De vier gezichten van Donald Trump

Is Donald Trump een fascist, of een narcist? Na een klein jaar campagnevoeren - morgen zijn er weer belangrijke voorverkiezingen - heeft de Amerikaanse politiek nog steeds geen vat op hem. Hij lijkt op weg naar de Republikeinse nominatie voor het presidentschap. Met wie is Trump te vergelijken?

Donald Bunker

Hij geeft niet af op Poolse Amerikanen, maar wel op moslims en latino's. Hij woont bepaald niet in een eenvoudig rijtjeshuis in Queens, maar heeft aan die hoek van New York wel zijn accent overgehouden. En als een vrouw het in het openbaar beter weet dan hij - een journaliste van Fox News bijvoorbeeld - dan moet ze het bezuren. In veel opzichten is Donald Trump sprekend dat tv-personage uit de jaren zeventig: Archie Bunker.

Tijdens massa-bijeenkomsten speelt hij die rol met overgave. Voor hem geen zorgvuldig opgebouwde stump speech met een aai voor elke subgroep waar hij de stemmen van hoopt te krijgen, en ingebakken pauzes voor het applaus.

Als Trump een zaal toespreekt, klinkt het alsof hij in zijn luie stoel hangt, met net genoeg biertjes op om te durven zeggen wat hij denkt. Over wat er mis is met Amerika en hoe je dat makkelijk kan oplossen, als de politiek maar even opzij wil gaan.

Dat spreekt veel Republikeinse Amerikanen aan, en dan vooral diegenen die lijken op Archie Bunker: blank, geen hogere beroepsopleiding, geen topsalaris, niet meer de jongste, geen illusies meer over hun eigen toekomst, en tot hun schrik ook niet over die van hun kinderen of over Amerika.

Zo somber was Archie Bunker zelf eigenlijk nog niet eens. Achteraf gezien leerden we hem en zijn Edith kennen tijdens hun beste jaren. Halverwege de vorige eeuw steeg de koopkracht van de middenklasse gestaag, de top werd bereikt in 1973 en daarna volgde een lange periode waarin die koopkracht afnam of fluctueerde.

De grote belofte, de religie bijna, van Amerika, dat je met hard werken een comfortabel leven kunt leiden, en dat je kinderen het beter zullen krijgen dan jijzelf, wordt al twee generaties niet ingelost.

Wie zijn schuld is dat? Trump weet het wel: van China, Japan, Mexico, landen die hun munt veel te goedkoop maken, waardoor een beetje zakenman - hijzelf net zo goed - gedwongen is om zijn spullen daar te laten maken in plaats van in Amerika. En van de politiek, die het liet gebeuren.

Buitenstaanders zijn altijd een makkelijke zondebok. Archie Bunker mopperde - in politiek heel incorrecte bewoordingen - op alles wat niet spoorde met het Amerika waar hij in had leren geloven: katholieken, Joden, homo's. Maar eerlijk is eerlijk, als hij zulke mensen leerde kennen, smolt zijn weerzin.

In zijn allereerste toespraak als presidentskandidaat leek Trump diezelfde hink-stap-sprong te maken toen hij zijn beruchte en toonzettende uitspraak deed over Mexicanen die zonder veel tegenspel de grens over stromen.

"Mexico stuurt niet zijn beste mensen. Ze sturen mensen met veel problemen, ze nemen drugs mee, ze nemen misdaad mee. Het zijn verkrachters. En sommigen, neem ik aan, zijn goede mensen."

Het was een laagje vernis over de valsheid. Precies andersom, bij nader inzien, als bij Archie.

Alles behalve Obama

Stel, we krijgen een president Trump. Wat zegt dat over Amerika? Misschien alleen maar dat het land even niet meer iemand wilde die lijkt op Barack Obama. Net zoals het na George W. Bush juist wel hunkerde naar iemand als hij.

In 2006 legde politiek adviseur David Axelrod dat aan Obama uit, toen die erover dacht zich kandidaat te stellen. En in januari schreef hij het nog eens op in de New York Times. "Het komt hierop neer. Presidentsverkiezingen waarbij de zittende president niet herkiesbaar is, worden beïnvloed door ideeën over de stijl en persoonlijkheid van de vertrekkende president. Kiezers willen zelden een kopie van wat ze hadden. Ze zoeken bijna altijd een tegenwicht, een kandidaat die de kwaliteiten heeft die ze in het afscheid nemende staatshoofd missen."

Ga maar na: Dwight D. Eisenhower, een 'slaperige opa-figuur', aldus Axelrod, werd opgevolgd door de jonge en energieke John F. Kennedy. Na de schandalen van Watergate onder Nixon kregen we de superfatsoenlijke Jimmy Carter. En Obama was een kansrijke kandidaat omdat hij totaal niet leek op George W. Bush, en tegen de Irak-oorlog was geweest.

Nu is Obama's tijdperk bijna voorbij. En achteraf kan Axelrod zich wel voor zijn kop slaan dat hij het niet eerder heeft zien aankomen. Als het land echt een totaal andere president wil dan een beschaafde, bedachtzame, belezen, op de grondwet gespecialiseerde jurist, als het uitgekeken is op diplomatie, op genuanceerde reacties op terreurdaden en schietpartijen, als het geen geduld meer heeft met Obama's geduld, wie kan het dan beter kiezen dan Donald J. Trump?

Donald Eisenhower

Gebruikers van Amerikaanse snelwegen worden nog regelmatig aan hem herinnerd: 'Eisenhower Interstate System' staat op blauwe borden na de opritten te lezen. De eerste na-oorlogse Republikeinse president had als zegevierend generaal in Europa het Duitse netwerk van Autobahnen leren kennen en zorgde ervoor dat zoiets ook in de VS ontstond.

Donald Trump is misschien een tweede Eisenhower. Hij wil ook president worden na succes en roem te hebben vergaard op een heel ander terrein. En hij pleit vurig voor het opknappen van de steeds armoediger ogende Amerikaanse snelwegen, de vele op instorten staande bruggen en de vliegvelden die hem eerder aan de derde wereld dan aan het beste land van de wereld doen denken.

Maar met die opvatting ben je bij de huidige Republikeinse partij aan het verkeerde adres. Tot ontzetting van de gevestigde orde wil Trump bovendien niet alleen als het gaat om infrastructuur maar ook bij de sociale voorzieningen de staat een belangrijke rol laten spelen.

Die gevestigde orde probeert hem verwoed van een nominatie af te houden, desnoods door Ted Cruz te steunen, een impopulaire senator, maar wel de enige andere kandidaat die in de voorverkiezingen nog wel eens iets wint. Collega-senator Lindsey Graham zei een maand geleden nog dat kiezen tussen die twee was alsof je mocht zeggen of je vergiftigd of doodgeschoten wilde worden. Nu noemt hij Trump een 'indringer', en Cruz is dat tenminste niet: "Ted en ik horen bij dezelfde partij."

Wat 'Republikeins' is, daar kun je blijkbaar over twisten. Sterker nog, de Republikeinse partij staat mogelijk voor een machtsstrijd zoals die werd uitgevochten op de conventie van 1952, schreef historica Heather Cox Richardson onlangs op de website Salon. Het ging toen tussen de conservatieve senator Robert Taft en de gematigde niet-politicus Dwight D. Eisenhower. De inzet was, in hoeverre de partij zich moest neerleggen bij het Amerika zoals dat uit economische crisis van 1929 was gekomen, met de sociale voorzieningen van Franklin Roosevelt's 'New Deal'.

De conservatieven vonden het on-Amerikaans dat de overheid zoveel geld te besteden had - daar konden ondernemers veel nuttiger dingen mee doen. De gematigden zagen er wel goede kanten aan: "Als iets moet worden gedaan om aan de behoeften van het volk tegemoet te komen, en niemand anders kan het doen", zei Eisenhower, "dan is het terecht dat de federale overheid dat doet."

Eisenhower won de nominatie en het presidentschap. Maar de conservatieven legden zich niet bij hun nederlaag neer. In de jaren daarna wisten ze van de Republikeinen steeds meer de partij te maken van de lage belastingen en de kleine overheid. In 2013 brachten de Republikeinen in het Congres zelfs de federale overheid tot stilstand in een poging een nieuw overheidsprogramma, Obamacare, de nek om te draaien. Drijvende kracht daarachter: Ted Cruz.

Als Trump de nominatie in handen krijgt, treedt hij in Eisenhowers voetsporen en dwingt hij, gesteund door miljoenen kiezers, de Republikeinen terug naar het politieke midden. Maar het verzet zal enorm zijn. In 1952 gingen afgevaardigden tijdens de conventie op de vuist.

Benito Trump

Donald Trump vroeg het, en duizenden armen gingen omhoog.

"Kan ik een gelofte krijgen, een eed?" had de kandidaat gevraagd. "Ik zweer plechtig dat ik, hoe ik me ook voel, wat ook de omstandigheden, ook al komt er een orkaan of wat dan ook, ga stemmen, op Donald J. Trump als president!"

Ze zwoeren het.

Het was niet zo unisono en bondig als het 'Sieg Heil!' dat ruim tachtig jaar geleden in Duitsland begon te klinken. Daarvoor was de eed te lang en houterig geformuleerd. Amerikaanse media noteerden ook netjes dat Trump zijn geheven rechterarm niet gestrekt hield.

Maar naar foto's van het gebeuren kon je, zo zonder het geluid erbij, toch lang kijken en heel ongerust worden. En dat werd je ook als je Trump hoorde zeggen dat verstoorders van zijn bijeenkomsten 'in de goede oude tijd in elkaar geslagen zouden zijn'. Waarna er klappen vielen.

Trump met Hitler vergelijken of - iets vriendelijker - Mussolini, gebeurt niet meer alleen in de overspannen reacties onder de politieke analyses. Het is overgesprongen naar die analyses zelf.

Bij politiek redacteur Jamelle Bouie van website Slate kwam eind november het hoge woord eruit: Trump is een fascist.

Pas de criteria maar op hem toe, schreef hij, die Umberto Eco in 1995 formuleerde in The New York Review of Books. Die had ze daar in Italië nog meegemaakt, de types die actie belangrijker vonden dan nadenken, die 'anders' zijn automatisch als 'minder' beoordeelden en daarmee een gefrustreerde middenklasse aan hun kant kregen. Die minachting koesterden voor zoiets vermolmds als een parlement. Die Italië weer groots wilden maken.

Van Trump zullen er geen voorstellen komen voor het uitmoorden van de bevolkingsgroepen waar zijn aanhangers een hekel aan hebben of bang voor zijn. Maar ze moeten wel aangepakt: illegale immigranten gaan eruit. En islamitische medeburgers moeten in de gaten worden gehouden.

Dat is in strijd met de consensus in Amerika - althans in het Amerika van de reguliere politici en opinieleiders van links tot rechts - dat de overheid zich niet bemoeit met de religie van zijn burgers. En dat het verwijderen uit de samenleving van 11 miljoen mensen zonder verblijfspapieren juridisch wel kan, maar menselijk en praktisch gezien eigenlijk niet, als je geen politiestaat wilt.

Die consensus zegt: het volk, de staat, kunnen wel zo veel willen, maar vaak kan het gewoon niet, of is het strijdig met alle fatsoen, met de beschaving.

Hoezeer Trump daar anders over denkt, werd begin deze maand duidelijk in een interview met John Dickerson van tv-netwerk CBS. Het ging over het martelen van terreurverdachten, dat Trump weer wettelijk mogelijk wil maken. Waarom denkt hij dat we nu niet waterboarden, vroeg Dickerson hem. "Omdat we zwak zijn, zwak en ineffectief geworden." Is het hebben van regels niet wat ons onderscheidt van de wilden? "We moeten de wilden verslaan." Door zelf wilden te worden? "Nee, wel... je moet het spel spelen zoals zij het spelen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden