De Vierdaagse is voor watjes, échte langeafstandswandelaars lopen minstens het dubbele.

Het zal wel weer een makkie worden. Johann Vellinga begint vanochtend aan zoveelste Vierdaagse, en de 56-jarige oud-marinier mag vanwege zijn leeftijd de 40-kilometerafstand lopen. Toch kiest hij voor de 50. Anders is er helemaal niets aan.

Hoewel tienduizenden wandelaars vrijdag bij de finish op de Via Gladiola apetrots zullen zijn op hun prestatie, is er een groep wandelaars die daarvoor de neus ophaalt. Sommigen lopen wel mee, maar voor de gezélligheid, niet vanwege de afstand. In hun ogen wordt er pas een échte prestatie neergezet als de tocht langer is dan 80 kilometer, en het liefst boven de 100 komt - het mag ook 120 zijn.

Omdat een dag te kort is voor zo'n afstand, starten die megalopers vaak 's avonds, lopen de nacht door, om in de loop van de dag bij de finish aan te komen. Daar geen rijen juichend publiek, na aankomst duiken de wandelaars even het café in, en pakken eenzaam de trein naar huis. De meesten lopen blokken van twintig kilometer. ,,De voeten en benen kunnen die afstand meestal wel aan”, zegt Vellinga. ,,Maar mijn maag hè. Na 50 kilometer hou ik er niets meer in. Dus je hebt ook geen brandstof meer om de kachel aan te houden.” Theo Tromp, de vice-voorzitter van wandelvereniging Olat, heeft andere klachten. ,,Slaap. Dat is de grootste vijand. Ik kan soms mijn ogen niet meer open houden. Soms slaap ik gewoon een uurtje in de berm, dat is genoeg. Daarna ga ik er weer tegenaan.”

De afkorting van Tromps vereniging Olat staat voor Ollandse Lange Afstand Tippelaars. Dat riekt naar Brabant. Klopt. De club uit Sint-Oedenrode is in 1967 in café Rijken in het kerkdorp Olland opgericht. De meeste kilometervreters komen uit het zuiden, en volgens Johan Vellinga die juist de Friese lopers aanvoert, komt dit doordat het zuiden een verbond heeft met de Belgen. Samen kunnen ze een groot aantal tochten in leven houden. De ene keer lopen de Nederlanders bij de Belgen, de andere keer andersom.

De meeste clubs zijn opgericht in de jaren zestig en hebben zich laten inspireren door de Amerikaanse president John F. Kennedy, die in 1963 zei dat de meeste welvaartsmensen niet meer in staat waren 50 mijl (80 kilometer) binnen twintig uur te lopen. Zijn broer Robert nam de uitdaging aan en liep met zijn vrienden de afstand, bínnen de aangegeven tijd. Zo ontstond in de VS een ware rage, die oversloeg naar Groot-Brittannië, en daarna greep kreeg op oost-en zuidNederland. Op 23 maart 1963 werd in Haaksbergen de eerste zogenaamde 'Kennedy-tocht' gehouden. En vele, vooral kleinere, gemeenten zouden volgen.

Uit die 'beweging' is weer de groep lopers ontstaan die nóg verder wilden. Wat te denken van Amsterdam-Leeuwarden (150 kilometer), de Elfstedentocht (220), en Parijs-Colmar (500). Volgens Tromp kent Nederland door het jaar heen zo'n 15 tot 20 tochten die tot 80 kilometer gaan, eenzelfde aantal dat tot 100 gaat, en vijftien tochten van boven de 100 kilometer. ,,Ik denk dat er nog een vaste kern van zo'n tweehonderd lopers is, en op elke tocht kom je zo'n beetje de helft tegen. Iedereen kent elkaar bij naam. Het is gezellig en je praat eens bij, hoewel dat laatste beperkt is. Er moet wel gelópen worden.” Is de gemiddelde snelheid van een Vierdaagseloper 5 kilometer per uur, een langeafstandsloper doet er 7 tot 8.

Vellinga heeft de échte lange jongens inmiddels afgezworen. Deels vanwege zijn leeftijd, maar hij heeft zichzelf op zijn zoveelste tocht ook afgevraagd: vind ik dit nog wel leuk? ,,Natuurlijk is het prachtig grenzen te verleggen, maar het vraagt veel van je lichaam, het kost veel tijd, en thuis ben je niet de gezelligste na zo'n tocht.” Het past ook niet meer goed in deze tijd, denkt Vellinga. ,,Mensen willen flexibel zijn. Ze willen lopen wanneer zij willen. Soms is dat op een zondag, maar waarom niet op maandag of dinsdag? Ze gaan zelf op pad, en laten zich niet beperken tot een georganiseerde tocht. Ik loop nu bijvoorbeeld het Pieterpad, op de dagen die mij uitkomen.” Vellinga ziet de groep die georganiseerd monstertochten maakt steeds meer afkalven. ,,De lopers uit de jaren zestig worden steeds ouder en trekken zich terug, terwijl er geen jonge aanwas meer is.” Misschien is het tijd voor een inspirerende Amerikaanse president.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden