Essay

De videoscheids sloopt het voetbal

De videoscheidsrechters voor de halve finale van de KNVB-beker  Beeld ANP
De videoscheidsrechters voor de halve finale van de KNVB-bekerBeeld ANP

Nu we ervaring hebben opgedaan met de videoscheidsrechter, maken Cyril Lansink en Jan Vorstenbosch de balans op. Hun conclusie: schaf ’m af.

Zondagmiddag 28 oktober. In de klassieker tussen Ajax en Feijenoord in de Arena stuurt scheidsrechter Björn Kuipers na advies van de Video Assisted Referee (VAR) Feijenoorder St. Juste uit het veld, nadat zijn gestrekte been Ajacied Tagliafico heeft geraakt. De wedstrijd is dan vijf minuten oud. Feijenoordtrainer Van Bronckhorst legt na afloop de schuld bij zijn eigen speler, en wijst niet naar de VAR. Dat siert hem. Anderen klagen achteraf wel. Voetbalfan en NRC-columnist Frits Abrahams vond dat hem een heerlijke wedstrijd is ontnomen door de fixatie op een ‘eerlijke’ wedstrijd.

Hoeveel er ook over VAR-beslissingen wordt nagepraat, zelden gaat het over de echte betekenis en de langetermijngevolgen van dit nieuwe fenomeen voor het voetbal zelf.

We hebben nu één WK en een paar maanden eredivisie het avontuur met het vangnet voor de veldscheidsrechter kunnen aankijken. Is de VAR onvermijdelijk in het terugdringen van scheidsrechterlijke blunders, draagt hij echt bij aan de eerlijkheid van de arbitrage? Of is het een duistere intrigant in een verhaal tussen twee teams dat - geleid door een scheidsrechter - tot nu toe in het zicht van iedereen zichzelf schreef?

In de kiem

Laten we nog eens terugkijken naar de eerste vijf minuten van de topper om dieper door te dringen in de verschillen tussen de werkwijze en taken van de VAR en die van de veldscheidsrechter. Vanaf de aftrap is duidelijk dat Feijenoord Ajax agressief en intimiderend bestrijdt. Een overtreding van Toornstra in de eerste minuut van de wedstrijd is daar het eerste bewijs van. Hij trapt de wegdraaiende Frenkie de Jong, het grote talent van Ajax, van achteren vol op de kuit. Kuipers trekt meteen geel: dit gedrag moet in de kiem gesmoord worden. De VAR grijpt niet in.

Toch was Toornstra’s actie gezien de situatie (aanval Ajax), de plek in het veld (de helft van Feyenoord) en omdat hij zijn schoen vol en bewust op de kuit van de tegenstander zette, veel laakbaarder dan die van St. Juste’s overtreding vier minuten later. Bij de laatste vond de botte ingreep plaats op de helft van Ajax en was de actie eerder een lompe en onhandige poging om een slecht gecontroleerde bal alsnog te spelen dan een directe en moedwillige actie om een tegenstander te intimideren dan wel te blesseren. Toornstra’s overtreding kwam eerder in aanmerking voor rood dan die van St. Juste.

De VAR besliste anders.

Geen dialoog

De straf die Kuipers als veldscheidsrechter in de eerste minuut uitdeelde aan Toornstra, kan worden uitgelegd als een ‘impliciete dialoog’ tussen spelers en scheidsrechter: zulke acties pik ik niet!

Kuipers zette die dialoog voort door ook aan St. Juste geel te geven, al was zijn overtreding eigenlijk minder erg dan die van Toornstra. Kuipers doet zijn werk in een ‘veld’ van permanente interactie met de spelers, waarbij emoties, reacties, de dynamiek en het verloop van de wedstrijd (de geest van het spel) een essentiële rol spelen in de manier waarop hij reageert. Tussen VAR en spelers in het veld is er echter helemaal geen dialoog.

In een interview in de Volkskrant zei scheidsrechter Makkelie over zijn rol als VAR: “In het veld ben je toch meer de manager.”

Het woord ‘manager’ is niet zo gelukkig, tenzij we het breed verstaan. De scheidsrechter is een spelbegeleider, een psycholoog, de moderator die het spel in goede banen leidt en vlot laat verlopen. Zo opgevat is Makkelie’s woordkeus veelzeggend. De VAR hoeft de sfeer in het veld niet aan te voelen en kán dat ook niet - hij is er immers niet bij, hij zit ver weg in Zeist, hoeft alleen maar de veldscheidsrechter in te fluisteren nog eens te gaan kijken en zijn beslissing te heroverwegen, draagt dus zelfs geen verantwoordelijkheid voor de uiteindelijke beslissing. Vervolgens kan de veldscheidsrechter met het bekende gebaar het pleit definitief beslechten.

Een-tweetje

Dat gebaar lokt inmiddels nauwelijks protest meer uit. Spelers en toeschouwers hebben immers geen herhaling gezien en de scheidsrechter benut het voordeel van die informatievoorsprong maximaal. Met het oog op het meteen smoren van discussie en gezeur over beslissingen, is het een-tweetje tussen video- en veldscheidsrechter een gouden greep.

De cruciale vraag is natuurlijk of de beslissing in tweede instantie beter is. Er zijn goede argumenten om daar in veel gevallen aan te twijfelen - zie de overtredingen van Toornstra en St. Juste die strikt genomen ook tot rood voor Toornstra én geel voor St. Juste hadden kunnen leiden - precies omgekeerd als in de wedstrijd dus. Blijkbaar was ook de VAR gevoelig voor de enormiteit van een rode kaart in de eerste minuut van een beladen wedstijd als Ajax-Feyenoord. Of was hij nog niet helemaal wakker?

Jan Vorstenbosch Beeld Bram Budel
Jan VorstenboschBeeld Bram Budel

De vergelijking tussen de twee overtredingen laat ook iets zien dat nog nauwelijks aan de orde komt: het niet-ingrijpen van de VAR bij al die spelmomenten die er wellicht ook om vroegen. De Italiaanse arbiter Collina, een onbetwiste autoriteit uit de scheidsrechtersgeschiedenis, vergat dit toen hij tijdens het WK 2018 op een persconferentie kwam vertellen dat 97 procent van de ingrepen van de VAR tot dan toe correct was geweest. Waren er dan helemaal geen momenten waarop de VAR ten onrechte niet ingreep?

Hij legde ook niet uit dat, en waarom, veel omstreden beslissingen gemakshalve als correct waren meegeteld. En hij verzuimde te melden dat de topscheidsrechters van de laatste decennia (onder wie hijzelf nota bene) al zo’n 90 procent correcte beslissingen scoorden en zelden blunders maakten.

Blinde vlek

Dergelijke kritiek wordt in het enthousiasme over de grotere ‘eerlijkheid’ die de VAR brengt, weggeredeneerd en tot blinde vlek gemaakt. En zo komen we in een cirkelredenering terecht: de VAR greep in, dus was het juist, en dus is het maar goed dat er een VAR is - een redenering die je steeds weer hoort van scheidsrechters, analisten en toeschouwers.

De discussie gaat vervolgens geheel en al over de juistheid van de in tweede instantie genomen beslissing van de veldscheidsrechter die zich naar de zijlijn heeft gespoed om nog eens te kijken. Soms is er niet zo veel voor nodig om te zien wat de beslissing had moeten zijn. Maar in de meeste discutabele situaties waarin de VAR mag ingrijpen (hands? strafschop? geel of rood?), is er ruimte voor interpretatie.

De second opinion van de veldscheidsrechter zal in veel gevallen sterk worden beïnvloed door de interventie van de VAR, ook al gaat het ogenschijnlijk om niet meer dan een vrijblijvend advies. Want het is natuurlijk uitgesloten dat een scheidsrechter de VAR-adviezen telkens naast zich neerlegt. Waarom schakel je anders technologie in?

Bovendien zal de second opinion ook worden beïnvloed door het feit dat de ‘actie’ geïsoleerd wordt van de situatie. Een uitgesneden beeld heeft in herhaling een ander effect dan de primaire waarneming, er is een sterke tendens om de focussen op de uiteindelijke clash tussen de lichamen (die al bekend is) en op het feit dat die veel grotere schade had kunnen aanrichten.

Niet beter

Het is begrijpelijk dat het scheidsrechtercorps de neuzen dezelfde kant op wil hebben. Maar door deze zich opdringende gelijkstelling van video-interpretatie en juiste beslissing wordt het paard achter de wagen gespannen. De videoscheids neemt namelijk vaak niet zozeer een betere beslissing (wat wel de claim is) maar een andere beslissing.

De VAR wordt geïnformeerd door beelden, en gemotiveerd door bepaalde overwegingen: de geïsoleerde situatie-actie van een paar seconden die kan worden vertraagd en herhaald en naast de instructies van hogerhand kan worden gelegd, zodat een ‘objectiever’ oordeel mogelijk is.

De vergelijking die we maakten van beide overtredingen in de klassieker maakt al duidelijk dat bij scheidsrechterlijke beslissingen ook andere zaken een rol kunnen spelen, bijvoorbeeld de sfeer van de wedstrijd, en of er bedenkelijke dan wel ongelukkige acties van spelers plaatsvinden. De ironie is dat Kuipers, niet de eerste de beste tenslotte, eigenlijk alles goed deed: twee keer geel, één voor een zware en één voor een domme overtreding in de eerste vijf minuten, Feyenoord gewaarschuwd, de wedstrijd nog intact. Alles in de geest van het spel. Totdat de VAR zich ermee ging bemoeien.

Intentie

Laten we nu eens kijken naar de intentie van de speler bij een overtreding. Dat die door de VAR minder belangrijk wordt, zien we ook bij handsballen in het strafschopgebied. Steeds meer wordt de plek waar hand of arm van de speler zich bevindt belangrijker geacht dan de vraag of de speler gericht de bal speelde of de handsbal had kunnen vermijden.

‘Intentie’ is een lastig begrip, het vraagt om interpretatie, en dus twijfel en onzekerheid, terwijl de VAR nu juist is ingevoerd om objectiever en eerlijker te oordelen.

Mettertijd zullen deze waarden, die nooit worden bevraagd, een bepaalde invulling krijgen. Met nieuwe regels moet de beeldinterpretatie eenduidiger en objectiever worden. Het spel komt onder een ander regime te staan: dat van een op lichamelijke bewegingen en de positie van ledematen gerichte beschrijving van de acties en interacties tussen spelers.

Cyril Lansink Beeld
Cyril Lansink

De zo bereikte zekerheid en eenduidigheid zal, en dat is erger, ook van de kant van de spelers een aanpassing vergen, zij zullen hun lichamen anders moeten inzetten, omzichtiger en minder spontaan, om situaties te vermijden waarin hun armen en handen ‘per ongeluk’ met de bal, of hun benen met die van een tegenspeler in contact komen. Hun besef van het spiedende oog van de VAR kan niet zonder gevolgen blijven voor hoe spelers gaan bewegen en dus voor het voetbal zelf.

De VAR is dan geen engelbewaarder meer van het zuivere en eerlijke voetbal, maar een gier die dreigend boven de stadions zweeft om toe te slaan wanneer hij iets gezien heeft dat de regels tart.

Een extra argument voor automatisering is dat de VAR niet in een split-second hoeft te beslissen. Maar de wedstrijd moet wel een vloeiend geheel blijven, dus heel lang mag het ook weer niet duren en snelheid is geboden. Ook dat kan ertoe leiden dat de regels veel sterker gaan definiëren hoe te kijken, terwijl de VAR tijdrovende, maar relevante informatie vanaf het veld en de veldscheidsrechter negeert. De neiging om de VAR en diens objectiverende regels verder te ontwikkelen, zal sterker worden. Al was het maar om een eind te maken aan verzuchtingen zoals die van PSV-trainer Van Bommel: “Je blijft ook bij de VAR afhankelijk van degene die kijkt.”

Objectiever, eerlijker en onpartijdiger

Johan Cruijff zei ooit over het mooie gecompliceerde en toch eenvoudige spel dat voetbal heet: “Je ziet het pas als je het doorhebt.” Voor de VAR en de videoreplay zal gelden: je hoeft het niet meer door te hebben, je hoeft alleen maar te kijken naar de beelden en de regels toe te passen.

Misschien dat over tien jaar ook dat kijken niet meer nodig is, omdat we dan algoritmen hebben die veel objectiever, eerlijker en onpartijdiger raakvlakken tussen bal, ledematen en lijnen kunnen waarnemen, en zo voor ons kunnen beslissen wat juist is. Dan zijn we voor eens en altijd verlost van die man in het zwart van wie spelers en coach nu nog afhankelijk zijn en op wie altijd wel wat aan te merken was.

Tenzij de wal het schip van de VAR keert.

Jan Vorstenbosch (1952) is filosoof en ethicus verbonden aan de Universiteit Utrecht Cyril Lansink (1963) is filosoof, freelance redacteur en sportliefhebber.

Lees ook:

Nu is de videoscheidsrechter zélf voer voor discussie

Hij zou het voetbal eerlijker moeten maken. Maar op de beslissingen van de videoscheidsrechter valt nog heel wat af te dingen.

Voor de scheidsrechters in het profvoetbal zou maar één cadeau gepast zijn

Een paar jaar geleden viel het me voor het eerst op. Ik zag mijn zoon, B-junior toen, na de wedstrijd naar de scheidsrechter lopen en hem een hand geven. Doe je dat altijd, vroeg ik hem. Ja, zei hij. Dat ik de vraag stelde, vond hij maar raar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden