De vier Evangelisten

Hoe vertel je het verhaal van het lijden van Christus? Dat is de vraag aan vier tenoren uit verschillende landen die deze weken door Nederland reizen als evangelist in Bachs Matthäuspassion. 'Het antwoord staat altijd in de noten.'

Hoeveel vrijheid krijgen ze van dirigenten? Zing je theatraal, of hou je je juist in uit piëteit met het gegeven? Waar zitten de grootste hobbels in de lange partij en naar welke aria kijken ze uit als ze zelf even niet hoeven te zingen? En helpt het als je zelf gelovig bent?

Evangelisten Bernard Loonen (Nederland), Benjamin Hulett (Engeland), Tilman Lichdi (Duitsland) en Robert Luts (België) proberen antwoorden te vinden en vertellen over hun verschillende ervaringen.

Bernard Loonen
"Mijn eerste evangelist was op de zaterdag voor Palmzondag 1988. In de Notre Dame in Parijs, met een koor uit Goes. En met Bernard Kruysen als Christus. Ik had geen routine, geen overzicht. Ik zou het nu vermoedelijk wel uit mijn hoofd kunnen zingen, maar of ik het ook durf? Ik schrik nog weleens als ik de lappen tekst in een tekstboekje zie staan; het zijn echt heel veel woorden die je te zingen hebt.

"Toen ik nog bij het koor van het Concertgebouworkest zong, mocht ik bij de repetities van Nikolaus Harnoncourt de evangelist zingen. Ik heb de Matthäuspassion dus van binnenuit leren kennen, en ben nu in mijn 26ste evangelisten-seizoen. Ik heb nooit met dirigenten in de clinch gelegen, voel me vrij in mijn interpretatie.

"Er moet bij een evangelist geen wierook uit de oren komen, elke keer als hij de naam van Jezus noemt. Schijnheiligheid is het ergste dat dit stuk kan overkomen. Als katholiek van huis uit, heb ik een hang naar theater. Dit is voor mij een Shakespeare-achtig drama, een verhaal over iemand die buiten de groep wordt gezet. Je kunt het verhaal niet als een journaallezer vertellen, zo staat het niet in de noten. Je kunt niet alle noten zingen alsof het een Schubert-lied is. Je moet voor jezelf besluiten wanneer vertel ik, wanneer zing ik. Het antwoord staat altijd in de noten.

"Angstmomenten zitten er voor mij niet in. De partij zit helemaal in mijn stem, er is zelfs geen partij waarin ik me meer op mijn gemak voel dan de Matthäus-evangelist. Je bent helemaal alleen de baas, je kunt pauzes zo lang maken als jij wilt. De schitterende aria 'Aus Liebe' zit tussen al dat geroep om Christus te kruisigen in. Na dat magische moment komt de evangelist met: 'Sie schrieen aber noch mehr'. Het is haast sadistisch om daar in te breken, en je moet dat daar ook niet met je mooiste klank doen. Je moet met een donderstem de sfeer verbrijzelen.

"De mooiste aria vind ik 'Können Tränen'. En 'Komm, süßes Kreuz' in de luitversie doet mij altijd verlangen naar de fluwelen klank van Bing Crosby. Het mooiste stuk dat ik mag zingen komt na 'Sehet Jesu hat die Hand', de inleiding tot de laatste schreeuw en adem."

Benjamin Hulett
"Mijn eerste contact met de Matthäus-evangelist was een ramp. Bij het Bach Choir London zong ik de aria's, James Gilchrist de evangelist. Die kon op een gegeven moment niet meer verder en vroeg mij over te nemen. De Johannes-evangelist had ik al gedaan, maar deze nog nooit. Dat ging dus niet. Toen besloot ik om rond de Paastijd de evangelist als focus te nemen en geen andere contracten aan te gaan.

"Mijn eerste echte ervaring was in 2012 bij de Nederlandse Bachvereniging. Er waren dertien uitvoeringen, dus het voelt nu wel heel comfortabel.

We hebben in Engeland beroemde evangelisten gehad, van wie Anthony Rolfe Johnson mijn absolute favoriet is. De partij wordt nu vaker dramatischer gezongen dan vroeger. Volgens mij komt dat omdat er bijna geen echte concertzangers meer zijn; iedereen zingt tegenwoordig ook opera. Dat is goed. Ik wil als evangelist zelf deelnemen aan het verhaal, geen buitenstaander zijn. De partij moet het midden houden tussen een priester en een acteur. Het is gevaarlijk om te ver te gaan in beide richtingen.

"Het eerste recitatief is eigenlijk het lastigste. Het is kort en simpel, maar een tenor heeft al snel de neiging om daar een statement te maken: hier is mijn stem! Maar direct daarna komt Christus, en die heeft daar het belangrijkste te zeggen. Ik heb op die paar noten heel lang gewerkt met dirigent Jos van Veldhoven. Dat eerste recitatief moet een soort van bleekblauw zijn. Van daaruit kun je naar andere kleuren als roze en oranje toewerken.

"Bach heeft de laatste twee recitatieven het langst gemaakt. Dan ben je behoorlijk vermoeid. Bij het eerste van de twee heb ik in mijn partituur 'voorlaatste' gezet. Dan weet ik dat ik er bijna ben. Het mooist vind ik de aria 'Erbarme dich', altijd weer. Het is één van die momenten waarop het lastig is om niet te geloven in God. "Ik ben praktiserend christen, zoals velen met twijfels. Maar als ik daar dan sta in die kerk in Naarden, met die gewijde sfeer, dan zijn die twijfels wel minder.

Ik denk niet dat het je interpretatie helpt als je gelovig bent. Je vertelt een verhaal over vervolging, liefde en verraad. Dat is niet per se religieus, maar menselijk.

Dat raakt me. Ik ben het instrument van Bach en niet van God."

Tilman Lichdi
"Mijn eerste Evangelist was die in de Johannes-passion in 2001 een jaar later gevolgd door die in de Matthäus. Allebei in Saarbrücken. Ik kom niet uit een koortraditie, ben nooit lid van een koor geweest. Ik behoor tot de Evangelische Freikirche en dat zijn meestal kleine gemeenten zonder cantoren. Ik studeerde eerst trompet en ging pas later zingen. Ik leerde de passies dus redelijk laat kennen, en ken ze niet - zoals mijn collega's hier waarschijnlijk wel - als koorlid.

"Ik ben gelovig, maar of dat mijn interpretatie helpt dat zou ik niet kunnen zeggen. Ik kan het omgekeerde niet beoordelen. Of je een individualistische partij kunt zingen, hangt met je persoonlijkheid samen, maar ik denk wel dat ik door mijn geloof een andere toegang tot het werk heb.

"Met mijn interpretatie kan ik doen wat ik wil, daar heeft een dirigent maar weinig invloed op. Ton Koopman, wiens continuospel ongelooflijk knap is, laat mij erg vrij, hij heeft af en toe wat muziektechnische adviezen. Heel soms vraagt hij of een bepaalde passage iets minder kitscherig kan. Aan bepaalde details kun je steeds blijven werken. Omdat je persoonlijkheid met de jaren groeit, ga je steeds meer zachte passages inbouwen, meer accenten en pauzes aanbrengen in de hoop dat de toehoorders sommige teksten nog beter meekrijgen.

"De evangelist is geen outsider. Bach schreef prachtige melodieën voor hem. Daarom maakt hij onderdeel uit van het geheel. Het is een lange partij ja, je moet er goed voor trainen. De recitatieven met veel nuances zijn eigenlijk veel moeilijker dan de dramatische. De serene stemming van het koor 'Wahrlich, dieser ist Gottes Sohn gewesen' moet je als evangelist voorbereiden. En ook het recitatief erna mag de gewijde sfeer niet bederven. Mijn favoriete stukken zijn de aria 'Aus Liebe', het begin- en het slotkoor en vooral de zachte koralen."

Robert Luts
"Ik was negentien jaar, studeerde in Leuven en het jaarlijkse project was de Matthäuspassion. Ik was koorzanger en het geheel maakte een diepe, emotionele indruk op mij. Het persoonlijk leed dat mij op jonge leeftijd al overkwam, maakte dat ik me vereenzelvigde met het lijden van Christus. Dat is in al die jaren nooit verdwenen. De Matthäuspassion is de rode draad in mijn leven - het grootste, meest magistrale werk uit de geschiedenis.

"Mijn eerste keer als evangelist was een nog diepere ervaring. Het was twintig jaar geleden in Maastricht, en ik zong twee uitvoeringen op één dag. Om mezelf te sparen besloot ik om die middag als een koele verslaggever te zingen en 's avonds als gevoelsgeladen betrokkene. Ik wist toen meteen dat er maar één manier bestaat. Je moet een betrokken partij zijn, dat was Mattheus zelf ook.

"Twee keer de Matthäus op een dag zingen kan - ik doe het nu bij Pieter Jan Leusink ook. Natuurlijk is het zwaar, maar Bach bouwt het zo mooi op dat er bijna geen vermoeidheid optreedt. Leusink dirigeert vanuit zijn buik. Je voelt hoe hij het wil hebben, maar in specifieke woorden heeft hij het nog nooit uitgelegd. De partij is gigantisch moeilijk.

Voor mij is vooral het begin van het tweede deel angstaanjagend; bij dat eerste recitatief, als je de boel weer in gang zet, realiseer ik me dat het zwaarste gedeelte nog moet komen. Twee keer komt de zin 'Jesus sprach zu ihn' in de passie voor, maar op een andere melodie. Daar moet ik altijd goed oppassen dat ik de goede harmonieën zing.

"Het meest indringende moment, ook als je - net als ik nu - de passie 24 keer achter elkaar zingt, is 'Wahrlich, dieser ist Gottes Sohn gewesen'. Die magnifieke schoonheid. Christus is gestorven en ik blijf dan altijd stil rechtop staan, denkend aan het moment wanneer het ooit mijn tijd zal zijn. En kort daarvóór zit het wonderschone koraal 'Wenn ich einmal soll scheiden'.

"Ik geloof in de figuur van Jezus, maar de kerk als instituut dat is wat anders. De inhoud van wat de evangelist zegt is van alle tijden. In elk mensenleven is er pijn, lijden, leugen en huichelarij. Vele niet-gelovigen kunnen daarom tot in het diepst van hun ziel geraakt worden. Er gaat een enorme troostende kracht van dit werk uit, daarvoor hoef je niet gelovig te zijn."

Tilman Lichdi met het Amsterdam Baroque Orchestra & Choir olv Ton Koopman.

www.amsterdambaroque.nl

Bernard Loonen met de philharmonie zuidnederland olv Paul Goodwin.

www.philharmoniezuidnederland.nl

Robert Luts met het Bach Orchestra & Choir of the Netherlands olv Pieter Jan Leusink.

www.pieterjanleusink.nl

Benjamin Hulett met de Nederlandse Bachvereniging olv Jos van Veldhoven.

www.bachvereniging.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden