia van Mielke en Honecker tot opname van de terroristen heeft geleid. Door de 'dissidenten' op te nemen, zou de DDR zelf van aanslagen gevrijwaard blijven.

Maar al die defensieve verklaringen zijn geen heldere aanwijzing voor het feit dat vanaf 19 september 1980 de Stasi begint met de training van nog actieve Raf-leden. Telkens reizen kleine groepjes naar een zeer afgelegen Stasi-kamp in Biesen bij Frankfurt aan de Oder waar ze schietlessen krijgen en technische kennis van springstofladingen. Hoogtepunt van dit onderwijs is de daadwerkelijke voorbereiding van een aanslag op de Amerikaanse legerleider Frederik Kroesen die op 15 september 1981 in Heidelberg mislukt.

Aan de training van de Stasi-commando's heeft het niet gelegen, blijkt nu. In het voorjaar van 1981 wordt een ongepantserde Mercedes (precies de auto waar Kroesen in rijdt) in de bossen van Biesen afgeleverd. Vervolgens krijgen de Raf-leden - onder wie Christian Klar die later de aanslag zal uitvoeren - les in de bediening van de Russische 'Pantservuist, type RPG 7', een soort kanon dat vanaf de schouder granaten afvuurt.

Voor de repetitie is de auto, die vanaf tweehonderd meter wordt beschoten, gevuld met vogelverschrikkers en een levende hond. Als Christian Klar bij wijze van meesterproef de achterdeuren van de wagen onder vuur mag nemen, schiet hij in een keer raak: de auto spat uit elkaar. In september zal Christian Klar echter twee keer misschieten op de auto van legerleider Kroesen die inmiddels net een gepantserde Mercedes heeft aangeschaft.

Dat het contact met de Raf niet een geheim project was van een groepje Stasi-medewerkers van lager allooi, bewijst een aantal getuigeverklaringen die Butz Peters in zijn Raf-boek noteerde: "Nog is niet eenduidig opgehelderd wie, buiten de Raf, alles van het 'georganiseerde ballingschap' van de Raf wist."

Notities Honecker

Met zekerheid waren dat de minister voor staatsveiligheid Erich Mielke en zijn vertegenwoordiger bij Afdeling XXII, Gerhard Neiber. "Wie daarboven nog geinformeerd was kan niet definitief worden gezegd" , vat het hoofd van het toenmalige Oostduitse Kriminalamt Oelsner samen. "Wij hebben daarover geen vonnissen beschikbaar." Oelsner denkt even na, neemt een trekje van zijn sigaret en voegt eraan toe: "Er zouden met de hand geschreven notities van staatshoofd Honecker bestaan over dit onderwerp, maar ik heb ze niet gezien. Het is zeker denkbaar dat er nog stukken zijn die wij niet kennen'."

Waar schrijver Butz Peters het laat bij het noteren van getuigeverklaringen en passages uit officiele stukken, gaan Muller en Kanonenberg een stapje verder. Zij zijn duidelijk niet journalistiek bevredigd na al het speuren, en werpen aan het slot van hun boek allerlei vragen op die zeer waarschijnlijk nooit beantwoord zullen worden. Wellicht teveel ingeleefd in de conspiratieve sfeer van het onderwerp werpen ze de suggestie op dat de Westduitse geheime dienst allang van de 'samenwerking' tussen Raf en Stasi wist, maar uit eigenbelang niet ingreep omdat bijvoorbeeld Inge Viett misschien ook wel opereerde als driedubbelspion voor Raf, oost en west. En dan volgt bepaald niet het beste gedeelte van het boek omdat het een breiwerk is van suggesties en vermoedens. Tot dat laatste hoofdstuk geven de schrijvers een spannend geschreven, zeer gedetailleerde inkijk in de geheime - en dus voor liefhebbers van avontuur aantrekkelijke - levens van Stasi- en Raf-leden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden