De vier Spinoza's komen van twee universiteiten

spinozapremie | Vier wetenschappers kregen gisteren een Spinozapremie, de belangrijkste wetenschapsprijs van Nederland. Een historicus, en chemicus, een natuurkundige en een immunoloog. Ditmaal vielen de prijzen op slechts twee universiteiten: Groningen en Nijmegen.

Hij was een fanatiek vogelaar, die bioloog wilde worden. Maar hij kwam terecht in de handgeschreven teksten van middeleeuwse denkers, en maakte van de geschiedenis van de filosofie zijn vak.

Je moet daarvoor zitvlees hebben, uitstekende kennis van Latijn en Grieks, en veel geduld. Maar dan kun je prachtige ontdekkingen doen in die middeleeuwse handschriften, zegt Lodi Nauta. De Groningse hoogleraar wist eerder al grote onderzoekssubsidies binnen te halen bij NWO, en wordt nu op 49-jarige leeftijd geëerd met een Spinozapremie. Laten we die onderscheiding interpreteren als een blijk van waardering, niet alleen voor Nauta's eigen wetenschappelijke kwaliteiten, maar ook voor de klassieke humaniora. Want makkelijk hebben die geesteswetenschappen het niet. In Nederland en in Europa gaan de bakken met geld naar de wetenschappen die beloven de grote maatschappelijke problemen op te lossen, de problemen van klimaat, duurzame ontwikkeling, vergrijzing en gezondheid.

Normen en waarden

Maar kennis van de geschiedenis en van de ontwikkeling van het denken over lichaam en geest, geloof en rede, normen en waarden is van levensbelang voor een samenleving, zegt Nauta. En er is brede publieke belangstelling voor, zeker nu het tijdperk van kerkelijke en politieke zuilen is afgesloten. "Mensen stellen zich vragen die verder strekken dan het hier en nu. De ontwikkelingen van de afgelopen decennia dwingen ook tot die reflectie op normen en waarden. Neem alleen al de discussie over de Europese eenwording, een project dat is gebouwd op de waarden van Verlichting en Renaissance."

Die Renaissance heeft Nauta's bijzondere belangstelling, de periode die het einde markeert van de Middeleeuwen, en de opkomst van het humanisme. Nauta: "Zo'n periode van onttakeling van een oud wereldbeeld en de opbouw van een nieuw wereldbeeld, kan me enorm boeien." Met hun strijd voor herwaardering van de Klassieke Oudheid leverden de humanisten van de Renaissance fundamentele kritiek op de middeleeuwse denkers, zegt Nauta. "De humanisten zeiden in feite: 'Jullie hebben de klassieke taal, het Latijn, verkracht'. Zij vonden de middeleeuwse denkers abstracte filosofen die een potjeslatijn bezigden. De denkers van de Renaissance streefden naar een herwaardering van de retorica en vonden dat je in dat mooie, klassiek Latijns moest filosoferen. Want, zeiden ze, de taal die je bezigt kleurt je beeld van de werkelijkheid."

Technische taal

Die stelling is onder taalwetenschappers omstreden, ook nu nog. Maar dat taal invloed heeft op je wereldbeeld staat wel vast, zegt Nauta: "De humanisten verweten de middeleeuwse denkers dat ze de werkelijkheid probeerden te vatten in technische taal, in jargon. Dat doen we nog steeds. We hebben een neiging tot theoretiseren en abstraheren, we maken jargon. Artsen doen het, juristen ook, ambtenaren. En je ziet ook steeds een weerstand tegen die ontwikkeling. Want jargon gaat een eigen leven leiden, waardoor men het zicht op de werkelijkheid verliest. Die voortdurende spanning tussen theorie, technische taal, en de kritiek daarop, vind ik fascinerend."

Een klein deel van zijn Spinozapremie zou Nauta best willen besteden aan een project over jargon. "Niet alleen historici; je kunt daar allerlei disciplines bij halen. We zouden een conferentie kunnen organiseren over wat jargon doet met je beeld van de werkelijkheid."

Het grootste deel van zijn prijs zal Nauta inzetten om jonge onderzoekers aan het werk te zetten. "Ik ben niet iemand die zelf school maakt. Ik vind het mooi om jonge mensen te begeleiden en te inspireren", zegt hij, geheel in de geest van zijn leermeester John North, de Britse historicus die hem op het pad naar de Middeleeuwen bracht. Nauta promoveerde op een studie naar Boëthius, de laat-Romeinse filosoof, die in de gevangenis zijn 'Over de vertroosting van de filosofie' schreef. "Wachtend op zijn dood zoekt Boëthius daarin troost bij vrouwe Philosophia en krijgt hij inzicht in het ware geluk. Ik heb onderzocht hoe die tekst in de loop van geschiedenis is gelezen en mensen heeft geïnspireerd." Want daarin zit een evolutie, zegt Nauta: "Zoals met alle grote teksten; ieder tijdperk geeft er zijn eigen betekenis aan."

Wilhelm Huck, chemicus

Je begrijpt het pas, als je het hebt nagebouwd.' Dat is het motto van Wilhelm Huck (1970), hoogleraar chemie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. En Huck heeft het dan over de cel, de bouwsteen van levende organismen.

Doel van de onderzoeksgroep die Huck in Nijmegen leidt, is het bouwen van cellen uit het niets, zonder leentjebuur te spelen bij de natuur. Huck stapte in 2010 over van de Universiteit van Cambridge naar Nijmegen om daar aan synthetische cellen te gaan werken.

De cel is een complex geheel met verschillende onderdelen en compartimenten, waarin tal van chemische reacties plaatsvinden, waaronder de synthese van reeksen eiwitten. Onder leiding van Huck werd onder meer ontrafeld hoe die compacte chemische reactor weet te voorkomen dat eiwitten gaan klonteren, want dat zou voor de levende cel dodelijk zijn.

Dit fundamentele onderzoek is onderdeel van een groot, door de overheid gesubsidieerd programma, waaraan ook de universiteiten in Groningen, Eindhoven en Delft deelnemen. Huck wordt gezien als leider op dit onderzoeksterrein. Hij kreeg eerder omvangrijke, persoonsgebonden subsidies van de nationale onderzoeksfinancier NWO (2011) en van de European Research Council van de EU (2010).

Huck werd in 2012 verkozen tot lid van de KNAW en geeft in zijn vrije tijd graag les op basisscholen.

Bart van Wees, fysicus

Elektronen zijn de werkpaarden van deze tijd. Met hun lading zetten ze machines in beweging en laten ze computers rekenen. Maar elektronen hebben meer eigenschappen dan alleen lading. Zo hebben ze ook spin, een soort van tolbeweging. Die spin kun je gebruiken om bijvoorbeeld informatie op te slaan. Spintronica heet dit vakgebied en Bart van Wees (Nootdorp, 1961), hoogleraar technische natuurkunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, geldt daarin als een vooraanstaand expert. Van Wees liet onder andere zien hoe je de spin van elektronen in een instrument kunt inbrengen, hoe je die kunt manipuleren en verplaatsen.

De spintronica maakte een sprong voorwaarts met de ontdekking van grafeen. Dit materiaal, dat bestaat uit een enkele laag koolstofatomen, werd tien jaar geleden voor het eerst gemaakt en bleek bijzondere eigenschappen te hebben. Het is zeer sterk en geleidt stroom en warmte uitstekend. Van Wees ontdekte dat in grafeen de spin van elektronen ongestraft over grote afstanden kan worden verplaatst.

In hun rapport zeggen referenten dat de spintronica zonder Van Wees zeker vijf jaar zou hebben achtergelopen. "Zijn werk zou toepassingen in de consumentenelektronica kunnen hebben. Misschien luidt het wel het begin in van een nieuwe quantumrevolutie."

Van Wees werd in 2009 verkozen tot lid van de KNAW.

Mihai Netea, immunoloog

Zijn rijzende ster begon op te vallen. Met zijn onderzoek naar het immuunsysteem haalde hij dit jaar twee keer het gerenommeerde Science. Maar zijn naam stond vorige maand ook boven een artikel over de zwerftochten van Homo sapiens. Op hetzelfde moment maakte de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) bekend dat ze hem had gekozen tot lid.

En nu krijgt Mihai Netea (Cluj-Napoca, Roemenië, 1968), hoogleraar experimentele interne geneeskunde aan de Radboud Universiteit en het Radboudumc in Nijmegen, de hoogste individuele onderzoeksbeurs.

Lerende afweer

"Dit is het perfecte moment voor een stimulans als de Spinozapremie", staat in het rapport van de referenten. "Zijn wetenschappelijke carrière bevindt zich in een zeer actieve en dynamische fase." Zelf ziet hij die culminatie als een toevalligheid én als het resultaat van samenwerkingsverbanden. Bescheiden neemt hij de felicitaties in ontvangst en begint over zijn hoofdonderzoek, de lerende afweer.

Daarbij draait het om de vraag hoe het lichaam vijandige micro-organismes herkent en hoe het daarop reageert. "Wij werken veel aan de afweer tegen schimmels en daarbij letten we vooral op de relatie tussen het aangeboren en het verworven immuunsysteem. Een belangrijke vraag daarbij is: wat gebeurt er in de eerste uren na een infectie? Eerst komt de aangeboren afweer in actie die de indringer met algemene middelen bestrijdt. Meestal is die tegenaanval voldoende, maar soms moet het verworven immuunsysteem worden ingezet dat de micro-organismes met specifieke middelen bestrijdt."

Die verworven afweer heeft een geheugen, waardoor het systeem bij een volgende aanval veel sneller en effectiever in actie kan komen. Een eigenschap waarvan met vaccinaties gebruik wordt gemaakt. "Men dacht altijd dat alleen de verworven afweer een geheugen heeft, maar wij ontdekten dat ook de aangeboren afweer een geheugen heeft."

Vaccins

Dat leervermogen speelt zich af op het niveau van het DNA, legt hij uit. "Na een eerste infectie of vaccinatie wordt het DNA in de kern van een immuuncel minder strak gevouwen waardoor het makkelijker de eiwitten kan maken die nodig zijn voor de afweer. Wij proberen deze eigenschap te gebruiken om vaccins zo te verbeteren dat ze effectiever zijn, door het geheugen van de verworven afweer te combineren met het geheugen van het aangeboren deel."

De Spinozapremie stelt hem in staat dit mechanisme verder in detail te bestuderen. "Het beperkt zich niet tot het laboratorium. Met dit geld kan ik ook klinische studies opzetten om te zien hoe onze ideeën bij mensen uitwerken." Daarbij gaat het vooral om combinatievaccins. "Welke cocktail werkt het beste? Maar ook: spelen deze mechanismes ook een rol in andere ziektes zoals een ontstekingsreactie of een auto-immuunziekte?"

Moedercontinent

Dan dringt de vraag zich op: hoe raakt een wetenschapper die zo verdiept is in de interne geneeskunde, betrokken bij een studie naar Homo sapiens? En staat zijn naam boven een artikel waarin wordt aangetoond dat de vroege mens, na zijn exodus uit Afrika, 40.000 jaar geleden is teruggekeerd naar het moedercontinent?

Zo groot is die stap niet, zegt hij. "Bij de vraag hoe het DNA heeft geleerd van infecties is het interessant om vergelijkingen te maken tussen populaties. En om te bekijken hoe het DNA in 40.000 jaar is geëvolueerd."

"Wij zijn beter beschermd tegen moderne infecties dan de vroege mens omdat we met veel ziekteverwekkers contact hebben gehad. De overgang naar de landbouw is daarbij een belangrijke factor. Toen de mens dieren ging houden, heeft hij daarvan ook veel infecties overgenomen waarmee de vroege jager-verzamelaar nooit in aanraking is geweest."

"Of neem de Europeanen. Ons immuunsysteem is in de loop der eeuwen flink geëvolueerd waardoor wij veel beter bestand zijn tegen infecties. Toen de Europeanen in Amerika kwamen, hebben ze meer doden veroorzaakt door de ziekteverwekkers die ze meebrachten dan door hun gewelddadige veroveringen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden