De Vierdaagse als zinvolle illusie

Deelnemers aan de Vierdaagse in alle vroegte op weg. Beeld anp
Deelnemers aan de Vierdaagse in alle vroegte op weg.Beeld anp

Is het hier oorlog?' Vol trots droeg Theo van Stiphout het T-shirt met opdruk. Net als veel linkse idealisten in de jaren zeventig vond de jonge student het maar niks dat soldaten in juli door de stad kwamen marcheren. "Bij de groenteboer mocht ik niet naar binnen en in andere winkels keken ze me verwijtend aan. Met dat anti-militarisme kwam je in Nijmegen aan iets heiligs: de Vierdaagse."

Jaren later bleken zijn kinderen het fantastisch te vinden om passerende militairen een high five te geven, glimlacht Van Lieshout (66). Met als thema 'Zinvolle illusie' stelde de Nijmeegse galeriehouder deze maand voor de 19de keer een zomerexpositie samen in de Sint Stevenskerk, huis van kunst, cultuur en bezinning in het hart van de stad. Een rustpunt in een hectische week.

Kunst om naar een betekenis van het leven te zoeken, in een wereld waarin houvast lijkt te verdwijnen. Beelden die net als rituelen de leegte kunnen vullen die is ontstaan door het loslaten van religie, in zijn geval het katholieke geloof, filosofeert Van Stiphout.

Bezinning
Of er wandelaars binnenlopen om de pakweg negentig beelden en schilderijen te bekijken? Voor Van Stiphout hoeft het niet. De deelnemers aan de Vierdaagse zijn druk genoeg met hun sportieve prestatie, waarvoor ze elke dag vroeg moeten opstaan, als de gasten van de Vierdaagsefeesten nog maar net - en sommigen nog niet - hun bed hebben opgezocht. Misschien hebben die overdag behoefte aan een moment van bezinning.

De Vierdaagse zelf is ook zo'n zinvolle illusie, stelt Van Stiphout. "Vanuit de bevlogenheid van het doen, groeit een gevoel waar elk geloof of -isme jaloers op mag zijn. Iedereen is winnaar. In deze tijd van competitie is dat bijna onvoorstelbaar, maar wie de Vierdaagse loopt, weet hoe zinvol en waar dat wordt als je uitgeteld nog kilometers moet en door een miljoen mensen aan de kant wordt toegejuicht en voortgestuwd."

Nuilen
Dinsdag begint een recordaantal van bijna 50.000 wandelaars aan de honderdste Vierdaagse. Controverse is er al lang niet meer. Wie de drukte wil vermijden, verlaat de stad, wie blijft, dompelt zich onder in een vakkundig georganiseerd feest waarin geen plaats is om te nuilen, Nijmeegs voor zeuren, dreinen. Door de vele jaren ervaring is een feest van sport en ontspanning ontstaan dat nergens valt na te bootsten, zegt burgemeester Hubert Bruls.

"De jaren 70 zijn echt voorbij", doceert Bruls. "Het militaire karakter is er sterk vanaf. De 6000 militairen die op Heumensoord verblijven vormen nog best een grote groep, maar op het totaal is het niet veel. Toch moet ik er niet aan denken dat ze er niet meer bij zouden zijn." Onderscheidend zijn de militairen nog wel, en niet alleen door hun uniformen en tien kilo bepakking. Bruls: "Defensie is een gewaardeerde partner. De wandelaars zijn gehecht aan de pontonbrug die militairen elk jaar over de Maas leggen, tussen Cuijk en Mook, en aan de militaire onderdelen op de route.

Oorlog
Neem de herdenking op de Canadese Oorlogsbegraafplaats in Groesbeek, op de derde wandeldag. Die groeide uit tot de grootste herdenking buiten Canada van gesneuvelde Canadezen, omdat behalve alle militairen ook de meeste wandelaars er even stoppen voor een eerbetoon. Het mag dan geen oorlog zijn tijdens de Vierdaagse, de oorlog loopt wel nadrukkelijk door de honderdjarige geschiedenis.

De Stichting Liberation Route Europe markeert dit jaar langs de wandelroutes herinneringen aan de laatste jaren van de Tweede Wereldoorlog. Dat zijn er nogal wat, want een deel van het parcours voert over het terrein van bevrijdingsoperatie Market Garden en door gebieden waar in de winter van '44/'45 achter frontstad Nijmegen een grote geallieerde troepenmacht was opgebouwd om Duitsland de beslissende slag toe te brengen.

Het Nationaal Bevrijdingsmuseum in Groesbeek legt de link tussen Market Garden en de Vierdaagse aan de hand van kapitein Arie Bestebreurtje, rechterhand van de Amerikaanse generaal James Gavin, commandant van de 82ste Airborne Divisie die de brug bij Grave moest innemen. Bestebreurtje kende het landingsterrein rond de brug goed dankzij deelnames aan de Vierdaagse. 'Mijn vriendschap voor Nijmegen is geboren met blaren en bezegeld door bloed in den oorlog', schreef hij.

'Wij loopen toch'
In de oorlog zelf waren de wandelingen door de bezetter verboden, wat in 1941 leidde tot een kleine verzetsdaad van wandelgroepen De Blauwvosjes en de Dubbele Adelaar: 'Wij loopen toch', zo is te zien op de openluchttentoonstelling 'Op vrije voeten'. Een in bruikleen gegeven noodkruisje en een zelfgemaakt tegeltje liggen binnen, buiten vertellen panelen ook over soms ongemakkelijke momenten.

Zoals de lelijke smet op het blazoen van marsleider Jaap Breunese, die de eerste Vierdaagse na de Tweede Wereldoorlog in gevaar bracht. De rechtlijnige majoor was in het eerste oorlogsjaar commandant geweest van de Opbouwdienst, voorloper van de Nederlandse Arbeidsdienst. En hoewel hij in augustus 1941 aftrad uit protest tegen invoering van de Hitlergroet bij zijn dienst en hij zich een jaar later vrijwillig aansloot bij de krijgsgevangen genomen Nederlandse beroepsofficieren, bleef er een zweem van collaboratie om hem heen hangen.

Onomstreden marsleider
Als marsleider was Breunese echter onomstreden; pas nadat hem eervol ontslag uit het leger was verleend, konden de startbewijzen voor 1946 worden uitgegeven. "Hij is een voorbeeld van het grijze gebied tussen goed en fout", zegt conservator Rense Havinga, die de tentoonstelling samen met studente Chrisje Hendriks samenstelde. "Maar Nijmegen heeft altijd achter majoor Breunese gestaan. Het jaar na die rel werd hij gehuldigd omdat hij 25 jaar actief was voor de Vierdaagse. Breunese bleef marsleider tot zijn dood in 1963."

In 1938 liep een regiment van de Hitlerjugend mee, aangemeld als Reichsjugend, in vol ornaat, het hakenkruis opgespeld. "Daar is niet tegen opgetreden", weet historicus Havinga. Ook de Weerbaarheidsafdeling van de NSB marcheerde in '38 en '39 in de Vierdaagse. Die was weliswaar in 1935 officieel opgeheven, maar de afdeling bleef bedekt voortbestaan in de vorm van wandelverenigingen met namen als Nooit Staan Blijven en Weest Allen paraat.

Volkssport
De aantrekkingskracht van de Vierdaagse op dit soort groepen was groot, juist door de militaire oorsprong en de karakterisering van wandelen als een volkssport. Met dank aan de commandant van het in Breda gelegerde zesde regiment van het Nederlandse leger die begin vorige eeuw bedacht dat lange afstandsmarsen goed waren om zijn soldaten weerbaarder te maken. En dankzij sportpionier Pim Mullier, wiens ideeën bijdroegen aan de oprichting, in 1908, van de Nederlandse Bond voor Lichamelijke Opvoeding (NBvLO).

Haarlemmer Mullier had in Engeland leren voetballen, cricketten, tennissen en hockeyen en nam die sporten mee naar Nederland. Hij wilde de 'achterlijke, plompe, langzame, in onze twintigste eeuw voor defensie en maatschappij onbruikbare bevolking' met sport verheffen. De NBvLO voerde zijn idee uit door in 1909 de eerste Vierdaagse te organiseren, waaraan bijna 300 militairen en tien burgers deelnamen. Vanaf 1928 - het jaar van de Olympische Spelen in Amsterdam - lopen op uitnodiging ook buitenlandse militairen mee. Toch wandelen er al vier jaar later voor het eerst meer burgers mee dan militairen. De wandelsport is niet competitief, en daardoor voor iedereen goed te doen.

Dat merkt ook Maria Hopman, die onderzoek doet onder deelnemers van de Vierdaagse. "Dat zijn lang niet allemaal gezonde mensen. Twee jaar geleden volgden we mensen met hartfalen, dat is echt ernstig. De prognose bij hartfalen is 60 tot 70 procent kans binnen vijf jaar te overlijden. Kun je dan de Vierdaagse lopen? Ze doen het. Heel intrigerend. Ze hebben een ziekte, maar omdat ze blijven lopen doen ze het veel beter dan mensen met dezelfde kwaal die thuis blijven zitten."

'Positieve gezondheid'
De Vierdaagselopers passen in de theorie van 'positieve gezondheid' van arts-onderzoeker Machteld Huber, meent Hopman, zelf hoogleraar integratieve fysiologie aan de Radboud Universiteit. "Tot dusver gingen we ervan uit dat gezond zijn betekent 'het niet hebben van een ziekte'. Hubers theorie gaat uit van wat je nog kunt. Vierdaagslopers hebben dat onder de knie."

Hopman, die zelf meermalen de Vierdaagse liep, doet dit jaar voor de tiende keer onderzoek. Ze werd ingeschakeld na de dramatische editie van 2006, die werd stopgezet nadat op de eerste wandeldag twee deelnemers overleden. "De eerste dag is de grootste zorg", legt Hopman uit. "Voor alle aanpassingen die het lichaam moet doen, heeft het meerdere dagen nodig. Een zesdaagse zou beter zijn. Weet je waarom het een vierdaagse is? Omdat brood, dat soldaten vroeger meenamen op meerdaagse marsen, na vier dagen gaat schimmelen."

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Deelnemers arriveren bij de finish op de vierde en laatste dag van de Nijmeegse Vierdaagse. Aan de finish wacht het feestelijke onthaal met gladiolen. Beeld anp
Deelnemers arriveren bij de finish op de vierde en laatste dag van de Nijmeegse Vierdaagse. Aan de finish wacht het feestelijke onthaal met gladiolen.Beeld anp

Oudste deelnemers
Dit jaar volgt ze de honderd oudste deelnemers, die tussen 82 en 93 jaar oud zijn. "De meesten van hen zijn het wandelen gewend, één doet al voor de 69ste keer mee, een ander voor de 68ste keer." Daarnaast doet ze langlopend onderzoek, onder meer naar het hart. "Er zijn drie risico's: oververhitting, uitdrogen en het hart. We weten inmiddels dat de temperatuur van de lopers gemiddeld een graad stijgt, van 37,5 naar 38,5 Celcius. Dat is niet zorgelijk. Wel zorgwekkend is dat lopers veel te weinig drinken. Een op de vijf heeft last van uitdroging."

Eigenlijk is het raar dat er zo weinig mensen overlijden, constateert Hopman. "Bij hardloopwedstrijden overlijdt 1 op de 100.000, dat weten we. We weten ook dat Vierdaagselopers veel bewegen en het hele jaar gezond eten, met veel groente en fruit. Maar naarmate het evenement groeit, verandert de groep, het zijn niet alleen jonge, vitale deelnemers, allerlei mensen doen mee. Wat gebeurt er nadat iemand is uitgevallen? Of een week later, als een deelnemer weer thuis is?"

Honderd of niet?
Zeven jaar geleden vierde Nijmegen al een bescheiden feestje, omdat honderd jaar eerder de eerste Vierdaagse werd gelopen. De stad was toen slechts doorkomstplaats. De deelnemers gingen in vijftien verschillende steden van start, maar niet in Nijmegen. Dat gebeurde voor het eerst in 1912 en pas vanaf 1925 is Nijmegen officieel de enige start- en finishplaats.

Wegens mobilisatie kon in 1914 en 1915 niet worden gelopen. Omdat Nederland buiten de Eerste Wereldoorlog bleef, maar het leger fit moest blijven, liepen soldaten vanaf 1916 juist weer wel de Vierdaagse.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog lag de Vierdaagse vijf jaar stil, al was er in 1940 wel een aangepast programma, met kortere afstanden in de avond, waarmee de basis werd gelegd voor de Avondvierdaagse die nu door heel het land wordt gelopen.

Deelnemende militaire groepen bivakkeren vanaf 1970 op het landgoed Heumensoord. In hetzelfde jaar begonnen de Zomerfeesten, inmiddels omgedoopt tot Vierdaagsefeesten. Met meer dan 1,5 miljoen bezoekers is het een van de grootste evenementen van Nederland.

Aan de honderdste Vierdaagse kunnen meer wandelaars deelnemen dan ooit tevoren. Er zijn dit jaar 50.000 plaatsen, maar ruim 1000 mensen hebben hun inschrijving al geannuleerd. Hoeveel er werkelijk lopen blijkt pas dinsdagochtend; de stand is nu 48.986 lopers.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden