De Victor en de Jozef als Jets en Sharks

Onkerkelijke filosofe Karin Melis wil binnenkort worden gedoopt in de rk kerk. Een verslag in afleveringen over uitzien naar tegen de berg op.

Pastoor André Goumans, mijn 4-jarige dochter die niet 'ingedoopt' wil worden en ikzelve, wij dwalen door de Sint Victorkerk die niet onze kerk is, maar waar wij wel de universele heilige katholieke kerk binnen zullen treden. De gewillige kosteres, kleurrijk sjaaltje met hoefijzer-opdruk losjes om de nek, toont ons dribbelend vooruitgaand haar vaders huis. Met het hoofd lichtelijk naar achteren geknikt, ten slotte komt al het goede van boven, lopen we rond als keuren we onze toekomstige woning.

Zal het wennen? Gaan we ons thuis voelen? Maar zo ligt het niet: wij zijn de gasten die onderdak zoeken omdat ons nabijgelegen vaders huis, je zou er een steen naar kunnen gooien, verbouwd wordt. God heeft vele woningen, dat blijkt. En al is André nu de eindverantwoordelijke van deze Victor-parochie sinds diens pater onlangs met pensioen ging en er al een even groot tekort is aan leraren als aan priesters (ra, ra, hoe kan dit), wij zijn degenen die ons zullen moeten voegen.

De Sint Victor is zondermeer statiger, dwingt meer ontzag af dan de stoere Sint Jozef met haar dofgroen puntige en vierkante dak waaronder zij de ruwe inborst van de timmerman weet te paren aan de elegantie van een eigenzinnige priester. Als ik het dorp nader kijk ik altijd uit naar dat dofgroene van de Sint Jozef. Voor de ongenaakbare toren van de Victor zal ik mijn nek moeten breken.

Er zijn verschillen. In de Sint-Victorkerk gaat het kind al voor de kerst de kribbe in, bij ons, in de Sint Jozef, gebeurt dat pas als de kerst wordt ingeluid. Er zijn zuilen in de Sint Victor. Die hebben wij niet. Er zijn glas-in-loodramen met onverbloemde verwijzingen naar de omringende bollenvelden. Wij daarentegen hebben bijbelse iconen en bij ons valt het zonlicht, mager als het moge zijn, tijdens de heilige mis rakelings langs het altaar.

Maar het is koud vandaag en ik trek mijn trui strak om het lijf. De gedachte aan het slachtveld van de wereld, in Nederland vertaald in een moedeloos multiculturele samenleving, doet mijn adem stokken: als de straatgewijze verschillen je in 'zij' en 'wij', de Jets en de Sharks van de West Side Story, staan aan te gapen, hoe overbruggen we dan al het andere? Ik sta daar en denk bij mezelf: hoe onuitstaanbaar onbenoembaar anders is de Sint Victor.

Ik ervaar alle verschijnselen die bij een cultuurschok horen. En zo'n schok valt eenvoudigweg terug te brengen tot de gewaarwording die je hebt als je in het donker thuis komt en je hand op een lege plek naar het lichtknopje zoekt. Voor een seconde, maar vaak veel langer, is daar het ontregelend ondermijnende onbegrip: het hoort dáár. In de Sint Victor ervaar ik echter ook een diepe verwantschap met mijn pastoor die net zoals ik ook maar te gast is. Zo begint dit dus: de blinde vereniging in aanzien van het verschil.

En tegelijk: het is toch ook hier dat mijn oude en tevens aarzelend nieuwe liefde - God mag het weten en die weet het ook niet - 55 jaar geleden gedoopt is. Hier heeft hij jaar in jaar uit tussen de kerkbanken gelopen, erin gezeten, geknield om het vervolgens verlost van zich af te schudden. Zijn verhalen over de onverbiddelijke leer, naar de geregistreerde kerkgang nog vóór school, de ruggen van de Latijnse heren en het nooit ingeloste verlangen naar een schoon geweten ontrollen zich verontwaardigd als een film over de tegels en tussen de zuilen.

Dat helpt dus niet, sterker nog, uit louter solidariteit zou ik willen vluchten. Zijn ze nu helemaal, mijn lief het leven zo onmogelijk te maken. Ik huiver bij de vraag of er iets gebeurd was als ik die winderige, maartse zondag niet de Sint Jozef maar de Sint Victor was binnengewandeld. Stel nu, en God weet dit ook niet, dat ik in dat geval niet was geroerd.

Wat me dwarszit is het blinde toeval dat hierin parten speelt. Maar aan de andere kant: als de hand van de voorzienigheid zich hierin bediend had, was ik al even ontsteld.

Volgens mij is het met dit soort zaken gesteld als in de liefde, tenminste wat betreft de woorden van filosoof Theo de Boer: ,,Over de liefde kun je altijd het tegenovergestelde zeggen.'' Zo kan het van elkaar verschillen evengoed een bron van hartstocht zijn als de gemeenschappelijke noemer die je ontdekt.

Psychiater P.C. Kuijper brengt ze bij elkaar: ,,Er moeten verschillen zijn, maar de verschillen mogen nooit zo groot zijn dat je het motief niet meer herkent, dat zou de dood aan de passie zijn.''

Het motief tussen de Victor en de Jozef, zoals ze hier in de volksmond genoemd worden, is de traditie van de devotie. Eigenlijk zo'n beetje als de brug die Maria tussen de Jets en Sharks sloeg toen ze de vermoorde Tony in haar armen hield. Maar dat verhaal was nu weer besloten door de tragiek van het verschil. Al kun je je afvragen of dit nou zo gek veel verschilt van de opkomst en de neergang van het christendom.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden